Het gemis voor een opgroeiende diens afkomst

 

te  kennen  en  het  ontdekken  van  valse

 

historie heeft bezwarende invloed op de psyche.

 

 

Het  identiteitsgevoel  beschadigd...

 

 

Geadopteerde volwassenen benoemen hun gemis hun eerste historie en familie te kennen en wat het ontdekken van valse dossiers over hun historie voor invloed heeft op het zelfbeeld; een bloemlezing.

 

Bedenk dat ook opgroeiende pleegkinderen (uithuisgeplaatsten) psychisch met het gevolg van dit ‘waarom’ in de maag kunnen zitten!

 

Na de vraag “Waarom zoeken geadopteerden?” komen deze reacties los:

 

“We voelen ons verloren.”

 

“De drang om ons te kunnen herkennen in onze biologische [onbekende/niet-doorkende] familie geeft dat gevoel.”

 

“Het geeft een gevoel dat mijn familie me afgenomen is, gestolen; en ik haat dat dit waar is. Het is om te verwerken wat verloren is.” (Onmacht, onrecht)

 

“Die drang is dat we betekenis van onszelf zoeken, identiteitsgevoel. Als niet bij ouders opgegroeiden moeten we dieper zoeken dan gewone kinderen.”

 

“Het begin [van ons leven] lijkt zo zinloos en ik wil het begrijpen. Ik wil ‘mezelf’ vinden [in herkenning aan biologische familie].”

 

“Dit gevoel, deze drang. Het is hetzelfde als waarom er historici en genealogen bestaan. Het is een menselijke natuur, nieuwsgierigheid, maar toch veel meer, veel dieper.”

 

Alleen een psychopaat zou die vraag over ‘zoeken’ stellen. Het is fundamenteel voor de mensheid om te weten wie je bent. Wanneer je alle onzin wegstreept, is het enige echte ding dat we bezitten, onze identiteit.” (En daar wringt het door het niet-kennen).

 

“Iedereen weet diens ouders, maar wij niet; een gemis. En de vragen die ons gesteld worden voelt als micro-agressie, als pesten.”

 

“Wil mijn historie kennen om het drang van verlangen af te doen nemen. Ik voelde dit oncontroleerbare verlangen en verdriet tot ik doorzocht. Ik had een therapeut die vroeg: "Denk je wel eens dat je dit verlangen hebt omdat je niet weet wie je biologische familie is?" Ik zei: nee, maar ik dacht dat ik niets te verliezen had, dus ik zocht, en dat verlangen is niet verdwenen.”

 

"Om te weten waar we heen gaan moeten we weten wie we zijn" (to know where we go it is necessary to know in we are) – Ik word achtervolgd door het verre verleden. Ik zal mijn weg vinden, mijn weg naar huis vinden.” (Het is menselijk ontbrekende stukjes van onze historie te vinden; zoals we zien bij genealogie).

 

“Ook pijnlijk is dat de biologische moeders hun kind kwijt zijn, vaak gestolen of door misleiding verhandeld, of gedwongen door cultuur afgestaan zonder hulp. Er zijn daar zoveel misstanden, zoals moeders drogeren.”…   (Onrecht;   “Is dat niet te vergelijken met de ‘dwaze moeders’ in Argentinië?”) 

     

 

“Is het niet nèt zo als ouders die hun kind zonder diagnose verloren aan ‘jeugdzorg’ door valse beweringen? Waarom leiden politici ons af van die misstanden? Waarom dit recht van ons bagatelliseren?”

 

“Als geadopteerden, wanneer ons wordt gevraagd naar onze afkomst, moeten we dealen met een leugen bij aanvang van ons leven. Ook al was de adoptie goed bedoeld.”

 

“We zoeken vanwege dat kleine lege plekje in ons hart en ziel, op zoek naar antwoorden [op identiteitsvraag] die beter/eerlijker hadden moeten worden gedocumenteerd… Het gevoel dat niemand kan invullen.”

 

“We worden ook gezien als buitenlanders, buitenstaanders zonder familie, vreemd. Ik wordt telkens geconfronteerd met een cultuur die niet mijn afkomst, mijn familie is, of juist van het begin is dat ik niet ken.”

 

“Ik begon mijn zoektocht op de dag dat ik hoorde dat ik geadopteerd/pleegkind was, en ik was toen 42 jaar! Een urgente drang. En voelde het als schande.”

 

“Het moet toch afschuwelijk zijn om zolang tegen een kind te moeten liegen.” (pleeg-/adoptie-kind. Veel tekenen van onvrede, onzekerheid, onrecht, vreemdelingschap in deze wereld, psychisch in beslag genomen zijn).

 

“Ben ik wel geliefd? Was ik waardeloos dat ouders me niet wilden?” (Het idee dat het de eigen ouders waren die het kind afstonden, en niet de dwang van de ‘jeugdzorg’ of andere culturele misstanden. Dit schaadt het zelfbeeld!).

 

“Wat als ik een transplantatie nodig heb? Zijn er genetische risico’s uit familie?”

Enz.

 

Op fora is veel meer te vinden over het gemis de eigen ouders goed en duurzaam te kennen. De 'jeugdzorg', ook de nazorg voor geadopteerden, (onder)kent dit belang niet en matcht de juist nodige kennis meestal niet bij de case.

Bij pleegkinderen worden de ouders al te vaak weggezet als slechte opvoeders of zelfs kindermishandelaars zonder dat er een harde diagnostische meetmethode is toegepast.

 

 

Nodige achtergrond:

 

Na de hechting is een gezonde ontwikkeling van het identiteitsgevoel een groot, doch in 'jeugdzorg' miskend of 'vergeten' kindbelang.

Het wegzetten van een kind uit eigen omgeving heeft grote contra-indicatieve gevolgen die bijna nooit worden meegewogen op de weegschaal van Vrouwe Justitia.

Zelden dat ouders die een hogergekwalificeerde hulpverlening wensen bij de jeugdhulp of gezinsvoogdij, en dat kenbaar maken, serieus genomen worden (IVRK 24 lid 1) niet weggezet worden naar de rechter als 'tegenwerkend', als 'niet leerzaam', zonder dat het bewezen is; rechters volgen deze beweringen over ouders.

Waar er in de gezondheidszorg in overleg naar het meest passende hulptraject wordt gezocht dat acceptabel is, wordt onder 'jeugdzorg' door sociaal werkers qua opleiding een hulptraject opgedrongen, vaak onder bedreiging dat als de ouders daaraan niet meewerken (ondanks hun hogere inzet) ze de beschermingstafel met de Raad voor de Kinderbescherming over zich heen krijgen; drangzorg is niet optimaal en enthousiasmeert ouders niet, in tegendeel. Chantage is het tegendeel van 'informed consent' zoals het behoort in de gezondheidszorg. 

 

De hulptrajecten van de 'jeugdzorg' zijn veelal niet diagnostisch gewezen.

Mocht er een gedragswetenschapper in het team of de beschermingstafel hebben meegezeten, dan heeft deze geen diagnose uitgesproken omdat diens beroepscode eist dat de deskundige het cliëntsysteem zèlf gezien en onderzocht heeft, vooraleer er een diagnose gesteld mag worden. Dat is zelden het geval en zou dan bewijsbaar moeten zijn met een diagnostisch meetrapport, Dàt moeten rechters kunnen nagaan!