Open brief aan Kamerleden over 'waarheid'in 'jeugdzorg':

27 juni 2016 n.a.v. brief van Minister (op https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/04/13/tk-waarheidsvinding/tk-waarheidsvinding.pdf ):

 

Geachte volksvertegenwoordigers,    ––––    27 juni 2016   ––––

 

De brief van de minister van Veiligheid en Justitie eind juni over waarheidsvinding in de ‘jeugdzorg’ misleidt de politici.

 

Men heeft het zo ongenuanceerd, tot de minister aan toe, over ‘waarheidsvinding’.

 

En in de ‘jeugdzorg’ is het al een ‘feit’, ja, een ‘waarheid’,  wanneer een roddel of mening úítgesproken is. De roddel of mening behoort niet tot ‘feiten’, maar zo wordt het in de praktijk nog steeds wel gebracht. – Welk niveau in ‘waarheidsvinding’ wenst men het kind toe?

 

Voor ik aankaart waar het de ouders wel om gaat, vraag ik me af of de politici wel in de ‘black-box’, de toverdoos, dat ‘jeugdzorg’ heet, wìllen kijken.

 

Ik krijg de idee dat te veel politici niet er ín willen kijken maar deze black-box als prullenbak willen gebruiken om problemen in te willen stoppen èn dan niet te willen zien hoe een bovental[7] aan kinderen er in worden vermorzeld. Er wordt dan niet naar de echte structuur daarbinnen gekeken.

 

Hoe komt het dat ouders klagen over liegen door de jeugdzorgwerker en er vertekenende verklaringen in de rapportages vanuit de G.I. naar de rechter voorkomen?

 

Waar zou het in de black-box dat jeugdzorg heet eigenlijk over moeten gaan?:

 

Minimaal: “diagnostische waarheidsvinding”.

             ||

 

Hoe de jeugdzorgwerkers ook hun best doen, ze zijn en blijven geen medisch opgeleide specialisten.  En dat kan ook niet wanneer ze niet minimaal een basisarts-diploma hebben behaald, een opleiding van jaren, mèt hoogwaardiger afwegen van alle gemeten feiten èn testen.

 

Het artikel 24 lid 1 van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) heeft het over het kinderrecht op de hoogst mogelijke mate van gezondheid en daarbij passende gezondheidszorg. Ook de psychische en orthopedagogische.

 

Wat de ouders willen, is degelijk en open diagnostisch onderzoek. Geen ‘onderzoek’ naar beweringen, meningen en roddels. Niet de ‘fouten’ die de Kinderombudsman eind 2013 vond in de jeugdzorg­rapportages (Is de zorg gegrond?). Ook geen escalerende desinformatie vanuit de G.I. bij scheiding.

 

Dégelijke diagnostiek in het belang van het ook daarna zich ontwikkelende kind moet gebaseerd zijn op ópen onderzoeksvragen. Hoe kan een sociaal werker dat aanleveren aan de (psycho)medisch of orthopedagogisch specialist (met wel BIG-registratie en beëdiging)?

 

Prof. R.J. van der Gaag[1] adviseerde reeds ‘zwaargewichten’, die het cliëntsysteem zelf zien en onderzoeken, voor de toegangsportaal van ‘jeugdzorg’ te plaatsen. (Men moet toch ook een nulmeting hebben om de zorg te controleren?) Zo zijn er meer wetenschappers geweest.

 

Ook werd al decennia vernomen dat de ‘jeugdzorg opgedoekt zou moeten worden’ omdat het niet goed meet.

 

En zeker, ook in de adoptiewetenschappen lezen we regelmatig dat ‘de reguliere jeugdzorg níét de nodige kennis matcht bij de case’.

 

Het geschiedt zelfs in rechterlijke procedures dat echte diagnostische rapporten van het gezin weggewoven worden door de gezinsvoogd ‘omdat het niet zo waarheidsmetend zou zijn’ als haar inzet.

 

Ja, als het hof in appel over een verzoek van ouders heeft beslist dat een uithuisgeplaatst kind terug moet naar huis, dan vragen diverse boze gezinsvoogden bij de gewone rechtbank een spoed-uithuisplaatsing aan die per fax verkregen wordt; de goedgelovige rechter ziet later wel of de OTS dan moet worden verlengd. Rv 800 lid 3 wordt dan geschonden, maar is praktijk.[2]  

 

Protocollen waaraan de gezinsvoogden zich maar half houden, als het hen uitkomt, zijn geen waarborgen van medisch juist handelen. En het kind ervaart de maatregel wel degelijk. Bewezen is dat pleegkinderen het vaak slechter gaan doen. Had prof. Jo Hermanns het er niet over gelijk Doyle?

 

Joseph J. Doyle[4] vond maart 2007 al dat kinderen, met dezelfde problematiek, beter af waren thuis met passende hulptrajecten dan weggezet in een of opeenvolgend meer pleegsettingen.

 

Prof. Femmie Juffer heeft over dat doorplaatsen ook een negatief advies gegeven.[3]

 

Tevens is duidelijk uit praktijk dat er veel beloofd wordt in de gezinsvoogdij. Vaak loze beloften. Doch ouders mogen geen afspraken wegens een geldige reden omzetten op straffe van beschuldigd te worden van “tegenwerken”, een smoes van de gezinsvoogdij om ouders in diskrediet te brengen, en mogen ze trajecten en optimalisatie ten behoeve van hun ontvankelijk kind niet ‘beter en goed-onderbouwd te kennen geven’ en niet vragen naar hoogwaardiger diagnostiek onderzoek.

 

Eén zaak kent u waarschijnlijk, de Karaktermoord[4], door meerderen buiten de ‘jeugdzorg’ om degelijk onderzocht, en vreemd is dat de gezinsvoogdij jaar in jaar uit zo halsstarrig is d.m.v.  insinuaties als grond voor verlenging en later ontheffing. Er ligt bewijs van de ouder!

   ­              _ _ _

De waarheid moet gemeten worden met een diagnostisch specialist die de cliënt ziet en onderzoekt op open en integrale onderzoeksvragen van alle partijen.[5]  Zó kan de rechter bezien welke partij netjes de meest open onderzoeksvragen heeft ingediend. Daarover klagen ouders die meer ‘waarheidsvinding’ willen. ‘Diagnostische waarheidsvinding’ dat al vaker is geadviseerd aan de beleidsmakers. Er bestaat hoogwaardig interactie-onderzoek met begeleiding en informeren.

 

Wanneer het medisch lage niveau van ‘jeugdzorg’ blijft bestaan, dan is bewaking van de toegangspoort tot (dure) dwangzorg noodzakelijk om vele kinderen daar buiten te houden.

 

‘Zwaargewichten’ in die ingang. Diagnostische specialisten zijn goedkoper wegens hun effectiviteit en geloofwaardigheid.

 

Ouders luisteren liever naar die deskundige, willen liever door hem geënthousiasmeerd worden, dan door een jeugdzorgwerker die aan het orthopedagogische en medische etiketten plakken is.  Veel ouders doorzien het en worden niet gehoord in hun “tegenspraak”, zoals de gezinsvoogd het noemt.

 

De jeugdbescherming werkt nog te vaak ‘naar waarheid’ met beweringen van jeugdzorgwerkers, het niveau van sociaal werk, zonder diagnostische bevoegdheid, zonder minimale artsenopleiding, en kan daardoor te weinig eerst thuis aan diagnostische hulp hebben gedaan, en gaat dan bij een beroep op BW1:255 over op het beweren dat thuis de hulp niet geboden kon worden of de ouders daartoe “tegenwerkend” niet bereid zouden zijn. Gezinsvoogden worden niet beëdigd ter zitting.

 

Tja, wat wil je als een medisch òndeskundige aan het orthopedagogische en medisch etiketten plakken is?  Dat werkt als verwijten die niet helpend zijn.

 

Prof. Carlo Schuengel[6] had het al over de contra-productiviteit van drang- en dwangzorg. Het is niet het juiste niveau om ouders te informeren, voor te lichten en te enthousiasmeren.

 

Het communicatieniveau in de G.I.’s is vaak, wat ik meemaak, vreselijk.

 

Zelfs de Gordontraining.nl kenden deze jeugdzorgwerkers alias jeugdbeschermers niet, een nodige cursus, als minimale basis, met prettige communicatietechnieken die géén psychische muren bouwt, en bij gebrek zo contraproductief werkt.

 

Door de slechte communicatietechniek en de verdraaiingen, aandikkingen en insinuaties voelen ouders zich gepasseerd en dat roept weerstand op.  Terecht:  BW6:162 lid 2 heeft het over maatschappelijk fatsoen, en dat is niet te vinden waar ouders niet eerst hoogwaardiger voorgelicht worden, en geen concrete en meetbare eisen aan hun opvoedkwaliteit te horen krijgen.

 

Die concretie kan het lage niveau niet geven.

 

Nu deze week de 'jeugdzorg' besproken wordt, is aandacht voor dit deel in de black-box van node, ten gunste van het ontvankelijke kind, dat zich beter ontwikkelt in het eigen gezinssysteem.

 

Wel wordt er een commissie benoemd dat onderzoek gaat doen naar kindermishandeling onder toezicht van de jeugdhulpverlening, zoals de ‘jeugdzorg’ eens heette.

 

Waarom wordt het onderzoek van prof. N.W. Slot[7] niet herhaald, meer naar nuance zoekend zoals hij wilde? Schrikt een politicus niet van slechts 28% na 2 jaren OTS enigszins verbeterde, meer verslechterde?

 

Er moet medischèr gemeten worden (orthopedagogisch en psychomedisch). Niet met speculaties vanuit het lage niveau.

 

Een dwangmaatregel ontregelt de sfeer waarin het kind vertoeven moet, met gevolg.

 

Met vriendelijke groet,*

 

.........

[1] Van der Gaag's oratie of met méér deskundigen: Gresser, Doyle, Schuengel, Dozier, Slot, etc. .

[2] :   Rv 800 lid 3: “De beschikkingen tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging van de gecertificeerde instelling (G.I.) om een minderjarige uit huis te plaatsen …. kunnen alleen dan aanstonds worden gegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige. …”

[7]  :  72% van OTS-sen gaat niet goed ;   

Wat ondervinden kinderen onder 'jeugdzorg' bij scheiding? .

 *:

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -------------------------------

Het inhoudloze antwoordje uit de Kamer is:

https://www.dropbox.com/s/5m2527587isqitk/2016.VII_TweedeKamer-antwoordje.pdf?dl=0 = De politiek wil bezuinigen, zeggen ze, maar of dat waar is kan worden betwijfeld door de onachtzaamheid op de gevolgkosten en indirecte kosten die met fout-gefundeerde dwangzorg gepaard gaan....:

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -------------------------------

De directe en indirecte èn gevolg- kosten van dit niveau aan 'jeugdzorg', dat geen gezondheidszorg is, is veel hoger dan gepubliceerd wordt: