Gescheiden ouders hebben vaak last van de ouder-misleidende gezinsvoogden.        -         Tips:

 

[Onderaan staat ook een diagnostiek erkent gevolg, 'CAPRD' (PAS), ten aanzien van het kind bij omgangs-sabotage en signalen.

Dit is één van de onderwerpen waar de gezinsvoogdij met smoesjes omheen loopt zònder te láten diagnosticeren, waar het nu duidelijk is dat dit wel nodig is voor een juist hulptraject].

 

Let op:     nogal wat gezinsvoogden enthousiasmeren niet, maar escaleren. Ze zijn niet medisch-opgeleid!

Het zijn slechts sociaal werkers qua niveau. Met een paar cursusjes van enige dagdelen haalt men niet een medische studie van jaren in.

 

Ze zijn in de scheidingsmaterie ondeskundigen! (En vaak ook rond uithuisplaatsen!).

Ze voeren experimenten uit met gezinnen en kinderen, met toestemming wegens de 'transitie'. De politiek keek niet in de black-box van 'jeugdzorg' om te kunnen onderkennen dat dit indruist tegen het kinderrecht IVRK 24 lid 1, het recht op de hoogste mate van gezondheid en daarbij passende toegang tot jeugd-gezóndheidszorg (en niet 'jeugdzorg').

 
Het is door invloeden vanuit de gezinsvoogdij begrijpelijk dat de ‘andere ouder’  (of beiden)  niet op de hoogte is van het hier zo speciale belang t.a.v. het kind, dat het belang heeft twee ouders onbelast en onbezwaard te kènnen, zonder loyaliteitsconflicterende signalen die in diens psychische ontwikkeling dwarsliggers zullen worden, diens ontwikkeling en zelfvertrouwen belasten.

 

Moet één ouder de 'beste' zijn?
Er mag niet gedaan worden (een ‘instinker’ onder OTS!) alsof één van de ouders ‘de beste’ is,[1] maar het moet gaan om beider goed ouderschap waar in mentale zin de ex verdwenen is.
Dus doe weg  de ongenoegens jegens de ex, die horen bij de eigen psycholoog. Het hoort niet in gedrag of organisatie naar het kind gezien te worden – door het kind.
Het kind mag niet als wapen of chantagemiddel ingezet worden. Dus ook niet als boodschapper, postbesteller, enz..
Het ontvankelijke kind is niet blind.
Het kind ondergaat signalen, ook organisatorisch of non-verbaal, gebaren en sfeer.

Dwingen is strijd.

Ook als dat met een schriftelijke aanwijzing van een gezinsvoogd gaat, die niet eerst liet voorlichten.
En op strijd en veroordeling wordt een mens gesloten en hard. Mentaal gaat de aangevallene dicht.
Dat is niet de oplossing ten goede voor het kind.

 

Soms is buiten de gezinsvoogd om de andere ouder vragen over mogelijke misleiding door de gezinsvoogd nuttig om te begrijpen hoe het komt dat een ouder de omgang met het kind saboteert. Dan is bewustwording mogelijk.

 

Bewustmaken. Aanvullen. Alternatieven in overleg. Actief luisteren.

Niet veroordelen maar aanvullend voorlichten.

'Jeugdzorg' is geen specialist, dewelke elk ouder zou wensen t.a.v. het kindbelang, maar escaleert, ondeskundig, al zal het voor een der ouders fijn aanvoelen. Er wordt dus immers, schijnbaar, gekozen voor de ''goede ouder''; pas op voor die schijn!!!
'Gezinsvoogdij' maakt strijd. Stimuleert dat. Lees maar: http://peterprinsen.nl/Vechtscheiding.htm .
Verwijst niet door naar een psycholoog-orthopedagogisch mediator, maar geeft - als dat al gebeurd - een jurist als mediator als 'oplossing', een schijnoplossing, waarmee de ouders weer zoet strijden, en de werkgelegenheid beschermd wordt.

Wens voor het kind: hogere medischer hulp aan de ouders.
Een schriftelijke aanwijzing (BW1:263–265; http://peterprinsen.nl/HERZIENINGOTS-2011.htm)   wordt meestal niet ervaren als ‘enthousiasmerend’ of "in overleg genomen", en is te vaak niet deskundig gebaseerd.  Wens voor het kind hoogwaardiger kwaliteit, aan beide ouders: gelijke monniken gelijke kappen.
Beide ouders kunnen, het best gezamenlijk als ouders van het kind, beter naar een echte onafhankelijke deskundige stappen, wanneer een ouder beseft wat het interactie-belang is t.a.v. het kind.

 

Laat een dwarsliggende gescheiden ouder objectief, zonder verwijt, weten dat de gezinsvoogd mogelijk escalerend geroddeld heeft, misleidt, tot opwakkeren van strijd.

Verkeerde voorlichting vanuit de gezinsvoogdij escaleert!

 

Daarentegen is het enthousiasmeren door een echte specialist over wat kinderen in de verwarrende tijd na scheiding ervaren en hoe ouders dat goed kunnen ondersteunen zonder polarisatie en dat daar goede voorlichting door de deskundige op gegeven kan worden ten aanzien van het kind, veel beter.

 

Wordt er een therapie verordineerd door een gezinsvoogd, vraag dan af op welke diagnostieke basis dat is gebaseerd, met welke onderzoeksvragen (en hebben de ouders ook onderzoeksvragen mogen indienen?), en of de therapeut wel onafhankelijk is van de reeks ketenpartners van de gezinsvoogdij.

 

Het KSCD, NIFP, Lindehout, en vele andere instituten die de gezinsvoogdij graag inzet, zijn nauw verwant aan deze ‘jeugddwangzorg’ zelf.

 

Er wordt waargenomen dat veel rapporten worden toegeschreven naar wat de gezinsvoogd, die geen medicus is, wil.

 

Kijk liever zelf (preventief) uit naar een echte orthopedagoog-generalist met BIG-beroepsregistratie, zodat die onder de WGBO (BW7:446 e.v.) werkt met beroepsethiek en tuchtrecht. Dus met recht op second opinion.

 

Interactie-onderzoek (kind–ouders) is – met onafhankelijk onderzoek – beter dat langdurig onder OTS houden.

 

De sfeer voor het kind moet zo snel mogelijk geoptimaliseerd worden in deze verwarrende tijd.

 

Ouders moeten dus direct en urgent doorverwezen worden naar een specialist die eerst enthousiasmeert en dan uitleg geeft wat men het kind kan aandoen en hoe het beter kan, met betrekking tot deze voor het ontvankelijke kind nieuwe situatie. Hoe vaak ontbreekt dit nog onder OTS!

 

Een onafhankelijke èchte deskundige is geloofwaardiger dan een sociaal werker met OTS-macht.

 

 

Vertegenwoordig actief het kind orthopedagogisch mèt perspectief  in diens belangen:

Pas dan ook op: een Bijzonder Curator voor het kind (een soort kinderadvocaat, die jurist kan zijn, maar psycholoog zou moeten zijn), en bij Mediators :

Dat kunnen juristen zijn, zonder voldoende kennis van de ontwikkelingspsychologie en (ortho)pedagogie m.b.t. de specialisaties bij scheidingservaringen door het kind zelf.*

Vraag om dit laatste. Draag het kind een warm hart toe.

Vergeet hier het materiële. Vergeet de ongenoegens jegens de 'ex'. Dat is een andere zorg.

 

(Bij een door de gezinsvoogdij beïnvloede, dwarsliggende ouder kan men dit copiëren en ter objectieve voorlichting aan de ouder toesturen, dus niet via de gezinsvoogd!  Via een familielid neutraal geven ter informatie ten behoeve van het kind kan ook.

Actief zèlf opbouwend handelen is beter voor het kind, dat opgroeit en gaat ontdekken!).

 

Pseudowetenschap van Weterings kan gaan meespelen waar ouders niet tot een snel inzicht komen dat de aangewakkerde strijd zelfs tot een pleegplaatsing kan leiden, het wegnemen uit het gescheiden gezin!

 

Wanneer men weet dat slechts 28% van de OTS-sen na 2 jaren tot een verbetering leidt ("909 zorgen" door prof.dr. N.W. Slot et al.),  moge men conclusies trekken t.a.v. het niveau van ‘jeugdzorg’.

________ 

[1]  Scheiding gaat via de rechter. Het materiële en ‘het kind’ worden, zo lijkt het vaak, over één kam geschoren, met pijnlijke chantage ten koste van het kind, dat niet ‘wacht’ op de juridische procedure. De rechter vraagt de Raad voor de kinderbescherming om advies, en die vraagt de gezinsvoogdij (Jeugdbescherming of Samen Veilig Thuis) om advies en onderzoek. http://peterprinsen.nl/Vechtscheiding.htm e.m..

In dit juridisch steekspel krijgen de ouders het idee ‘de beste’ te moeten zijn. Wie ‘mag’ het kind?

Ouders worden aangezet te strijden, en vergeten wat het kind ervaart.

Denkende vanuit het kind in die tijd, is het opdoen van gespecialiseerde opvoedkundige kennis juist zo van belang. Zeker waar in de ouders nog ongenoegens jegens de ex verwerkt moeten worden. In de mentaliteit kunnen, helaas, de ex en de andere ouder door elkaar gehaald worden. Terwijl een mentale scheiding tussen die twee hard nodig is ten dienste van het ontvankelijke kind.

De ‘jeugdzorg’ wil nogal eens doen alsof er één lijn getrokken moet worden. Daarenboven weet de ouder eigenlijk wel dat het kind al bij vriendjes heeft gezien dat in elk huis wat andere regels gelden, en dat kan ook hier in twee ouderlijke huizen. Uiteraard moeten ouders attent zijn zich niet te laten uitspelen, en verschillen moeten wel geaccepteerd worden omdat een kind dat aankan.

http://peterprinsen.nl/WAARHEIDSVINDING.htm

alhoewel het niet om 'waarheid'  maar om diagnostiek moet gaan, deskundigheid op niveau. 

 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 De 'jeugdzorg'  en 'kinderbescherming'  wensen PAS,  oudervervreemdings-syndroom, niet te erkennen bij 'vechtscheidingen en uithuisplaatsingen, waar het kind een uitleg krijgt {onpedagogische} waarom het niet thuis of bij de andere ouder ook mag wonen'.... 

*: https://www.researchgate.net/publication/303095312_Child_Affected_by_Parental_Relationship_Distress

 

 Child Affected by Parental

 

 Relationship Distress

Bernet, William; Wambolt, Marianne Z.: Narrow, William E.;  May 2016 [m.b.t. DSM-V].

Journal of American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, July 2016; 55(7): p. 571579; www.jaacap.org .   

De samenvatting volgt.

 

Eérst een Nederlandse publicatie over CAPRD  {in de richting van PAS, oudervervreemdingssyndroom}:

http://psychiatrie-nederland.nl/kennisbank/kind-beschadigd-door-stressvolle-relatie-tussen-ouders-caprd/ :

 

"Kind beschadigd door stressvolle 

 

relatie tussen ouders"   =  CAPRD

 

De conditie Child Affected by Parental Relationship Distress (CAPRD) van een kind is als nieuwe diagnose opgenomen in DSM-5, echter nog weinig bekend (en begrepen) in het kader van complexe /hoog-conflict-scheidingen.  Daarom geeft Erik van der Waal (Oprichter /initiatiefnemer HerVerbinden en gespecialiseerd mediator /adviseur) extra aandacht voor deze diagnose.

 

Child Affected by Parental Relationship Distress (CAPRD) is te vinden in de DSM-5 in Hoofdstuk ‘Other conditions that may be a focus of clinical attention’ – Deel 1 Relational Problems – Codes: V61.29 / Z62.898.
De auteurs William Bernet, MD, Marianne Z. Wamboldt, MD en William E. Narrow, MD, MPH schreven een nuttige aanvullende toelichting (in PDF) over CAPRD in de ‘JOURNAL OF THE AMERICAN ACADEMY OF CHILD & ADOLESCENT PSYCHIATRY’ van 7 juli 2016. Hierbij werden zij ondersteund door Amy Baker PhD, specialist op het gebied van Parental Alienation (PAS).

 

Aangezien CAPRD een formele DSM-onderbouwde diagnose mogelijk maakt voor wat ook Parental Alienation (Syndroom) genoemd wordt, is dit artikel een ‘must read/study’ voor èlke professioneel betrokkene die met dit soort situaties te maken heeft en mogelijk in discussie komt over het wel of niet in de DSM-5 opgenomen zijn van Parental Alienation. {Toch moeten ouders zèlf hun 'professionals' hierop wijzen}.  

Die discussie was eigenlijk door C. Childress PhD in 2015 al voorzien in zijn werk m.b.t. attachment based parental alienation en onderbouwing vanuit de DSM in zijn boek Foundations.

 

Parental Alienation wordt in de DSM-5 dus niet in die bewoordingen benoemd; echter geacht als een relationeel probleem van het kind.   CAPRD - als echte diagnose - neemt daarvoor de belangrijke context/ leefomgeving van het kind en de mogelijk schadelijke invloeden daaruit mee.

 

Samenvatting (digitaal vertaald):

 

Een nieuwe diagnose-mogelijkheid: "CAPRD, vernederlandst: 'Kind Beïnvloed door Ouderlijke Relationele Stressoren'", in gelijkenis met PAS, oudervervreemdingssyndroom,   werd geïntroduceerd in de DSM-5.

Een relationeel probleem; CAPRD wordt gedefinieerd in het hoofdstuk van de DSM-5 onder "Overige voorwaarden die kunnen worden een Focus of Clinical Aandacht."    Het doel van dit artikel is om het nut van deze nieuwe terminologie uit te leggen.

 

Methode: Een kort overzicht van de literatuur waaruit blijkt dat kinderen worden beïnvloed door ouderlijke relatienood wordt gepresenteerd.  Uit te werken over de klinische presentaties van CAPRD worden vier veel voorkomende scenario's in meer detail beschreven:  kinderen kunnen reageren op ouderlijke partnerruzies, uitspelen en leed bij een ouder; op ouderlijke partnergeweld; tot bittere echtscheiding; en onbillijk kleineren van een van de ouders door een ander.  {Daarbij wordt in de psyche van het kind een beroep gedaan op het loyaliteitsgevoel, het beschermen van de ouder(s), wat geen kindertaak mag zijn! Het wekt geen vertrouwen in het kind, en schenkt het minderwaardigheidsgevoel}. 

De reacties van het kind kunnen het ontstaan van van psychische klachten, lichamelijke klachten, een internaliserend loyaliteitsconflict, en, in het uiterste, ouderlijke vervreemding, onder meer verergeren, wat leidt tot gevolghebbend verlies van een ouder-kind-relatie.

 

Resultaten:  Sinds de definitie van CAPRD in de DSM-5 bestaat uit slechts één zin, stellen de auteurs een uitgebreide toelichting, te verduidelijken dat kinderen gedragsproblemen, cognitieve, emotionele en fysieke symptomen kunnen ontwikkelen wanneer ze verschillende gradaties van de ouderlijke relatiestress ervaren, dat is, intieme partnerstress en onmacht, en partnergeweld, die worden gedefinieerd met meer specificiteit en betrouwbaarheid in de DSM-5.

 

Conclusie:  CAPRD, net als andere relationele problemen, biedt een manier om belangrijke relatiepatronen die lijken te leiden tot  nadelige psychische gevolgen of verergeren, te definiëren.   Het verdient de aandacht van artsen die werken met jongeren {waar dus jeugdzorgwerkers naar moeten verwijzen tot diagnostiek}, evenals aandacht van onderzoekers om   gezinsmilieu-ingangen om algemene psychische gezondheidsproblemen te onderzoeken. *                –––  En in het Engels van de site gehaald was het:  –––

 

Objective: a new condition, “Child Affected by Parental Relationship Distress” (CAPRD), was introduced in the DSM-5.   A relational problem, CAPRD is defined in the chapter of the DSM-5 under “Other Conditions That May Be a Focus of Clinical Attention.” The purpose of this article is to explain the usefulness of this new terminology.

 

Method: A brief review of the literature establishing that children are affected by parental relationship distress is presented. To elaborate on the clinical presentations of CAPRD, four common scenarios are described in more detail: children may react to parental intimate partner distress; to parental intimate partner violence; to acrimonious divorce; and to unfair disparagement of one parent by another. Reactions of the child may include the onset or exacerbation of psychological symptoms, somatic complaints, an internal loyalty conflict, and, in the extreme, parental alienation, leading to loss of a parent–child relationship.

 

Results:  Since the definition of CAPRD in the DSM-5 consists of only one sentence, the authors propose an expanded explanation, clarifying that children may develop behavioral, cognitive, affective, and physical symptoms when they experience varying degrees of parental relationship distress, that is, intimate partner distress and intimate partner violence, which are defined with more specificity and reliability in the DSM-5.

 

Conclusion:  CAPRD, like other relational problems, provides a way to define key relationship patterns that appear to lead to or exacerbate adverse mental health outcomes. It deserves the attention of clinicians who work with youth, as well as researchers assessing environmental inputs to common mental health problems. ––– 

*  En verder op https://www.researchgate.net/publication/303095312_Child_Affected_by_Parental_Relationship_Distress (digitaal vertaald):

 

Toen de DSM-IV-TR werd vervangen door de DSM-5, zien we vergelijkingsgewijs vele belangrijke veranderingen in de tekst, zoals het verwijderen van 54 diagnoses en toevoeging van 39 nieuwe diagnoses. Eén van de nieuwe diagnoses die werden geïntroduceerd in de DSM-5 was: “Kind, beïnvloed door ouderlijke relatieproblematiek” (CAPRD). CAPRD is slechts een beetje uitgewerkt m.b.t. de inhoud van CAPRD in de DSM-5, met slechts de korte verklarende tekst: "Deze categorie moet worden gebruikt wanneer de focus van de klinische aandacht is de negatieve effecten van de ouderlijke relatie onenigheid (bijv. een hoog niveau van conflict, bedreiging, angst, of minachting) op een kind in het gezin, met inbegrip van effecten op mentale of andere medische aandoeningen van het kind. " (p.716).
De codes voor CAPRD zijn V61.29 (zoals in de International Classificatie van Ziekten, 9e Wijziging [ICD-9-CM]) en Z62.898 (zoals in ICD-10-CM).

 

CAPRD is in het hoofdstuk van de DSM-5:  "Andere voorwaarden: Dat kan zijn een ‘Other Conditions that may Be a Focus of Clinical Attention’.  Het is in de eerste deel van dat hoofdstuk, met het opschrift "Relational Problems"/‘Relatieproblemen’.  Het inleidende materiaal beschrijft dat de ouder-kind-relatie kan zijn: "beschermend, neutraal òf met nadelig gezondheidsresultaten." (p.715).
Ook: “Een relationeel probleem kan klinisch aandacht trekken, hetzij als reden dat de persoon  gezondheidszorg behoeft of een probleem bekomt dat beïnvloedt het verloop, prognose of behandeling van de individuele psychische of andere medische aandoening.”
(p.715).
De andere relationele problemen die in het hoofdstuk "Andere voorwaarden die kunnen worden een 'Focus of Clinical Attention'" zijn  ouder-kind-relatieprobleem;  sibling-relatie-probleem;  pleegzorg (UHP);  relatieproblematiek met echtgenoot of intieme partner;  ontwrichting van het gezin door scheiding of echtscheiding;  hoog oplopend emotioneel niveau binnen het gezin;  en ongecompliceerde rouw.

Ook opgenomen in het hoofdstuk "Andere voorwaarden die kunnen worden een ‘Focus of Clinical Attention’" zijn de gedefinieerde termen voor zowel kindermishandeling en volwassen mishandeling.

 

CAPRD vangt de interactie tussen milieu-invloeden, genetische kwetsbaarheden, kinderen die meer vatbaar zijn voor psychopathologie, en degenen die veerkrachtig zijn.  In deze beoordeling wordt uitgelegd hoe kinderen die worden blootgesteld aan de relatieproblematiek der ouders (bijvoorbeeld huiselijk geweld), een verscheidenheid van psychische stoornissen kunnen ontwikkelen, variërend van een aanpassingsstoornis  tot depressieve stoornis (en suïcide-neigingen).
Wanneer kinderen een psychische stoornis hebben, kan het toevoegen van de diagnose van CAPRD of andere relationele problemen, in voorkomend geval, helpen om de resultaten tot behandeling te differentiëren {dus diagnose nodig!}. 
Aan de andere kant, kinderen die ongewoon veerkrachtig zijn – als gevolg van aangeboren taaiheid, steun van uitgebreide familie/ groot netwerk, remedie uit de gemeenschap, of andere situationele factoren – kunnen ouderlijke relatieproblematiek ondervinden en toch geen enkele psychische klacht aan de dag leggen.

 

Er zijn ongetwijfeld vele genetische factoren, de meeste van hen onbekend nog, die bijdragen aan de inherent biologisch sterke en zwakke punten van een kind.
Een goed voorbeeld is het hebben van de lange allel van het Serotonine-transporter-gen, dat
kinderen, die worden geconfronteerd met ernstige psychosociale stressoren, tegen psychische aandoeningen lijkt te beschermen. Zoals elegant is betoogd door Teicher en Samson: de blootstelling aan kindermishandeling {hier door signalen van sfeerverpestende ouders}  is een risicofactor voor de ontwikkeling van talrijke mentale stoornissen bij kinderen en volwassen. {Dus de wetenschappelijke bevindingen van Ursula Gresser worden ook hier bevestigd: omgangssabotage door een ouder [of bij uithuisplaatsen door de gezinsvoogdij] grijpt in tot in het fysiologisch welzijn, waar reeds in 2002 Mary Dossier ook al op wees. Vandaar ook de wetenschappelijke bevindingen van J.J. Doyle jr. in 2007 en later}.


In hun artikel resumeren ze studies die differentiële veranderingen in de hersenen laten zien,
pathofysiologie, en noemen behandelingsresultaten voor patiënten met soortgelijke diagnoses, bijvoorbeeld depressie met of zonder voorgeschiedenis van kindermishandeling. Voorts stellen ze de term "Ecophenotype" voor; deze schetst psychiatrische aandoeningen, alsmede specifiek: "met mishandelingsgeschiedenis" of "met vroege levensspanning" toegevoegd, de aandoeningen die afhankelijk zijn van differentiële trajecten met stressoren uit het vroege leven, zodat deze populaties afzonderlijk kunnen worden onderzocht of geklasseerd binnen onderzoeken. CAPRD is één van de vroege levensstressoren die moeten worden genoemd.
Het doel van dit artikel is uit te leggen hoe clinici en onderzoekers van de nieuwe terminologie van CAPRD kunnen gebruiken. . . . . {verder op die site.  --  En natuurlijk kunnen ook ouders en advocaten hiervan gebruik maken om de nog onwetende rechter te informeren!}.   

 

 

Hiermee is het samenspel van diverse DSM-pathogenen t.a.v. het kind onder vechtscheiding en omgangssabotage, dat als PAS of oudervervreemdingssyndroom werd benoemd,  en door de gezinsvoogdij en kinderbescherming genegeerd,  erkend. En we zagen dat meerdere wetenschappers met ander onderzoek daartoe ook kwamen.