Vooral voor (aspirant) adoptiefouders, en ouders met een kind dat onveilig gehecht lijkt te zijn:

 

Hoe zit het met de nazorg in Nederland?

De nazorg dat al snel via de gemeente lijkt te moeten gaan?

 

Ze zijn er, de adoptiekinderen! In Nederland, onder uw zorgen, ouders!

En nu is er een statistisch aanzienlijke kans dat er wat met de geadopteerde aan de hand is....

Dat valt wel mee:

 

Begin jaren negentig hadden diverse afdelingen van de toenmalige Therapeutische GezinsVerpleging (TGV) ook adoptieafdelingen.

En deze hebben een onderzoek gedaan aan adoptiekinderen.

 

Een onderzoeksonderdeel bekeek middels een kinderpsychiater (met hechtingsdeskundigheid) elk adoptiekind.

U hoeft niet te schrikken dat daaruit volgde dat bij 47% werd geconstateerd dat er ‘wat aan de hand is’. Het merendeel van de adoptieouders onderkenden nog niet dat er wat aan de hand was...  Maar bij verreweg de meeste kinderen kon die ‘afwijking’ met lichte tips worden verbeterd.  (Wat [orthopedagogische] tips waren voldoende).

 

Orthopedagoog Hans van der Ham (BasicTrust.com) heeft het wel eens over Benoemen, en er zijn video-interactie-mogelijkheden; heel leerzaam, zeker met de moderne inzichten.

De TGV doet geen nazorg meer. Ouders zijn aan het doolhof overgeleverd: 'jeugdzorg' met vele namen, die u in de andere hoofdstukken op deze site tegenkomt, of jeugd-gezondheidszorg.

 

Het is dus verstandig tijdig te informeren bij een medisch specialist, bijvoorbeeld een orthopedagoog-generalist (die u natuurlijk vindt via de huisarts voor een verwijsbriefje; wees daarbij assertief om niet doorgestuurd te worden naar een wijkteam van de gemeente of CJG,   maar naar een BIG-geregistreerde deskundige).[noot 1]

 

Het hoeft dus niet direct om een zware diagnose te gaan.

Tijdig met tips pedagogisch inspelen kan erger voorkomen, zelfs kan dat ‘wat’ ("er is wat aan de hand") vaak verbeteren.

 

Risico van (valse) meldingen:

Het risico dat ouders nog niet onderkennen dat er ‘wat aan de hand’ is, opent de mogelijkheid dat een sociaal werker of juf op school of consultatiebureau, enz., een ‘verplichte melding’ doet naar "Veilig Thuis", VT, een Algemeen Meldpunt m.b.t. Kindermishandeling en Huiselijk geweld.[2]

 

Dat jeugdzorginstituut VT onderzoekt op basis van meningen, niet diagnostisch, en regelmatig op 'roddel', en VT - in consequentie - kan de kinderbescherming inschakelen op vermeende/ specu­latieve verwachtingen. Er zijn ouders die dit een kwakzalversniveau noemen!    [ ]

 

Juist omdat adoptiekinderen wat hogere kans hebben op een mate van onveilige gehechtheid {diagram; onderaan}  en  de 'niet-specialisten', jeugdzorgwerkers, dat niet herkennen en wel andere etiketten plakken,  kan het gezin overvallen worden met ‘jeugdzorg’ in enige vorm,  ja, soms met de kinderbeschermingsmaatregel 'spoed-uithuisplaatsing', terwijl het kind nog niet eens gezien èn onderzocht is. Dat gaat zo:

 

Wanneer er ‘wat aan de hand’ is of lijkt te zijn, kan school of een ander een melding doen bij wat vreemd genoeg Veilig Thuis (VT) heet. Dit is het oude meldpunt AMK, veelal zittend in de ‘Gecertificeerde Instelling’ met namen zoals Jeugdbescherming, Intervence, Bureau Jeugdzorg, of Samen Veilig.  Vaak worden ze kortweg aangeduid met G.I..

 

Sinds 2015 onder de nieuwe Jeugdwet zijn de namen ‘gedecentraliseerd’. Dus elke regio kent eigen namen.

 

Dit onderdeel van ‘jeugdzorg’ is gelieerd met gezinsvoogdij, dwangzorg, en dat is ‘zorg’ op basis van wat kwakzalverij genoemd kan worden, een niveau van sociaal werk, maar met ogen die overal bedreigingen zien in de ontwikkeling van het kind, en daar geen diagnostische hulp bij zoeken.  Daar wordt al te vaak gedacht aan het vragen om een machtiging Uithuisplaatsen onder vOTS. (Werkgelegenheidsbescherming wordt het wel genoemd, maar dat mag men niet hardop zeggen. Zelfs de ex-rechter Quik in https://kinderbescherming.jimdo.com/methoden/fjr-2015-51-drang/  en de inspectie (2015)  hebben hun bedenking en de laatste zag ook een ‘perverse prikkel’).

 

Bij het UitHuisPlaatsen komt de gezinsvoogd (ook wel gezinsmanager of jeugdbeschermer genoemd) om de hoek kijken.

{Er zit een juridisch verschil tussen gezinsvoogd (BW1:262 e.v.) en voogd (BW1:336),  al noemt een gezinsvoogd zich voogd! - BW staat voor Burgerlijk Wetboek}.

 

Waar adoptiefouders passende hoogstaande ‘zorg’ voor hun kind wensen, werkt de gezinsvoogd in de praktijk het doorverwijzen naar een specialist tegen, ook al zou men verwachten dat dit een kinderrecht is (IVRK artikel 24: lid 1: “1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op daarbij passende voorzieningen voor geneeskundige verzorging en revalidatie”). We komen vreemde acties tegen bij de gezinsvoogdij, die regelmatig veel te lang ten koste gaan van het kind.

 

Gevolgen van Uithuisplaatsen:

Juist voor kinderen met een mate van onveilige gehechtheid[3] en reeds een ervaring kennen van ‘afgestaan te zijn’, is dat speculatief uithuisplaatsen (UHP) dramatisch, vaak traumatisch. Met politie en kinderbeschermers wordt het kind met een fax van de rechtbank in de hand meteen meegenomen en in een onvertrouwde pleegsetting geplaatst. De zitting is pas binnen twee weken.

{Kijk maar eens op https://www.youtube.com/watch?v=tYpDhlgD3y0 + geluid aan!}

En als men dàn passend specialistisch onderzoek start, wat vaak niet eens gebeurt omdat het kind ‘veilig’ heet te zitten in pleegzorg, komt er iets vreemds uit de diagnose. De G.I. laat vaak het kind onderzoeken bij hun ketenpartners die toewerken naar de sturende onderzoeksvragen vanuit de gezinsvoogdij.

 

Bij UHP mogen de ouders vaak weken het kind niet zien, en andersom het kind mag de ouders niet zien of bellen.  Door dit vreemde uithuisplaatsen is het kind van de kaart.

Dat is geen basis voor goede diagnostiek.

Dus de daaruit voortvloeiende 'therapie' is niet passend.

 

Deze ‘jeugdzorg’, dat geen jeugd-gezondheidszorg is, ziet bedreigingen (met hun ogen die zoeken naar vermeende kindermishandeling en -verwaarlozing) en verklaart uit het niets dat de ouders niet meewerken (Ouders stellen betere alternatieven voor hulptraject aan onder hun plicht naar BW1:247 en kinderrecht, maar daarvan is de gezinsvoogd te vaak niet gediend, en noemt de inbreng van de ouders 'tegenwerken').

De wettekst is redelijk duidelijk maar wordt vreemd door de ‘jeugdzorg’ geïnterpreteerd:

 

BW1:255: “lid 1. De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

·         a. de zorg, die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders .. die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en

·         b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders .., die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid,[4] in staat zijn te [gaan] dragen.”

 

Deze wettekst staat open voor misleidende interpretatie. En die wordt veel in ‘jeugdzorg’ gebruikt! Wanneer ‘verwacht’ wordt dat het kind terug kan komen door het wederom verantwoordelijkheid op zich nemen door de ouders, betekent dat de gezinsvoogdij verwacht dat de ouders dat niet reeds deden! Vaker verwacht de gezinsvoogdij dat ouders de verantwoordelijkheid niet kunnen dragen. Concrete onderbouwing blijft veelal uit.

 

Wie bepaalt de zorg onder OTS?:

De (medisch-ondeskundige) gezinsvoogdij bepaalt de ‘zorg’ en die moet geaccepteerd worden, en dan kunnen de ouders wel hoogwaardiger ‘zorg’ wìllen, maar dat heet “niet accepteren” van het gezinsvoogdij-voorstel van ‘zorg’ (en ge hebt begrepen dat de gezinsvoogd geen diagnostisch specialist is. Ook de ambtelijke gemeente mag zich bemoeien met het niveau aan zorg, vaak bezuinigend, op basis van de Jeugdwet).

 

De Jeugdwet, een andere wet dan de gezondheidswet Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst (BW7:446 en verder), is tot stand gekomen onder invloeden vanuit de jeugdzorglobby en anderen. Wetenschappers zijn genegeerd door de politiek.

De jeugdzorglobby (vereniging Jeugdzorg Nederland) heeft een dikke vinger in de pap gehad.

 

Wetenschappelijk zijn er adviezen verstrekt door jeugdpsychiaters en hoogleraren op dat gebied. Zo adviseerde prof. R.J. van der Gaag[5] om ‘zwaargewichten’ (die het kind zèlf zien èn onderzoeken) in de ingang voor dwangzorg met gezinsvoogdij te plaatsen; dwangzorg met uithuisplaatsen en ouders onder toezicht stellen. Met de wetenschappers is niets gedaan.

 

Daarentegen hebben de invloed van de vele publicaties van mw. Weterings, die bepaalde variabelen vergat en irreële axioma’s opstelde, de Jeugdwet gevormd.[6]  En daar zijn rare ideeën uit ontstaan over invloeden die ìn pleegkinderen werken.  Zo zou de bloedband niet van belang zijn. Dus adolescenten zouden geen behoefte hebben hun afkomst te kennen. De drang de roots te zoeken bestaat niet.?!

 

De wet had goede intentie maar wordt gebruikt door jeugdzorgwerkers.

{Gemeenten en provincies waren bekend met bedenkingen: o.a.:  Brief op  https://jeugdbescherming.jimdo.com/ , en de overheid met een gat in Rv803/810a:   https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/politiek-kinderombudsman/ }.

De wet (het Burgerlijk Wetboek 1, artikel 262)[7] zegt in lid 1 en 3 wel dat de ouders ‘hulp en steun’ (ook voorlichting voor ouderschap) mogen verwachten en de gezinsband zo veel mogelijk behouden moet blijven, maar de praktijk is hard voor die kinderen (en voor hun bezorgde ouders).

 

De praktijk is hardnekkig.

(De gezinsvoogdij blijft veelal te lang vaag over wat ouders concreet en meetbaar dienen de verbeteren; ook wanneer ouders zwart op wit en officieel [Awb] doorvragen naar concretie van wat te doen en waar de grens (BW1:255) ligt, en hoe te meten, voldoet de gezinsvoogd veelal niet aan Awb3:46;  en dan staat bezwaar en beroep binnen termijnen open, maar mèt onderbouwing zwart op wit. Ouders kunnen beter preventief een rechtsbijstandverzekering aanhouden die dit dekt).

Veel ouders klagen over de betweterigheid van de gezinsvoogd. De ‘jeugdzorg’ heeft bij vele ouders een negatief imago gekregen. (Zijn daarom vele namen veranderd?) 

 

Wat voor vreemde insinuaties er verzameld zijn over ouders, daar zullen we maar niet op ingaan. De Kinderombudsman[8] constateerde wel vele ‘fouten’ in de rapportages van de gezinsvoogdij naar de rechter.

De rechter?

Ja, dwangzorg onder de OTS van de G.I. gaat via diverse rechtszaken.

Ook als ouders ergens niet mee eens zijn, moeten ze binnen een bepaald termijn (BW1:263–265) naar de rechter met motivatie en bewijs. De zorg bewakend. Meningen tellen niet.

 

Het is beter tijdig gezondheidszorg in te schakelen, al is het voor inzicht wat er zou kunnen schelen of om die lichte pedagogische tips te vernemen, dan te verdwalen in de ‘jeugdzorg’ met alle juridische streken.

Maar ouders kunnen overvallen worden als een ander een melding heeft gedaan! Daarom dienen ouders preventief de kennis in huis te halen.

Met een diagnostisch rapport staan ouders sterken tegenover de rechter.

Ik adviseer ouders daarom een rechtsbijstandverzekering (zorg) aan te houden. Er zijn enige gespecialiseerde jeugdrechtadvocaten.[9]

Er zijn ouderorganisaties! 

- - - -

Onderaan staat het diagram dat in de buurt van noot 2 dient te staan.

_________________  

[noot 1] :    Medici en psychologisch/orthopedagogische deskundigen kennen hun eigen beroepsvereniging met beroepsregistratie. BIG, NIP en ook NVO zijn goed. Daarentegen zijn SKJ en NVMW slechts van het sociaal-werkers-niveau, en niet voor diagnostiek niveau aanbevolen. In FJR 2012/95 (zie noot 3) noemde ik reeds de link http://www.hechtingsproblemen.nl/nl/behandelvormen (A. Thoomes-Vreugdenhil) over hechting en behandelvormen maar ook kundige therapeuten.

[4] :    BW1:247 lid 1 en 2 van meer:

“Lid 1. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.

Lid 2.  Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.” . . . .

[6] :    Het jeugdzorgveld is vergeven van de publicaties met pleegzorg als doel:  https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/beleid/ .

[7] :     BW1:262: lid 1: De gecertificeerde instelling houdt toezicht op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouders .. hulp en steun worden geboden opdat de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige, bedoeld in artikel 255, vijfde lid, binnen de duur van de ondertoezichtstelling [OTS] worden weggenomen. De inspanningen van de gecertificeerde instelling zijn erop gericht de ouders .. zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen te laten dragen.

  Lid 3: De gecertificeerde instelling bevordert de gezinsband tussen de met het gezag belaste ouders ..  en de minderjarige.

[8] :     Kinderombudsman, 2013: http://www.dekinderombudsman.nl/92/ouders-professionals/publicaties/rapport-is-de-zorg-gegrond/?id=325 (zelfs op pag. 93, derde streepje: “perverse prikkel” in de jeugdzorg vermoed).

 

 

  

Het percentage gedesorganiseerd onveilig gehechte Adoptiekinderen is beduidend lager dan Kindertehuis-kinderen en zelfs minder dan Pleeggezin-kinderen die voortkomen

uit vaak onterechte UitHuisPlaatsingen door de kinder- en jeugdbescherming.