http://www.againstchildtrafficking.org/2016/11/5985/

‘Stop adoptie van kinderen

uit het buitenland’

 Zie ook: http://media.leidenuniv.nl/legacy/reactie-op-rapport-rsj.pdf en http://www.adoptie.org/2016/11/04/reactie-van-lava-op-rapport-rvj-over-adoptie/  met reacties over het RSJ-rapport. Onder de opvallende woorden van een jeugdrechter wordt er even ingegaan op het RSJ-rapport.

Source: http://www.telegraaf.nl/binnenland/26935671/___Stop_adoptie_buitenland___.html :

woensdag 2 november 2016, 6:43  ©  Hollandse Hoogte

Met uitspraken van een jeugdrechter in Nederland:

 

Nederland moet stoppen met de adoptie van kinderen uit het buitenland.

Het recht van kinderen om in het land van herkomst in gezinsverband op te groeien, hoort onvoorwaardelijk voorop te staan.

Dat adviseert de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) woensdag aan het kabinet.

 

Een kind is altijd beter af in een gezinssituatie dan in een tehuis en het is heel erg belangrijk dat een kind continuïteit van opvoeding heeft”, stelt kinderrechter Jolande Calkoen, die lid is van de RSJ woensdag in Trouw. „Dus dat het in een omgeving blijft waar het de cultuur, de sociale omgeving en de taal kent.” {Hier vergeet de rechter een ander belangrijk kindbelang: het 'kennen' van de eigen ouders, dus het zo mogelijk terugplaatsen. Dit is vergelijkbaar met het uithuisplaatsen van (pleeg)kinderen.}.

 

De Raad heeft zich op verzoek van de regering gebogen over de vraag hoe potentiële adoptiekinderen het best beschermd kunnen worden.

De RSJ constateert dat adoptie veel voordelen biedt voor het individuele kind {indien er legitiem echt geen andere keuze is vastgesteld}, maar vindt dat aan het stelsel in zijn geheel te veel onoplosbare risico’s kleven.

De RSJ benadrukt {optimistisch} wel in het rapport dat adoptieouders en bemiddelingsbureaus niets kwalijk te nemen is.

 

„Opgroeien in een gezin in het land {c.q. cultuur} van herkomst heeft daarom de voorkeur”, aldus Calkoen. Door te stoppen met buitenlandse adoptie zijn de kinderen volgens haar beter af.

„Uiteindelijk help je meer kinderen door hen ter plaatse te ondersteunen met goede jeugdbescherming dan door enkele kinderen hier naartoe te laten komen. We zouden, als wij hier in Nederland nog kinderen aangeboden krijgen, ter plaatse met organisaties als Terre des Hommes en Unicef kunnen meedenken of er geen pleeggezinnen in het land van herkomst zijn. Nu gebeurt dat te weinig.”

 

De RSJ meent dat er een ‘vraaggestuurde markt’ is ontstaan door de wens van westerse ouders om buitenlandse kinderen te adopteren en door de financiële belangen die daarmee gemoeid zijn.

Die markt handelt in kinderen zonder gezin en het stelt het belang van het kind niet altijd voorop, aldus de RSJ. {En niet alleen de RSJ heeft die mening gevormd! Er bestaat  ongecontroleerde kinderhandel ter adoptie, zoals er ook pleegkinderhandel bestaat!}

 

„Het feit dat tehuizen niet leger worden, wijst er wel op dat het een vraaggestuurde markt lijkt. Er is ook gebleken dat het merendeel van de kinderen die voor adoptie worden aangeboden, wèl ouders heeft.    Het zijn geen wezen.

Je kunt je dan afvragen in hoeverre het afstand-doen {vergelijk uithuisplaatsen} van een kind echt de bedoeling is geweest van die moeder”, aldus Calkoen. „Het is beter en duurzamer om te helpen bij de opbouw van kinderbescherming in het land van herkomst.”

 

Meer:

Een discussie onder 'Jacobine' met een volwassen geadopteerde, een adoptiefouder, een adoptiefouderverenigingsvoorzitter en adoptieprofessor René Hoksbergen staat op deze YouTube. Ook op deze Youtube is te horen hoe belangrijk hoogwaardige nazorg in 'jeugdzorg' of liever jeugd-gezondheidszorg nodig is, met hoe opgroeienden de ondersteuning bij adoptie ervaren.

 

Een voorbeeld van hoe kinderen ter adoptie leven staat hier.

 

Hoe de 'jeugdzorg' hier in Nederland ondeskundig werkt met te veel 'false positives' die schadelijk zullen zijn voor de OTS-kinderen staat hier in een samenvattende uitzending dat wetenschappelijk gaat over "Kinderen horen thuis" (met Wetenschapper Prof.dr. Jo Hermanns, advocaat Richard Korver, kinderombudsman Marc Dullaert, prof.dr. R. Hoksbergen, psychiater dr. Theo Doreleijers, en anderen).

 

Er zijn ook andere dubieuze mogelijkheden om een kinderwens te vervullen zoals draagmoederschap (met een babyfabriek) [met in die uitzending ook ervaringen van volwassen geadopteerden], of pleegouders worden wetende dat zeer vele uithuisgeplaatste kinderen [ook met weggeplaatste kinderen en commissie Samson over seksueel misbruik onder OTS] niet valide weggeplaatst zijn van hun ouders.

 

Ouders van weggeplaatste kinderen lopen ook schade op, zoals te horen is in deze uitzending over 'afstandsmoeders' of door de 'jeugdzorg' vaak ten onrechte beschuldigde ouders.

 

 

Het geeft te denken.

Er zijn overal financiële belangen, die objecten zoals kinderen waar vraag naar is gebruiken, om aan te verdienen.

Kinderhandel.

Childtrafficing!

 

Er zijn rechters die vermoeden (maar niet gedetailleerd onderzoeken) dat de ‘jeugdzorg’ met frauduleuze, of althans dubieuze, rapportages naar de rechtbank komen.   Zo lezen we in het juridisch maandblad FJR:

 

Rond het (bij vraag naar diagnostiek) ‘doorverwijs- en terugplaats-beleid’ van BJZ herkent  raadsheer mr. P. A. J. Th. van Teeffelen van het Hof te ’s Hertogen­bosch (juris­tenblad FJR, 10, 2010/92, p. 248) knelpunten.  

Hij somt 3 knelpunten op in de BJZ-inzet, die door de opbouw der stukken voor een rechtsgeleerde al een waar zoekplaatje oplevert, laat staan voor ouders:

 

We vroegen ons af of er ook geen lessen uit het verleden te trekken vallen. …

Het wordt lastig, indien adequate beantwoording [van BJZ {nu G.I.} op diens verantwoordingsplicht] uitblijft en het wordt dubbel lastig, indien het hof niet kan instemmen met de lijn, die het bureau in het verleden heeft uitgezet, omdat het hof die bij een afweging van alle belangen niet voldoende redelijk vindt. In de praktijk is het dan voor het hof niet eenvoudig om het beleid van Bureau Jeugdzorg {G.I.} een beetje bij (c.q. om) te buigen, laat staan dat dit voor cliënten in een rechtstreeks contact met Bureau Jeugdzorg een gemakkelijk haalbare zaak is. …

 

Om te beginnen met het eerste knelpunt, kinderen worden met een machtiging uit huis geplaatst en vervolgens gebeurt er bij de ouders lange tijd niets. Ouders stellen de vraag wat zij moeten doen om de kinderen weer terug thuis te krijgen en krijgen daarop geen antwoord of worden min of meer met een kluitje in het riet gestuurd.

 

Als ouders via derden zelf hulpverlening organiseren [als daaraan al wordt meegewerkt], duurt het erg lang voordat Bureau Jeugdzorg een beslissing tot terugplaatsing overweegt, laat staan voordat die genomen is. Zeker als het kind 'goed zit', is er weinig animo tot terugplaatsing.

 

Uiteraard krijgen we als hof regelmatig die situatie ter beoordeling en een fatsoenlijk antwoord op de vraag naar de inspanningen die worden gedaan om het kind terug te plaatsen bij de ouders krijgen we lang niet altijd. Toch is het met name bij jonge kinderen de bedoeling van de wetgever dat terugkeer naar huis binnen het kader van de ondertoezichtstelling echt serieus genomen wordt. In deze situatie (dus niet voor, maar na de uithuisplaatsing) merken we weinig van het effect van de landelijk ingevoerde Delta-methode.”   {Ouders zien hun inbreng niet terug in Plan van Aanpak of Indicatiebesluit.}

 

 “Het tweede knelpunt heeft betrekking op de uit te brengen rapportage. Aan het hof en uiteraard ook aan ouders dient te worden gerapporteerd. Rapportage van het Bureau Jeugdzorg is in het algemeen niet eenvoudig te lezen. Voor de jaarlijks uit te brengen rapportage schijnt ‘protocol’ te zijn, dat grote  delen van het rapport van de raad letterlijk worden overgenomen en daarvoor, daartussen of daarachter worden de eigen bevindingen van het Bureau Jeugdzorg opgenomen. Het indicatiebesluit en het plan van aanpak zijn in de praktijk grotendeels gelijkluidend en het is soms heel moeilijk te lezen of bepaalde doeleinden nog behaald moeten worden of inmiddels al zijn gerealiseerd. Het komt verder nogal eens voor, dat de rapportage van Bureau Jeugdzorg soms tientallen pagina's lang is en een waar zoekplaatje. Een behoorlijk geschreven verweerschrift van Bureau Jeugdzorg is dan noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van de situatie.

 

Bepaalde bevindingen van raad of bureau, die in het verleden door cliënten met succes zijn aangevochten, blijven regelmatig in de volgende rapportage weer terugkomen. Ouders stellen de vraag wat zij moeten doen om de kinderen weer terug thuis te krijgen en krijgen daarop geen antwoord of worden min of meer met een kluitje in het riet gestuurd. {Onwillekeurig rijst dan de vraag nogal eens: ‘is het bureau er voor de cliënten of zijn de cliënten er voor het bureau?’}

 

 … Voor cliënten lijkt het in een aantal situaties dan ook een gevecht tegen windmolens in plaats van dat de hulp wordt verleend, waar het allemaal om begonnen is.

 

Het derde knelpunt heeft betrekking op de verantwoordingsplicht van Bureau Jeugdzorg. Het bureau heeft er jegens het hof nogal eens zichtbaar moeite mee zich te verantwoorden. Dat kan gemakkelijk leiden tot irritaties over en weer. Voor het hof is het de kunst om hoffelijk te blijven, ook al heb je soms grote problemen met de wijze waarop door het bureau in het verleden is gewerkt. Doordat er soms in een jaar weinig structureel aan een bepaalde zaak is gewerkt, ontstaat in het vraaggesprek nogal eens een pijnlijke situatie. Het bureau wil dan nogal eens een houding aannemen van: ‘wij weten het beter en u begrijpt niets van ons vak.’...

 

[Bij BJZ] is er weinig animo tot terugplaatsing. Uiteraard krijgen we als hof regelmatig die situatie ter beoordeling en een fatsoenlijk antwoord op onze vraag naar de inspanningen die worden gedaan om het kind terug te plaatsen bij de ouders krijgen we lang niet altijd. Ouders stellen de vraag wat zij moeten doen om de kinderen weer terug thuis te krijgen en krijgen daarop geen antwoord of worden min of meer met een kluitje in het riet gestuurd. … Onwillekeurig rijst dan de vraag nogal eens: ‘is het bureau er voor de cliënten of zijn de cliënten er voor het bureau?’ (Citaten).

 

Ook het mild en bescheiden (t.a.v. de ‘jeugdzorg’) rapport van de Kinderombudsman   “Is de jeugdzorg gegrond?” uit 2013 staat op pag. 93 (http://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/2013.KOM008Isdezorggegrond.pdf) :

 

– De financiering van BJZ {tegenwoordig de G.I. die (gezins)voogdij uitvoert} op het aantal uitgevoerde beschermingsmaatregelen brengt een risico mee dat er gestuurd wordt op meer of langer doorlopende maatregelen. Natuurlijk neemt niet BJZ (G.I.) maar de rechter uiteindelijk een dergelijke beslissing en heeft de Raad (behalve bij verlenging van een OTS) de taak om te toetsen of de gronden voor een maatregel in juridische zin aanwezig zijn.

 

Daardoor wordt dit risico grotendeels afgevangen. Desondanks is het de vraag of een dergelijke potentiële ‘perverse prikkel’ niet beter kan worden weggenomen.”

 

Ook:

“– BJZ en de Raad werken met beperkte budgetten. De druk vanuit politiek en bestuur om steeds meer zaken in steeds kortere tijd af te handelen, is hoog. Medewerkers ervaren dat zij worden aangestuurd op de kwantiteit, en minder op de kwaliteit van hun werk. Een zorgvuldig onderzoek naar de opvoedsituatie van een kind en het formuleren van een zorgvuldige beslissing, vraagt tijd.

 

Het bouwen van draagvlak bij ouders voor een beslissing vraagt om de rust van een persoonlijk gesprek, en tijd om ouders te laten reageren op een rapport. Een belangrijke vraag is dan ook, hoeveel geld hebben we over voor een kwalitatief hoogwaardig feitenonderzoek?”  Etc..

 

En zo meer: de ‘jeugdzorg’ maakt fouten, haalt feiten en vele meningen door elkaar heen, zou moeten 'professionaliseren'(al kan het nooit tot het niveau van arts bijleren in enige maanden), zodat de rechters niet goed kunnen méten en àfwegen.

 

Op deze site van Jeugdbescherming.jimdo.nl staan ook enige verwijzingen naar wetenschappers, die de vraag stelden of het niet beter is (ja, zelfs aantoonden dat het zo is) of er voor enige dwangzorg echt gediagnosticeerd zou moeten worden.

 

Wanneer hier in Nederland (als koploper in Europa) ook zoveel twijfels zijn over het uithuisplaatsen, het wegplaatsen van de eigen ouders, van de eigen cultuur, van de eigen families, èn we zien de bovengenoemde uitspraken van jeugdrechter Calkoen, dan mogen we ons afvragen of er ook hier sprake is van diverse vormen van kinderhandel, dat opgedoekt dient te worden.

 

Er is jeugd-gezòndheidszorg. Dat kan meer valide meten. En deze heeft meer overzicht op verdere belangen van het zich ontwikkelende kind.

 

Bedreigingen (uit lid 1 van BW1:255) moeten afgewogen worden t.o.v. de wetenschappelijk vastgestelde bedreigingen en contra-indicaties die het kind oploopt onder OTS en erger.  

 

Er zijn te veel financiële prikkels in heel het jeugdzorg- en pleegzorgsysteem.

 

Mogen we nog wat toevoegen:

Eveneens tonen de bevindingen van mr. Pieter van Vollenhoven’s Onderzoeksraad voor de Veiligheid een gemis aan in het onderzoeksniveau van de ‘jeugdzorg’:  de BJZ’s, heden de G.I.’s,  blijken te onbekwaam om een deskundige in te schakelen voor ópen en integrale diagnostiek.

Het wordt ondersteund door een zeer groots onderzoek,  de bevindingen van Susan L. Smith van het Donaldson Adoption Institute, dat vond dat de reguliere jeugdzorg te onbekwaam was om tot valide diagnose te komen (‘Keeping the Promise’, 2010).

En zo zijn er meer bevindingen vanuit de onafhankelijke wetenschapshoek buiten de ‘jeugdzorg’ om.

 

In de lezing van ex-jeugdrechter mw.mr. A.C. Quik-Schuijt bij OuderNetwerkJeugdzorg Gdl op 29-01-2011, “Waarheidsvinding in de Jeugdzorg”, schrijft ze over ‘waarheidsvinding’ - vergetend dat het om degelijk metende dus ‘diagnostische waarheidsvinding’ zou moeten gaan - waaronder:

 

‘Eén conclusie uit het rapport van de Raad voor de Veiligheid van Pieter van Vollenhoven is dat instellingen wel dingen zien maar er vaak niets mee doen, geen goede risico-inventarisatie en -evaluatie maken (en geen deskundigheid willen inhuren):

 

a. omdat zij de verantwoordelijkheid van de ouders teveel laten prevaleren (of eerder zij niet denken vanuit het kind en te laag opgeleid zijn), en

 

b. omdat er geen of gebrekkige communicatie is tussen de verschillende spelers in het veld van de jeugdzorg (en verkeerd en te laagwaardig zijn voorgelicht door deze jeugdzorgwerkers).

 

Daar moet verandering in komen.’ ...

 

Ik merk daarbij op, in de voetsporen van het genoemde rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (Van Vollenhoven) dat “het tuchtrecht in de huidige omstandigheden geen geschikt instrument is, geen kwaliteitscontrolemechanisme,  aangezien de professionaliteit in de sector nog in de ‘kinderschoenen’ staat. Het tuchtrecht is gericht op individueel disfunctioneren; de instelling en de omringende professionals en instellingen blijven buiten beeld”.

 

Ik denk dat Van Vollenhoven cs. hier wel een punt heeft.’ - aldus een ex-jeugdrechter.

 

Het vermoeden wordt keer op keer bevestigd, en de wens ware dat de jeugdrechters, als de 'jeugdzorg' dat zelf niet wenst, deze wetenschap buiten hun juridische discipline nu eens zouden lezen, begrijpen en implementeren in hun afwegingen, naar bewijs zoekend, en de alternatieven schouwend. De diverse vormen van kinderhandel of institutionele kindermishandeling zouden moeten tenietgedaan.

Kinderen zijn beter af thuis.

 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Een strofe uit het RSJ-advies is opmerkelijk en bruikbaar, en geldt eveneens bij uithuisplaatsen (UHP) tot pleegkind, en gaat over het:


“Begrip ‘belang van het kind’:

“De discussie over interlandelijke adoptie draait in essentie om de betekenis en de invulling van het begrip ‘belang van het kind’.
‘Het belang van het kind’ vormt een centrale waarde in het IVRK en het Haagse verdrag, verdragen die o.a. de interlandelijke adoptie bestrijken. {Maar het begrip komt ook voor bij 'jeugdzorg' in o.a. BW1:255}!!!
Dit betekent dat ‘het belang van het kind’ vóórgaat in een afweging ten opzichte van andere belangen (bijvoorbeeld die van wethouders, wensouders en vergunninghouders/instanties).

Het begrip ‘belang van het kind’ wordt echter [ook in de juridische wereld] verschillend uitgelegd en gebruikt.
Dit resulteert erin dat men bij discussie over (het stelsel van) interlandelijke adoptie {maar ook bij 'jeugdzorg' die UitHuisPlaatst} langs elkaar heen praat en elkaar 'niet begrijpt'.

 

- Om een voorbeeld te geven:
wie de beste medische zorg {IVRK art. 24 lid 1} als een zwaarwegende factor beschouwt in het ‘belang van het kind’, zal oordelen dat iedere interlandelijke adoptie die kansen biedt op betere medische zorg in het belang van het kind is {dus geen UHP}.

Daartegenover zal iemand die continuïteit van de culturele achtergrond van het kind de belangrijkste factor vindt, weinig interlandelijke adopties {of UHP} in het belang van het kind achten.

 

- Oplossing: Concretiseer!:

In het General Comment wordt dit probleem onderkend en wordt aanbevolen het belang van het kind geïndividualiseerd te benaderen:
‘The concept of the child’s best interest is complex and its content must be determined on a case-by-case basis.’

 

Voor een zinvolle discussie is het essentieel het containerbegrip ‘belang van het kind’ altijd te concretiseren en aan te geven welke component uit dat ‘belang’ men op het oog heeft en het zwaarst laat wegen. {Psychische gezondheid met voorlichting en hulp daarvoor, tegenover [dwang]speculaties van 'jeugdzorg'? Ook latere belangen van het kind mee laten wegen, of enkel op korte termijn denken?}.

 

Kalverboer en Zijlstra onderscheiden de verschillende componenten van het belang van het kind in hun ‘model Belang van het kind' (BvK) naar ontwikkelingsvoorwaarden in het gezin (bv. adequate verzorging) en in de samenleving (bv. educatie).
Deze componenten van ‘het belang van het kind’ komen terug in de context van interlandelijke adoptie {en UHP}.
Unicef operationaliseert het 'belang van het kind' bij interlandelijke adoptie in een checklist.


Onderdelen van deze checklist zijn bijvoorbeeld het onderzoeken:
• van de mogelijkheden om het kind te herenigen met de ouders of andere familie.
• van de gezondheid van het kind en de beschikbare medische zorg.
• in welke mate sprake kan zijn van continuïteit van de etniciteit, religie en culturele achtergrond van het kind.

 

- Microniveau en macroniveau:
Discussie over adoptie {en uithuisplaatsen} is eveneens onzuiver als niet duidelijk (concreet) is of deze wordt benaderd op individueel niveau dan wel op stelselniveau.
Wanneer we het over adoptie {c.q. UHP} op het mícroniveau hebben, staat het individuele kind centraal.
Het kind is onderdeel van de zogenaamde adoptiedriehoek die gevormd wordt door biologische ouders, kind en pleeg/wensouders.
Op mácroniveau staat het adoptiesysteem centraal: het stelsel dat in het leven is geroepen om individuele adopties {of UHP} te faciliteren en de kwaliteit ervan te bewaken.
Het begrip ‘belang van het kind’ speelt zowel op micro- als macroniveau.
Op microniveau gaat het om het belang van een kind in een specifiek situatie (met specifieke pleeg/wensouders en biologische ouders).
Op macroniveau gaat het om het belang van het kind in het stelsel, dat wil zeggen alle kinderen die op één of andere wijze tot de mogelijke doelgroep van interlandelijke adoptie {of UHP} zouden kunnen (gaan) behoren omdat ze (het risico lopen) niet in een eigen gezin {goed} (te) kunnen opgroeien."

 

Verder op pag. 24: de PDF op https://www.rijksoverheid.nl/…/tk-bijlage-rsj-advies-bezinn… {dus het kent een parallel met UHP}.
En ook geadopteerden kunnen in de 'jeugdzorg' verstrikt raken, daar deze niet specialistisch is en niet kan zijn: http://jeugdbescherming.jimdo.com/adoptie-en-pleegzorg/ . . .

   Zou jeugdrechter Calkoen c.s. dat begrepen hebben ten aanzien van hier ín Nederland met 'jeugdzorg'?:

 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

 Enkele relativerende, wetenschappelijker 

 

 opmerkingen bij het RSJ-rapport:

 

Enige stellingen uit het rapport met opmerking:

+: "De kwaliteit van interlandelijke adoptieprocedures kan onvoldoende gegarandeerd worden, daarom zouden we ermee moeten stoppen." =>

 Daar waar die garanties niet gegeven worden en niet gecontroleerd mag worden, moet dat adoptiekanaal stoppen, en daar waar het wel gegarandeerd kan worden en gecontroleerd, kan het wel.

+: "Het belang van het kind is beter gediend met zorg in het land van herkomst. Er moet worden gestuurd op het verbeteren van de zorg ter plaatse." =>

 Wanneer kinderen al lang in een tehuis zitten zijn de mogelijkheden daar voorbij en is familiaire buitenlandse adoptie het 'tertiair best'. Ook waar bepaalde kinderen als paria's worden behandeld dankzij de plaatselijke cultuur en zij daar geen leven kennen en dit gecontroleerd kan worden, is de buitenlandse adoptie een beschermingsmaatregel. Er zijn miljoenen kinderen die nog niet in eigen land een familiaire weg vinden, en dat moet eerst verminderen om volkomen te stoppen.

+: "Het gaat te vaak niet goed met interlandelijke geadopteerden in Nederland." =>

 Dat is niet te wijten aan de adoptieprocedure doch aan het bezuinigende niveau van 'jeugdzorg' i.p.v. specialistische gezondheidszorg-ingangen met specifieke deskundigheid. Niet voor niks bestaat het advies van prof.dr. R.A.C. Hoksbergen om een   stichting IBAP   voor een brede doelgroep op te richten, zodat de juiste kennis direct verstrakt kan worden en de urgent-gevoelde therapieën juist aangewezen kunnen worden. Er is politiek o.a. op de SAV (WAN) en de FIOM bezuinigd en specialistische adoptietherapeuten krijgen door hun landelijk werken geen financiering per gemeente, zodat Nederland zèlf te kennen geeft dat een goede ontwikkeling niet nodig is bij deze kinderen. Dit geldt immers ook voor de pleegkinderengroep die een afgestaan-ervaring (uithuisplaatsing) hebben meegemaakt en met vragen zitten die onbehoorlijk zijn beantwoord door de (gezins)voogdij.

+: "Interlandelijke adoptie werkt het opzetten van goede zorg in het herkomstland tegen". Het zou "aanzuigend" werken... =>

 Waar het aantal adopties in de praktijk van familieloze kinderen minder is  dan 1 promille (1) is deze 'werking' wel erg minimaal om genoemd te worden.   Wèl is het veel moeten betalen naar het land van herkomst, in koppelverkoop, aanzuigend op personen die willen verdienen aan adoptie. Een reden temeer om deze koppelverkoop (grootste gedeelte gaat op aan 'ondersteuningsprojecten') te verbieden. En er flink op te controleren, omdat kinderhandel echt al vaker is geconstateerd. Waar  het adopteren duur moet zijn als drempel, kan in Nederland zelf een belasting geheven worden.

Adoptie stoppen - waar kinderen wel afgestaan zijn door financiële of culturele dwang - is onzinnig als argument, want het trauma is er al. Stoppen voorkomt geen trauma. (Stoppen met ongemeten en ongewogen uithuisplaatsen wel.)  En kindertehuizen zijn niet relationeel intiem voor een goede gehechtheid. Stoppen zou dan voor dit relatief kleine aantal kinderen betekenen dat zij een gezin [als toch tertiair best erkend] zullen ontberen als opvoedingsklimaat. 

 Bovengenoemde rechter Calkoen komt dus met vreemde argumenten. Met minder dan 1 promille (1) aan adopties uit die tehuizen verwacht zij dat die tehuizen leeg zouden moet lopen? Ze is dan geen rekenwonder!

Dat ze haar vergelijking niet doorzet naar Nederland en de uithuisplaats-cultuur zonder feitelijke geméten gronden,  is pijnlijk voor vele pleegkinderen waar de gezinsvoogd zich niet inzet om de ouders (BW1:262) goed voor te laten lichten door echte deskundigen om tot terugplaatsing te komen. Ook het contact [kind-ouders] wordt te regelmatig gesaboteerd door onpedagogische en beperkende schriftelijke aanwijzingen (BW1:263--265).

Vaak wordt er verlenging UHP aangevraagd en toegewezen "omdat het onderzoek" (zonder de vraag te stellen van welk niveau [afvinklijstjes en meningen, of open en  vastgelegde diagnostiek?] dat "onderzoek" dan wel was) nog steeds niet zou zijn afgerond; en ouders maar klagen over de vaagheid van de gezinsvoogden. Men klaagt over 'uitsteltactiek'.

En men klaagt over te lage frequenties van kindcontact met de eigen ouders. Drukte van de gezinsvoogd is geen argument, omdat een   diagnose  mèt  open onderzoeksvragen   uitbesteed kan worden en het ouders voorlichten en testen eveneens.  Voor het optimaal houden voor de kans op terugplaatsen is een intensieve contactregeling van groot belang, ook voor ouders om mee te groeien met de ontwikkeling van het kind in pleegsetting en hun cursus of voorlichting in de praktijk te kunnen brengen; en dit liefst waargenomen door een deskundige en niet door de gebruikelijke gezinsvoogd/sociaal werkster.

Ook uitleg naar het kind over de UHP en de eigen ouders [niet mogen zien] is loyaliteitsconflicterend en dus onpedagogisch.

Er zijn meer pleegkinderen dan adoptiekinderen.

   -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het RSJ-rapport kwam tot stand naar aanleiding van berichten zoals deze:

       https://www.youtube.com/watch?v=VFyREBwzYqs .

 

Ook nieuws over dat rapport en beleid op:  https://www.youtube.com/watch?v=q0NpjN3ZDIY   en op https://www.youtube.com/watch?v=3i2ClxIs-lQ .

 

    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

*

 Wettelijk kader over Uithuisplaatsen:

 

*: BW1: Artikel 257 (parallel aan Rv 800 lid 3)

·         1 De kinderrechter kan de minderjarige voorlopig onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een èrnstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid, is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen.

·         2 Het tweede lid van artikel 255 is van overeenkomstige toepassing. De kinderrechter bepaalt de duur van dit toezicht op ten hoogste drie maanden en kan de beslissing te allen tijde herroepen.

{Uiteraard dient in deze tijd degelijk onderzoek op niveau ten behoeve van het ontvankelijke kind spoedig van de grond te komen. Ouders moeten niet afwachten maar hun wettelijk recht (BW1:247) ook de zorg voor hun kind te bewaken gebruiken! Waar de gezinsvoogdij talmt met het diagnostisch onderzoek door middel van specialisten, mogen de ouders dus – zonder dat dit als ‘tegenwerken’ wordt tegengeworpen – de een specialist aanbevelen naar de gezinsvoogdij, gelet op het kinderrecht IVRK artikel 24 lid 1, met betrekking tot de grootst mogelijke mate van – ook geestelijke – gezondheid en toegang daartoe om dit te optimaliseren.

En eveneens uiteraard dienen ouders voor de OTS-aanvraag reeds deskundige voorlichting te hebben ontvangen om een mentale keuze te maken om UHP te voorkomen.}

 

Rv 800 lid 3:

De beschikkingen tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging van de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet om een minderjarige uit huis te plaatsen …. kunnen alleen dan aanstonds worden gegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zònder ònmiddellijk èn èrnstig geváár voor de minderjarige. Deze beschikkingen verliezen haar kracht na verloop van twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen deze termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.

 

IVRK artikel 24 lid 1 (http://www.kinderrechten.nl/p/13/220/) :

De Staten die partij zijn (dus ook Nederland), erkennen het recht van het kind op het genot van de gróótst mogelijke máte van gezòndheid èn op voorzieningen voor geneeskundige verzorging en revalidatie. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn recht op tóégang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden.
Lid 3: De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatregelen teneinde traditionele gebruiken {zoals ‘jeugdzorg’} die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen.

IVRK artikel 35: De Staten die partij zijn, nemen alle passende nationale …. maatregelen ter voorkoming van de ontvoering of de verkoop van of van de handel in kinderen voor welk doel ook of in welke vorm ook. {Niet-diagnostisch-gemeten en aldus onderbouwde uithuisplaatsing blijke meer en meer als een vorm van hier bedoelde wegplaatsing uit de vertrouwde levenssfeer van het kind te werken, zodat uithuisplaatsen zonder open diagnose die daartoe strekt onder dit artikel kan vallen.}

 

 -------------------------------------------------------------------------------------

 

Ook op  Adoptieouders  meer over dit  RSJ-rapport  en de adoptieproceduregevolgen.

Zo is  deze reactie  van een opgegroeide geadopteerde helder, als is het tevens duidelijk dat onder 'afstand' de ouders verweten wordt en niet de - in feite - culturele, financiële situatie die tot dat proces leidde.