Bejegenen en communicatie onder

 

gezinsvoogdij qua zorg-niveau riskant.

 

         Juiste bejegening wekt vertrouwen.

 

BJz-Amsterdam/ JBRA:

 

ACADEMIE JEUGDZORG ZONDER DWANG BETER. 

 

Bijdrage Carlo Schuengel 10-10-2013

 

Een opvoedkundige blik op dwang (in het algemeen):
Is dwang effectief? Ja & Neen:
Ja!
Bijvoorbeeld bij: hogere therapietrouw bij verslaafde patiënten, vooral bij antisociale persoonlijkheidsstoornissen (Martin e.a., 2003; Daughters e.a., 2008)
+
MAAR: gebrek aan sterke studies in de 'jeugdzorg': Daar niet, en dat zullen we zien:
Nee!
Er kunnen 3 soorten reacties bij ouders in jeugdzorg op gedwongen hulpverlening (Dumbrill, 2006) voorkomen:
- Ouders kunnen zich al dan niet gemotiveerd verzetten en tegenwerken;
- ouders kunnen (zogenaamd) het spel meespelen;
- ouders kunnen ook met de coördinerende en luisterende gezinsvoogd samenwerken.

Uit wetenschappelijk onderzoek {909 zorgen (Slot e.a, 2002)} dat na twee jaren OTS er slechts bij 28% enigermate verbetering te meten was. Meer cases verslechterden zelfs.

En dat geeft te denken waaraan dat ligt....

We moeten ons bedenken dat 'jeugdzorg' niet alleen ernstig ingrijpt bij de ouders, maar uit wetenschap bleek ook dat de 'kinderbeschermende maatregelen' behoorlijk schadelijk kunnen zijn ìn de psyche en de fysiologie van het kind.

Vraag je af: Is toepassen van empowerment in gedwongen kader vervreemdend werkend? (De Long & Berg, 2001)

                    Valkuilen

Kan dit?: Een toekomst zonder dwang en drang?:
- mits consequent en gedoseerd, kunnen dwang en drang effectief en wenselijk zijn; doch
- dwang en drang vormen levensgrote valkuilen, ondermijnen de werkrelatie, alsmede het welbevinden en de motivatie om het leven in eigen hand te nemen;
- autonome regulatie vormt het beste opvoedingsklimaat. Daar is deskundige uitleg voor nodig! Heeft de gezinsvoogd dat niet in huis dan is delegeren naar een deskundige belangrijk om zonder weerstand naar effectiviteit te werken.
“Power without love is reckless and abusive, and love without power is sentimental and anemic. Power at its best is love implementing the demands of justice, and justice at its best is power correcting everything that stands against love.” =

"Macht zonder liefde is roekeloos en misbruikmakend, en liefde zonder duidelijkheid is sentimenteel en loos. Kracht op zijn best is liefde inclusief de eisen van de gerechtigheid, en rechtvaardigheid op zijn best is de kracht fatsoenlijk te corrigeren alles dat tegen die liefde zich verweert."  - Martin Luther King.

Werk van een gezinsvoogd:

Vermijd bazig regels stellen, zeker niet zonder dat de uitleg begrepen wordt en inhoud heeft. Zorg voor een open diagnose, waar de ouders ook open onderzoeksvragen mogen indienen.

Maak het niet ingewikkeld.

Tracht door middel van uitleg de ouders te bewegen zelf regels vast te stellen, en gebruik evt. een mediator, die ook rekening houdt met de behoefte en psyche van het kind.

Maak de te behalen doelen zo duidelijk dat het behalen ook beloond wordt.

Vermijd oplopende emoties, en straf daarop niet.

Geef tijd tot verwerken en begrijpen.

Stel daarnaast ook de uiteindelijke eisen tot verbetering om het kind zo snel mogelijk terug te krijgen in diens vertrouwde omgeving. (De bedreiging wegplaatsen is dan in wezen beter).

 

Is dwang wenselijk in de 'jeugdzorg'?

         Nee en (soms) ja.

 

De valkuil van dwang d.m.v. de gezinsvoogdij, en

negatieve bekrachtiging:
Ontkomen aan nare consequentie versterkt opstandigheid en vermijding (Patterson)
- Voorkomen:
. stel zo min mogelijk doelen en regels, leg goed uit of laat goed uitleggen door een specialist;
. maak doelen en regels duidelijk, inhoudelijk, meetbaar en haalbaar;
. stel doelen en regels gezamenlijk vast, want bazigheid past niet in de zorg waar het om gaat;
. maak behalen doelen zo makkelijk mogelijk, eventueel door een leuke cursus, een interactiebegeleiding door een orthopedagoog die ook leuke bruikbare tips en uitleg geeft, en in ieder geval: wek geen weerstand op (ook niet achteraf);
. beloon het behalen van doelen, maar laat dat niet ten koste gaan van het goede en intensieve contact tussen kind en ouders, dus straf het kind niet!
- Afzwakken:
. vermijd oplopen emoties;
. bouw tijd in tussen verzet en toegeven;
. bepaal vooraf op welke punten niet wordt toegegeven
- Is dwang wenselijk?:
. Nee!:
Mensenrechten en Kinderrechten  (EVRM artikel 8 en 6; en IVRK artikel 24 lid 1 en 25 op niveau van voornoemd artikel).

Dus is de dwang in 'jeugdzorg' wenselijk?:
- - Nee, omdat de contra-indicatie van dwang is:
Ondermijning werkrelatie van gezinsvoogd naar ouders toe (indien macht over in plaats van met/voor de gezinsleden) (Dumbrill, 2006):

De werkrelatie is nodig om het bedoelen van de wet (BW1:255 lid 1 en 3 vooral), de bedreiging, zo snel mogelijk weg te nemen.
Ondermijning zelfmanagement, autonome motivatie, welbevinden (Deci & Ryan):

Leer ouders de weg het zelf te doen, zelf te leren, zelf hun ouderschappelijke representatie en zorg te organiseren, etc..
- - Ja! (soms)
Motivatie voor verandering, voor het leren tot optimaler ouderschap en het behalen van kennis daarvoor;
'ondanks' gedwongen kader zijn passie, persoonlijke gemotiveerde en dus uit te leggen overtuiging, interne verplichting, en externe verplichting belangrijk:

De ouders bevoogden zonder hen actief en lerend te krijgen is geen zorg naar bedoelen der wet.

Dit negeren werkt a-motiverend, wekt weerstand op,  en zo raakt het doel uit zicht.

--
(Wetenschappelijk onderzoek met WSG: hing samen met werkalliantie met gezinsvoogd (r = 0,36), niet met VB (Van den Bos, Kamer, Van der Zee, & Harbers, 2011).)

- Autonomie geven en zo nodig met uitleg aanleren is belangrijk.
- Verbondenheid in goede communicatietechniek is goed voor het kind, en geef daarin het voorbeeld.
- Competentie, het betrouwbaar overkomen, en woord houden, is (of zou beter zijn) het kenmerk van een gezinsvoogd.
- Wilskracht en egodepletie -
De energie om te veranderen bij ouders wordt afgetapt door het neersabelen en het onderdrukken van hun verlangens, en het nemen van (autonome) besluiten.*
Dwang spaart wilskracht (waar deze dwang ene stok achter de deur is) voor belangrijker doelen, de inzet voor beter ouderschap en de zorg aan het kind. Daar zou het om moeten draaien.***

*: De huidige praktijk is het 'niet-overnemen' van deze wetenschap.

     Voorbeelden:

Omdat de voorzitter cliëntenraad geen heil meer zag in de starheid van de gezinsvoogdij (G.I.) schreef hij dit:

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2014/01/mijn-statementoud-voorzitter.html :

onder andere:

"In interviews en gesprekken worden sommige ouders vernederd en soms ook gekleineerd. Zelfs een hond wordt soms beter behandeld. Eerder genoemde kritische houding van ouders, al is deze opbouwend, gemotiveerd, voor hogere kwaliteit gaande,  wordt gelijk afgestraft met een opmerking dat de hulpverlener/gezinsvoogd 'geïntimideerd' wordt, 'tegengewerkt' wordt, en wordt het belang van het kind vergeten te wegen en te verzorgen.

Mij lijkt dit eerder een uiting van een teken van laag niveau van assertiviteit van de hulpverlener/gezinsvoogd, of het zich slecht kunnen inleven in de positie van de cliënt.".

 

En zo blijkt telkenmale dat de gezinsvoogdij zich niets heeft aangetrokken van de waarschuwingen tot effectiever gezinsvoogdij uit deze Jeugdzorg-academie van prof.dr. Carlo Schuengel.

 --------------------------------------------------------------------------------------

**:

Het proefschrift van René Clarijs, november 2013, was ook duidelijk:

 

        ''Tiranie in de Jeugdzorg"

 

"De olifant in de kamer van het Nederlandse jeugdbeleid" -

"Langzaam zakt de euforie over de transitie weg (Jeugdbeleid, nummer 3, 2012). Het besef dringt bij gemeenten door dat zij ook verantwoordelijk worden voor de al decennia niet te stoppen groei van vraag naar jeugdzorg/jeugdhulp. Dat gaat gemeenten de komende jaren heel veel geld kosten, geld dat zij in onvoldoende mate hebben.

Het komend echec kan gekeerd worden als de gemeenten in staat zijn de jeugdzorg basaal anders te organiseren. Dat wordt een uitdaging. Krijgen de gemeenten de komende jaren voor elkaar wat hun politieke voorgangers de afgelopen zestig jaar niet is gelukt?

De vorming van een nieuw kabinet met een bijbehorend Regeerakkoord geeft nieuwe kansen voor een reflectie op de jeugdzorgtransitie. Was het op deze manier wel zo’n goed idee? Kan het ook anders? Lost de transitie de jeugdzorg problemen op?

Hegel stelde dat de geschiedenis zich steeds herhaalt. Marx beaamde dit, maar verbeterde hem op een essentieel punt: historische gebeurtenissen vinden eerst plaats als tragedie, maar keren vervolgens terug als klucht (Zizek, 2011, p. 19).

Kunnen gemeenten voorkomen dat dit de zoveelste beleidsklucht van de jeugdzorg wordt? ...."

(Het blijkt anno 2016 dat de gemeenten veeleer insteken op bezuinigende financiën dan op de kwaliteit [dat ook bezuinigend kan werken] en toegankelijkheid van deze zorg - hetwelk strijdt met het IVRK artikel 24 lid 1 en lid 3: "1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor geneeskundige verzorging en revalidatie. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden. En:

3. De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatregelen teneinde traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen."

Dus 1. de toegankelijkheid (geen wachtlijsten en geen andere hulp aanbieden dan gediagnosticeerd), en 3. maatregelen treffen die schadelijk zijn voor kinderen zoals het uithuisplaatsen, temeer daar veel onafhankelijke wetenschap waarschuwt voor deze uithuisplaatsschade!)

 

Wat titels, rechts in het artikel van Clarijs (PDF):

"Gemeenten worden verantwoordelijk, maar kunnen niet sturen" --- De door de gemeenten gedelegeerde G.I. (gecertificeerde instelling, de gezindsvoogdij en Veilig Thuis als voortzetting van het AMK)  beslissen, en bespelen de jeugdrechter om hun verzoek en onderbouwing met opgeblazen verslagen over te nemen, waar de ouders nauwelijks of niet gehoord worden, omdat ze met niet-rechtsgeldige meningen zich denken te verdedigen, wat niet 'professioneel' heet in de juridische wereld. En ja, de beweringen van de gezinsvoogdij zijn ook 'meningen', maar die wodren niet doorzien omdat rechters geen medici zijn. De gemeente kan dit niet sturen, want de ambtenaren zijn geen medici of orthopedagogen.

"De jeugdzorg steekt bij voorkeur negatief in" --- Er wordt toegeschreven naar de opgeblazen negatieve aspecten, zonder te wegen naar de positieve aspecten, èn zonder te wegen naar de schadelijkheid van de dwangzorg. Ouders worden kapot-geschreven, worden gediskwalificeerd.

"Het effect van jeugdzorg is niet erg groot" --- 95% van de jeugdzorgtrajecten is bewezen experimenteel of niet-evidence-based. (Zie Juffer aan eind van FJR2012/95+96).

"De jeugdzorg kan zijn effectiviteit niet aantonen" --- Weer het niveau van 'jeugdzorg' dat speculeert en in 95% niet-evidence-based hulptrajecten inzet - zonder dat het cliëntsysteem een diagnosticerend specialist ziet. Kinderen die uithuisgeplaatst worden zien te weinig, te kort en te weinig frequent hun ouders om enige veiligheid te mogen voelen in de vreemde pleegsetting, wat het vermeende probleem tot 'waarheid' omzet, escalerend werkt ìn het kind; en de ouders heten dan achteraf daaraan schuldig te zijn.

"Wethouders weten te weinig af van jeugdzorg" ---  Wethouders of diens ambtenaren zijn geen medici of orthopedagogen, en zien niet medisch de cliënt niet.

"De utopie verwordt spoedig tot een dystopie" --- Het utopische plan van transformatie en transitie verwordt tot een schadelijke ambtelijke doordenderende molen die tot het tegendeel verwordt van 'zorg'. De idiote eisen alleen al aan financiële verantwoording geeft de deskundigen zoveel werk dat ze stoppen met kinderen zien. Kennis gaat verloren, en het zal decennia duren voordat dit weer is opgebouwd. (Studies tot arts en daarna tot specialist duren jaren en jaren; en werk waar men driekwart van hun werktijd aan het administreren is naar de luimen van de gemeenten, is onaantrekkelijk).

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

***: Anno 2016 wordt het advies van prof. Carlo Schuengel nog eens bescheiden bevestigd:

https://kennisnetjeugd.nl/blog/352-stop-met-de-term-drang :

 

Het amorele van chlichégebruik van “drang

 

en dwang” in de ‘jeugdzorg’, jaren na 2013: 

 

Door Nic Drion op 20 september 2016 :

 

De laatste jaren duiken de termen ‘drang’ en ‘dranghulp’ overal op: in de veiligheidsketen, bij wijkteams, bij gecertificeerde instellingen en rond SAVE teams. Mijn pleidooi is om daarmee te stoppen. Want die termen helpen gezinnen niet. En bovendien, formeel bestaat dranghulp niet eens.

 

Drang rijmt op dwang. Het bekt lekker en het klinkt wel stoer. Maar het is rijmelarij zonder rechtsgrond, want in de Jeugdwet komt de term ‘drang’ niet voor. We kennen vrijwillige hulp en hulp in het gedwongen kader. Meer niet. {Maar weten vele ouders veel;  zij lezen vaak nauwelijks ondanks BW1:247; die ouders zijn dus goed te misleiden}. Alles dat wij onder dranghulp beschouwen is dus gewoon vrijwillige hulp. Vroeger noemden we dat ‘vrijwillig, maar niet vrijblijvend’. {De overeenkomende term ‘Spook-OTS’ is uitgelegd op Jeugdzorg-Darkhorse }.

 

Door steeds te spreken over drang lijken we een nieuwe rechtmatigheid te willen geven aan ons handelen. Dan bestaat het gevaar dat wij gaan handelen op basis van een rechtsgrond die er niet is. En dat wij de rechten van gezinnen met de voeten treden, bijvoorbeeld het recht om gewoon onze hulp te weigeren zonder meteen een ondertoezichtstelling te krijgen.

 

Negatief   

 

De term ‘drang’ heeft een negatieve connotatie. Het impliceert dat gezinnen het zelf niet kunnen of willen, en dat wij, van de ‘jeugdzorg’, wel weten wat goed voor ze is. “Hallo, ik ben van de dranghulp. Mag ik even met u praten?”. Dat is een lekkere binnenkomer bij gezinnen. Ik denk dat het gebruik van de term ‘drang’ niet erg productief werkt naar gezinnen toe. 

 

We moeten beginnen met partnerschap. En daarna moeten we vasthoudend zijn. En streng waar dat nodig is. {Of liever duidelijker en deskundiger uitleggen in die zin dat een advies in het belang van het kind werkt, en dan niet gezien kan worden door ‘Veilig Thuis’ als bedreigend opvoeden; en desnoods goed laten diagnosticeren, bijvoorbeeld met Video-Interactie-Begeleiding (VIB), maar ook dat weer éérst uitleggen in werking}. De term helpt ons als professional ook niet. Als wij intern op die manier over gezinnen praten en denken, dan vormt dat onze attitude. Natuurlijk, sommige gezinnen kunnen moeilijk veranderen en houden hulp af. Daar worstelen hulpverleners mee. Maar gezinnen ‘dringen’ om hulp te accepteren is niet per se de juiste weg. Die houding roept weerstand op en maakt het moeilijk om partnerschap te realiseren. Want dat willen we ook, getuige onze transformatie-ambities zoals ‘regie bij de ouders’ en ‘inzet eigen kracht’.

 

Verbindend en vasthoudend  

 

De relatie tussen professional en cliënt is de belangrijkste succesfactor in de hulpverlening. In de jeugdbescherming hadden we het over ‘engageren en positioneren’. In die volgorde, wat mij betreft. Zonder engagement, verbinding met een gezin, kan je niet effectief positioneren, vanuit je professionaliteit met overtuiging aangeven wat volgens jou nodig is om tot verbetering te komen. Maar engagement zonder positioneren leidt vaak niet tot verandering of meer veiligheid. In de balans tussen die twee schuilt het succes.

 

Drang suggereert dat we meteen willen positioneren, zonder dat we geëngageerd zijn. Terwijl we moeten beginnen met verbinding, partnerschap. En daarna moeten we vasthoudend zijn. En streng waar dat nodig is, bijvoorbeeld aangaande de veiligheid van kinderen.  {Al moet die 'veiligheid' wel gerelativeerd worden, want onveilig voor het kind is weggezet te worden in een vreemde pleegsetting. Laten we beter uitleggen hoe wat werkt. Laten we de ouders enthousiasmerend de nodige extra kennis opdoen, ten gunste voor het kind dat ze liefhebben en bewaken in mogelijke onnozelheid}.

 

We hebben de term drang niet nodig. We hebben goede hulpverleners en organisaties nodig die werken vanuit een brede taakopvatting en taakstelling in het vrijwillig kader, waarbij verbinding met cliënten centraal staat. Professionals die een lange adem hebben en vasthoudend mogen zijn. Natuurlijk mogen ze ondersteund worden door ervaren jeugdbeschermers, in SAVE-teams bijvoorbeeld, die goed(??) kunnen engageren en positioneren. Maar wel in vrijwillig kader. En we moeten niet stoppen bij wat tegenwind, om daarna de collega van de dranghulp er op af te sturen. Dus: stop met de term drang! Laten we gewoon doen wat we moeten doen. {En zo nodig meer doorverwijzen naar deskundiger niveau, naar diagnosticerende en voorlichtende specialisten; immers dat blijkt effectiever te werken en is dus bezuinigend.          

Jeugdzorgprofessionals zijn geen diagnostisch deskundigen en mogen dat hogergekwalificeerde niveau er wel degelijk bijhalen, net zo als dat ouders dat mogen naar BW1:247 en IVRK 24 lid 1.

De niet-orthopedagogische rechters moeten ergens op af kunnen gaan; en waar er onenigheid is in het hulptraject, dienen de rechters te weten dat ouders niet zijn voorbereid op het juridisch onderbouwen zonder emoties en meningen, doch met diagnostiek en wetenschappelijk bewijs; de rechter kan dan Rv810a volgen en - zo de ouders nog geen deskundige hebben voorgesteld - deze zelf benoemen, buiten het lagere en mogelijk misleidende niveau van 'jeugdzorg' om!}.