Gevolgen vanuit wetenschappelijke

 

hoek wat opgroeienden ervaren...           

 

 ... en meer, o.a. onderaan een OPEN BRIEF van kinderen aan ouders:

 

Pleegkinderen en geadopteerden doen het matiger dan de gewone groep kinderen (die niet tussen twee 'strijdende', onvredige sfeer scheppende 'ouders' vertoeven; dit gaat dus ook gelden voor scheidende ouders!).

 

Vooral krijgen hoge aantallen kinderen in pleegzorg en bij omgangssabotage in een vechtscheiding  vragen of opmerkingen[1] over ‘de andere ouder[s]’, en worden voor keuzes gesteld die niet kind-eigen zijn, geen kindertaak mogen zijn.

 

Deze vragen, verbale signalen en keuzes worden gesteld door daartoe ondeskundigen, waar er specialisten zouden moeten worden ingeschakeld.

 

Bij omgangssabotage vallen zelfs kinddoden in Nederland.

 

Er wordt gepest vanwege de nare situatie (onder OTS, zelfs uithuisgeplaatst), en de oordelen die de gezinsvoogdij over het ‘waarom’ van de dwangzorg-situatie aan het kind en derden verstrekt, waar de ouders als slecht of pedagogisch onbekwaam worden afgeschilderd.

 

Derden denken: “er is rook, dus waar is het vuur? De ‘jeugdzorg’... die is toch deskundig?” – Neen dus!.

 

Het uithuisgeplaatste kind, of het kind dat één zijner ouders niet mag zien, krijgt op diens vraag ‘waarom’ te horen wat de gezinsvoogdij (of omgangssaboterende ‘moeder’ [20% vader]) aandraagt aan beweringen over diens eigen biologische ouder[s].

 

Dit, terwijl in de adoptiewetenschappen duidelijk is dat men respectvol moet spreken over de 'eerste ouders'.

 

De gronden waarop de gezinsvoogdij het kind uithuis heeft geplaatst zijn vaak niet gediagnosticeerd, zijn op vermoedens berust, en niet respectvol naar de ouders (BW1:255), terwijl die ouders vaak geen ondersteuning hebben verkregen om uithuisplaatsing concreet te voorkomen.

 

Vaak berust dwangzorg op vermoedens van het niveau kwakzalverij.

 

Ook bij ‘vechtscheidingen’ hebben de ouders geen deskundige voorlichting verkregen onder de ‘jeugdzorg’ wat ze hun kind kunnen aandoen, en wordt er door de ‘jeugdbeschermer’ erg regelmatig gemakzuchtig voor de ouder met de grootste mond gekozen, zonder naar het kindbelang te kijken, zonder te wegen wat het kind in diens identiteitsfase gaat missen.

 

Kinderen hebben, met respect voor alle ouders, een groot hart waar wel vier ouders in kunnen wonen. (Bij terugplaatsing, zo nodig gefaseerd, kunnen de pleegouders als een oom en tante worden, zeker als de pleegplaatsing, door het met 'smoesjes' verlengen en oprekken door de gezinsvoogd, langer dan 5 jaren heeft geduurd, en er eerst geen hulp en steun aan de ouders is verstrekt vlgs BW1:262; de vreemde basis van jeugdzorg-beslissingen liggen waarschijnlijk door het ‘onderzoek’ dat ze gebruiken. (Zie hoe Weterings de 'jeugdzorg' en rechters vals beïnvloedt; maar tevens zie wat de èchte gevolgen zijn van het weghouden van één of beide ouders voor een kind: Gresser of Doyle).

Onderaan staat een Open Brief van kinderen, voor ouders.

 

Kinderen kunnen wegens het 'waarom het niet thuis woont' gepest worden, maar ook vragen van nieuwsgierige volwassenen kunnen pijnlijk zijn:

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kinderen zijn ontvankelijk ..... met gevolgen::

 

“Ken je jouw echte ouders ook?”

 

“Waarom noem je jouw pleegouders niet mama en papa?”

 

“Je lijkt niet op je ouders?!”

 

"Zie je jouw vader/moeder nog?"

 

Dit zijn voorbeelden van vragen aan

 

kinderen, met een naar randje :

 

Hoe vragen met een onaangenaam randje, gesteld aan pleeg- of adoptiekinderen en kinderen na scheiding, als ‘micro-agressie’ kan overkomen.[2]

 

Pleeg- en adoptiegezinnen zijn vaak duidelijk zichtbare familiesituaties. Ook een kind onder omgangssabotage, de ene ouders niet mogen ziend, kan het pijnlijk vinden….

 

Dit kan leiden tot vragen van derden die eigenlijk privé zijn, en gevoeld worden als inbreuk op privacy of kwetsend.

 

Zo kan een vraag of opmerking als hierboven beschouwd worden, door het kind ingevuld worden, als een ‘micro-agressieve’ uitspraak.

 

Een groter begrip voor de onbedoelde effecten van uitspraken en vragen tegen of over leden van pleeg- of adoptiefamilies en oorspronkelijke ouders, is zinvol!

 

> http://www.fsw.leidenuniv.nl/pedagogiek/agp-d/adoc/over/uitgelicht-uit-literatuur.html <

 

In het artikel Do you know your real parents? And other microagressions” van Amanda Baden worden dit soort uitspraken of vragen geanalyseerd, om hiermee te laten zien welke kwetsende onderstromen hieronder kunnen liggen – terwijl de spreker/vragensteller dat vaak helemaal niet zo bedoelt of doorheeft.

 

Op zich meestal goedbedoeld en veel kinderen zullen er geen last van hebben, maar waarom voelt het vaak toch ongemakkelijk?

 

Het onderzoek van Baden gaat met name in op geadopteerden, maar haar verhaal kan op veel punten direct vertaald worden naar pleegzorg (en éénouderkinderen door omgangssabotage).

 

Stigma’s (vooroordelen) zijn bijvoorbeeld:

 

- Bij adoptie (maar eigenlijk ook bij een pleegkind) hoort eigenlijk dat je als kind of opgegroeide naar je oorspronkelijke ouders op zoek gaat om een ‘heel mens’ te worden. (Het ‘kennen’ van je afkomst voor het identiteitsgevoel; 85%).

 

- Oorspronkelijke moeders zijn jong, ongehuwd, en ontaard, anders geef je je kind niet weg, of

 

- Oorspronkelijke ouders zijn pedagogisch onbekwaam of hardhandig, want waarom zou het kind anders in een pleegsetting zitten?

 

- In tegenstelling tot pleegouders met een pleegkosten-vergoeding worden adoptiefouders bevraagd hoeveel de adoptie hen kostte, en krijgen goedbedoelde opmerkingen. Het kind krijgt te horen “wat geweldig voor je dat je geadopteerd bent”; “wees maar dankbaar”.

 

Bedenk: Zulke opmerkingen lijken voor het kind een plicht op te roepen te ‘moeten zoeken’, hun eerste ouders te moeten veroordelen en geen loyaliteitsconflict te mogen voelen, dankbaar te moeten zijn. “Ik ben gekocht”. Het idee wordt gevoeld dat ze in een keurslijf geduwd worden, en minderwaardig zijn, ‘slechts pleegkind’.

 

Dit kan gevoeld worden als ‘micro-agressie’, als oordelen, een houding eisen, vooroordelen moeten delen, en racisme. Dit wordt in het dagelijkse leven gecommuniceerd in subtiele, openlijke of soms neerbuigende of agressieve manier.

 

Ze komen meestal voor in één-op-één-situaties, waar geen bescherming is door een deskundige ouder.

 

Zo zegt een opmerking als “ken je je echte ouders?” eigenlijk dat je je huidige ouders/ opvoeders niet als je echte ouders kunt zien. Dus die hebben minder waarde als ouders.

 

Of “Het was zo goed van je ouders om je op te nemen in hun gezin” vraagt er eigenlijk om dat je hen dankbaar – urggh bah – moet zijn. Deze vergelijkende opmerkingen of vragen eisen het erkennen van een ongelijkheid ten opzichte van anderen. “Ik ben de uitzondering”!

 

Op scholen kan je gepest worden door jouw bijzondere situatie.

Opmerkingen over het waarom je niet bij je eerste ouders mag zijn, verstikken.

 

Omdat kinderen loyaal zijn aan ook de oorspronkelijke ouders, ontstaat er innerlijk conflict. En boos daarover worden mag niet. Verstikkend!

 

Zeker onder de gezinsvoogdij (OTS) zullen kinderen, weg van hun ouder(s), te horen krijgen 'waarom', en dan kan het niet anders dan dat er over hun ouders wordt geroddeld. Het Burgerlijk Wetboek boek 1 artikel 255 (http://peterprinsen.nl/HERZIENINGOTS.htm) suggereert dat bij OTS de ouders ‘bedreigend’ zijn geweest en niet leerzaam

 

Leden van pleeg- en adoptiefamilies kunnen last hebben van dit soort opmerkingen. Eisen, zoals ze voelen; afgezonderd neergezet zijn. Ook éénouderkinderen kunnen last hebben van opmerkingen over de andere ouder, het waarom, het moeten kiezen voor die ene ouder, loyaliteitsconflicterend.

 

Baden vraagt zich in haar artikel af of deze microagressie niet bijdraagt aan het feit dat geadopteerden en pleegkinderen meer hulpverlening nodig hebben.

 

Juist omdat ‘micro-agressie’ zo vaak onbedoeld en onopgemerkt kan kwetsen, is het lastig te voorkomen. Vooral rond pleegzorg is het kennis verstrekken aan ouders en pleegouders door deskundigen daarom zo enorm belangrijk. Ouders klagen veelvuldig dat de gezinsvoogdij deze hulp en steun niet verstrekt (BW1:262).

 

Het vraagt training en inzicht bij de hulpverlening om adequaat met deze problematiek om te kunnen gaan, en de weg te weten de ouders en opvoeders een deskundige toe te wijzen die hierover leert.

 

Vooral krijgen hoge aantallen kinderen in pleegzorg en bij omgangssabotage in een vechtscheiding vragen over de andere ouders, en worden voor keuzes gesteld die niet kind-eigen zijn, geen kindertaak mogen zijn. Deze vragen en keuzes worden gesteld door daartoe ondeskundigen, waar er specialisten zouden moeten worden ingeschakeld. Bij omgangssabotage vallen zelfs kinddoden in Nederland. Er wordt gepest vanwege de nare situatie, en de oordelen die de gezinsvoogdij lijken te verschaffen (er is rook, dus waar is het vuur? “De ‘jeugdzorg’ is toch deskundig?” – Neen dus!)

 

Leren deze kinderen nog vertrouwen hebben in volwassenen? En zullen ze een intieme relatie kunnen onderhouden, als ze telkens voor deze pijnlijke micro-agressieve signalen worden gesteld?:

 _  _  _

Noten: \  - En na ouderschaps-wetgeving: de Open Brief van Kinderen!

[1] : De vragen en opmerkingen met vervelende consequentie in het kind: ‘micro-agressieve vragen’ c.q. opmerkingen’ worden uitgelegd in: ‘Vragen aan kinderen met een naar randje’ op pag. 2 in PDF bij "Ook in.....".

[2] : Baden, A.L. (2016): “Do you know your real parents?” and other adoption microagressions. Adoption Quarterly, 19(1), p.1-25:  http://media.leidenuniv.nl/legacy/ken-je-je-echte-ouders-ook.pdf   (PDF).

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Om enige artikelen op deze site af te drukken: selecteer telkens en plak in een Word-document, en druk het geheel dan af om via bijvoorbeeld een neutraal familielid dit aan de andere ouder te geven, opdat die weet krijgt wat 'jeugdzorg' is en wat dit met het kind doet; en die ouder zal - indien het kind lief gehad wordt - echt wel geïnteresseerd zijn.

>>>    Een belangrijk wets-artikel voor ouders:

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Burgerlijk Wetboek 1:247 (De ouderschappelijke plicht jegens het kind)

Lid 1.  Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
Lid 2.  Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. (Denk ook aan IVRK 24 lid 1; EVRM 6 en 8).  In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe (of loyaliteitsconflicterende signalen).
3.  Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
4.  Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, of na het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid, is geplaatst,  recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.(Beter gezegd: het is een kindbelang beide ouders onbezwaard te kennen, mede met oog op diens latere behoefte, dat cruciaal is in de identiteitsfase).
5.  Ouders kunnen ter uitvoering van het vierde lid in een overeenkomst of ouderschapsplan rekening houden met praktische belemmeringen die ontstaan in verband met de ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, de ontbinding van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, of het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid, is geplaatst,  echter uitsluitend voor zover en zolang de desbetreffende belemmeringen bestaan. ...
 ------------------------------------------------------------------

 

OPEN BRIEF

 

Open brief van kinderen met ruziënde, scheidende of gescheiden ouders, die te vaak onbedoeld hun ongenoegens uitleven in onbewuste signalen over hoofden van hun kinderen.

 

Kinderen zijn niet blind; ze zien de signalen in de organisatie van contacten, of het weghouden ervan, en de toon die men zet tegen de ‘andere ouder’!

 

Uit: http://www.villapinedo.nl/open-brief-aan-alle-gescheiden-ouders/

 

Met deze brief willen wij jullie laten weten hoe wij ons voelen. `Wij ‘ zijn de 70.000 kinderen per jaar die op een dag te horen krijgen dat hun ouders uit elkaar gaan.

 

Op die dag stort onze wereld in. Alles wat veilig en vertrouwd was wordt ineens anders. Veel van ons moeten verhuizen, naar een andere school, wennen aan jullie nieuwe liefdes en in het ergste geval 1 van de ouders heel erg missen.  En dat doet pijn.

 

We willen zó graag àllebei onze ouders ìn ons leven. Twee ouders die van ons houden en ons groot zien worden. Twee ouders die staan te juichen langs de lijn, trots zijn als we goeie cijfers halen en alles willen weten over ons eerste gebroken hart. Die samen op de eerste rij zitten als we examen doen en liefdevol hun eerste kleinkind vasthouden.

 

Weten jullie wel hoeveel verdriet we soms stiekem hebben? Hoeveel wanneer wij de 'boodschapper' moeten zijn. Als we moeten luisteren naar de gemene dingen die jullie over elkaar zeggen. Als we zien dat jullie elkaar negeren waar we bij zijn. Als de contactafspraak wordt geboycot of daarbij een nare toon wordt vernomen.

 

Weten jullie wel hoe moeilijk het is om van jullie allebei te houden, terwijl dat soms van één van jullie niet mag? Dat we dan maar niks zeggen over hoe leuk het weekend was?

 

We voelen ons verscheurd tussen de twee mensen waar we zoveel van houden. We voelen ons schuldig als we het leuk hebben bij de ander. We voelen ons verantwoordelijk voor jullie geluk. Meestal zijn jullie zelf na een tijdje weer gelukkiger. Maar voor ons is dat vaak niet zo makkelijk.

 

Sommigen van ons houden er de rest van hun leven last van.

 

Dus mogen we jullie een paar dingen vragen?:
->   Laat ons alsjeblieft geen kant kiezen -
->   Maak geen ruzie waar we bij zijn -
->   Zeg geen slechte dingen over elkaar tegen ons -
->   Geef ons de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie -
->   Luister echt naar wat we te zeggen hebben -
->   Geef ons de ruimte om van jullie allebei te houden -
->   Vergeet niet dat jullie samen voor ons hebben gekozen.

 

Een scheiding voelt als een veilig huis dat ineens helemaal verbouwd wordt. Muren eruit, nieuwe vloerbedekking, ander behang. Eerst is het één grote puinhoop en - als jullie deskundige informatie hebben willen inwinnen - dan komt er héél langzaam iets moois tevoorschijn. Laat ons rustig mee verven en vraag ons wat we van het uitzicht vinden.

Laat een echte deskundige toe bij die verbouwing! Hoe dan ook.

 

Zo bouwen we met jullie samen aan een nieuw huis. Met hier en daar een barstje of een kapotte dakpan. Maar wel warm, veilig en stevig. Een plek waar wij ons weer THUIS voelen.

 

De sleutel hebben jullie net gekregen. Met deze brief.

 

Namens alle jongeren van Villa Pinedo.

-------------------- 

Ouders dienen zich bewust te zijn dat de ‘jeugdzorg’ (met welke benaming dan ook) hen niet urgent, niet deskundig en niet juist zal voorlichten in hoe kinderen deze signalen ervaren en zich daarop een zelf- en wereldbeeld vormen. Daarvoor dienen ze zelf een specialist in de armen te nemen indien hun kind hen lief is. Wat te denken van een orthopedagoog-generalist (met BIG-beroepsregistratie; zeker niet SKJ)?

 

Een echtscheiding is enorm ingrijpend in het leven van kinderen, al zullen kinderen dat vaak niet willen tonen uit beschermingsdrang naar hun opvoeder, en roept veel uiteenlopende gevoelens bij hen op.

Na de echtscheiding laten kinderen veel verdriet zien maar ook angst voor de onbekende situatie en soms ook boosheid naar de ouders toe, voor het creëren van deze nare situatie of het in de steek laten van de andere ouder voor het gevoel van het kind.

Vooral wanneer er een derde persoon in het spel is kan boosheid de boventoon voeren bij de emoties van het kind.

Maar soms zijn kinderen na een echtscheiding ook opgelucht omdat er een eind is gekomen aan een zeer nare periode van veel ruzies in huis.  Vaak zijn er tegengestelde emoties waardoor kinderen (internaliserend) in de war kunnen raken. Daarnaast zien we ook een groep kinderen die heel weinig, te weinig, emoties laten zien.

 

Op basis van wetenschappelijke onderzoeken (over gevolgen ìn het kind: http://www.nji.nl/Mogelijke-effecten-van-echtscheiding-op-het-kind), in binnen- en buitenland, blijkt dat de gevolgen van een echtscheiding vaak een andere impact kan hebben dan men denkt, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen.

Hieruit blijkt onder meer dat kinderen hechtingsproblemen kunnen krijgen, zichzelf de schuld geven van de echtscheiding, zich in de steek voelen gelaten en vaak steun buitenshuis zoeken. Ook later zullen ze moeilijker zelf een intieme relatie kunnen onderhouden.

 

De rechter roept helaas standaard en zonder inzicht  ‘jeugdzorg’ in (RvdK, die dan weet gezinsvoogdij inschakelt) om de ouders te begeleiden, en wel op te laag en verkeerd niveau. Dan wordt er met een Omgangs-OTS aangemodderd en zo kunnen er extra problemen ontstaan, escalerend (http://peterprinsen.nl/Vechtscheiding.htm; en meer links van  http://peterprinsen.nl/PAS-REGISTRATIE.htm) .

Dàt zou een liefhebbend ouder het kind niet toewensen. Beter twee ouders met twee huizen met elk andere regels, dan strijd voeren over wat het kind voelt heen. En de ongenoegens houde men beter bij de eigen psycholoog.

 

  Mijd de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK),

 gemeentelijke jeugdhulp of buurtteam,

 Veilig Thuis en de gezinsvoogdij!

 Dezen zijn niet echt specialisten rond wat het kind voelt

 en hoe het zich daarop ontwikkelt, psychisch!

 En ouderschappelijke representatie die niet belast,

 niet bezwaart, is zo belangrijk, van beide ouders.

 Er bestaan echte deskundigen, meer specialistisch na

 de huisarts. Er zijn goede tips voor handen. En er zijn

 ook boeken.    

           

 Ruzie maken helpt geen moer en kwetst ons!               

                          

 Heeft u ons lief?