Brief aan minister Kamp, Ministerie van Economische Zaken

 

Bezuinigen op 'jeugdzorg' is goed.

 

Laat er jeugd-gezondheidszorg als ingang zijn.

 

 

Geachte heer Kamp,        – 22 april 2013 –


Bezuinigen roept vaak weerstand op.
Niet bij onderstaand voorstel, waar vele (ervaren) burgers èn onafhankelijke wetenschappers èn advocaten wel mee in zullen stemmen.

 

De beleidsmakers op hun gebied zien dit niet, helaas. Mogelijk dat Financiën of Economie leidend kan sturen…

De Econoom Joseph. J. Doyle* heeft een economisch onderzoek gedaan waaruit bleek dat zorg op diagnostisch/therapeutische gronden via thuissituatie veelal effectiever is dan via pleegzorg (met het niet-academische sociaalwerkers-niveau van ‘Jeugdzorg’).
In het magazine American Economic Review (97[5], pag. 1583-1610,
http://www.aeaweb.org/articles.php?doi=10.1257/aer.97.5.1583) staat dus iets dat haaks staat op de p.r. vanuit de reguliere jeugdzorg, jeugdzorg dat extreem veel uithuisplaatst zonder diagnost gezien te hebben, zonder therapie. Nederland vormt met dwang een top-1-positie in Europa.

Er zijn meer wetenschappelijke argumenten om dit probleem onder ogen te zien als financieel deskundige of econoom (in de politiek).

    Er kan met gejuich bezuinigd worden!
   Dat is bijzonder.

Zorg voor jeugd dient hoogwaardiger geleverd te worden waar de jeugd kan gaan lijden onder verkeerde gedwongen beschermingsmaatregelen. Beschermingsmaatregelen zonder eerst diagnose zullen kostbaar worden. De financiering wordt niet gewogen op effectiviteit, maar op bezettingsgraden en genomen beschermingsmaatregelen.

In de Transitie van jeugdzorg naar de gemeenten moeten gemeenten deze zorgtoegang regelen.
In de praktijk is er enerzijds vrijwillige vraag om zorg voor kinderen, en anderzijds er zijn meldingen tot onderzoek, waar mógelijk een dwingende maatregel als maximum nodig kan zijn, maar ook kan leiden tot een
verwijzing, een advies, het kind ontlastend.

Naast dat een verkeerd ingekochte Jeugdzorg kinderen onnodig kan belasten en zelfs schade aan kinderen kan toebrengen (wat niet-effectief  is in gezondheidszorg-ogen), kan het voor gemeenten een financiële ramp worden daar het deel gedwongen beschermingsmaatregelen wsch. niet in handen van de gemeenten zal liggen: een indicatiesteller kan ondeskundig een kind binnen een beschermingsmaatregel plaatsen. Dat belast.

Er  wordt reclame gemaakt door de (in 2013) huidige bureaus jeugdzorg (ver. Jeugdzorg Nederland), alsof zij 'specialist' zouden zijn in jeugdzorg.  Het betreft dan wel een 'specialist' op slechts sociaal-werk-niveau.  Niet diagnostiek.
Jeugdzorg is geen jeugd-gezondheidszorg! Maar wel reeds dwingend (Er wordt al gesproken over drangzorg).

In de trajecten van Jeugdzorg vindt geen (onafhankelijke) diagnostische weging plaats.
Pathogene gedragsstoornissen worden niet herkend.
En dat kan te vaak leiden tot verkeerde en dure trajecten.
Dat kan leiden tot het verkeerd beoordelen van ouderschap of van de opvoedsituatie. En leiden tot het niet herkennen welke therapie het kind nodig kan hebben.

 

Wetenschappers:

 


Zo stelde professor RJ. van der Gaag, Nijmegen, dat de jeugdzorg moet worden ontschot: het belang van de jongeren en hun omgeving moet prevaleren boven de bureaucratische belangen (bezettingsgraden onder gedwongen beschermingsmaatregel) van de huidige starre systemen.  Hij pleit voor ‘kinder- en jeugdpsychiaters (en ortho­pedagoog-generalisten voor tests) als diagnostische zwaargewichten’ aan de poort (niet BJZ) die bij de triage helpen om lange, frustrerende en mislukte hulpverleningsprocessen te voorkomen. Schotten tussen de hulpverleningssectoren (BJZ t/o. diagnost) moeten geslecht worden. (Het afschotten is een eigenschap van afdelingen met een eigen budget of werkgelegenheid. )
Passende "zwaargewichten" kunnen het best via de beroepsethisch-werkende huisarts gevonden worden.

De huisarts is veel meer de aangewezen ingang bij vrijwillige hulpvragen. De huisarts kan veel beter (op diagnostisch niveau) bepalen welk vervolgtraject en evt. therapie passend is bij het gezin en kind. De huisarts is universitair opgeleid, valt onder hoogwaardige beroepsethiek en tuchtrecht, en is beëdigd. Er is een meldcode voor te onderzoeken verdachte gevallen, dat op hoger niveau beter zou uitwerken in de psyche van het ‘kind in onderzoek’.

 

Er is een alternatief:
Jeugd-gezondheidszorg is hoogwaardig (artikel 24 IVRK lid 1), snel en effectiever.  Verwijzen naar een schuld-saneerder of maatschappelijk werk kan ook dan een indicatie worden, al kunnen ouders die weg zelf ook vinden. De ouders een leerzame, leuke cursus aanbevelen moet kunnen, en regelmatig mag dat bij ruzie of omgangssabotage (vechtscheidingen) verplicht worden opdat ouders een mentale keuze kunnen maken; het kind voorop of hun ongenoegens jegens de ex, die weg gaat of is.

De situatie rond het kind moet integraal bekeken worden, zeker waar dit kan leiden tot dure en gevolg-hebbende beschermingsmaatregelen. Een diagnose is nodig op ‘alles’ te zien.
Diagnostiek leidt tot snellere herkenning van eventuele problemen, en een snellere oplossing daarvan. Dat is goedkoper dan ‘zorg’ van Jeugdzorg, maar daarover verderop meer.

 


Meldingen

 

Wat de problematiek rond meldingen betreft, meldingen van mogelijke en te onderzoeken kindermishandeling en -verwaarlozing, bestaat het Jeugdbeschermingsplan, dewelke meldingen filtert, beoordeelt en onderzoekt.
    [DIAGRAM 1 onderaan*;  "O
rganisatiestructuur 

             Jeugdbescherming SSF";  blz. 11 in PDF: 

 

https://www.dropbox.com/s/hjyxiropp33csur/2012-Verkort%20Jeugdbeschermingsplan-JzBlH.pdf ]          

 

 -{In dat diagram 1 staan ook de onderstaande afkortingen}-*

 


Dit plan zal zowel landelijk als lokaal een besparing opleveren en effectiever zorg geven aan die kinderen die dit diagnostische gezien  (psycho)medisch en ontwikkelingstechnisch nodig hebben, ook waar het kind heet 'in de knel te zitten'.

Het landelijk Meldpunt (LMK of MHK, met gegevens uit het hele land omdat gezinnen door scheiding verspreid kunnen wonen; in tegenstelling tot het AMK dat misleidend Veilig Thuis zal gaan heten) geeft de binnenkomende melding door aan een Landelijk Coördinatie Centrum (het LCC beoordeelt, met de nodige kennis, en heeft de archivering en dossiertoegang);
Het LCC kan voor onderzoek naar de case deze in handen geven van een opgewaardeerde Raad voor de Kinderbescherming (RvdK+), die met een passende diagnost – die de cliënt ziet en onderzoekt – verder onderzoek instelt om de cliënt zo nodig doorverwijzing naar Opvoedingsondersteuning of een specialist te verlenen òf tot een kinderbeschermingsmaatregel te komen.
Kinderbescherming is een overheidstaak naar internationaal recht, en mag niet uitbesteed worden aan sociaal werk.

Door de 'diagnostische waarheidsvinding', – een roep van wetenschappers, jeugdrechtadvocaten en ouderondersteuners, – zal er minder een beroep gedaan worden op deze (in gevolg) kostbare beschermingsmaatregelen.

 

Er kunnen voorwaarden aan een

 

RvdK+  gesteld worden:


De voorwaarden voor een RvdK+ zijn (Blz. 8 van de pdf):

 

1-   De Raad is de enige die een kinderbeschermingsmaatregel onderzoekt, met echte deskundigen...
2-   De Raad dient de aangeleverde gegevens van vermeend onderzoek van (een op te heffen) AMK/VT, BJZ/GI, wijkteam of CJG, met meer en hogerstaande deskundigheid over te doen en uit te breiden. De aan de Raad verstrekte gegevens moeten gecontroleerd worden op feitelijkheid en consequentie ten aanzien van het integrale ontwikkelingsbelang van het kind (gehechtheid, duurzaam ‘kennen’ van genetische afkomst; voorkomen van: verlatenheidssyndroom, loyaliteitsconflicten, minderwaardigheidscom­plexen, PAS; met inachtneming dat hierbij vaak ambulante hulp thuis beter werkt [Zeeland heeft een UHP-besparing van 50% bereikt]);
3-   De Raad dient daarbij een hoogwaardig (beroepsgeregistreerd) toegesneden 'diagnost' te betrekken (die werkt onder diens beroepsethiek, dus de cliënt ziet en onderzoekt, beëdigd is [ook voor de rechter bij UHP- en OTS-aanvragen], en dus onder tuchtrecht ter afweging en correctie valt);
4-   De Raad dient dit onderzoek onder normering en regelgeving te betrachten,
5-   opdat het handelen van de RvdK+ zelf zo nodig met tuchtrecht gewogen kan worden;
6-   Ook de behandelend Raadsmedewerker dient persoonlijk onder dit tuchtrecht te vallen;
7-   De Raadsvertegenwoordiger dient op een rechtszitting aanwezig te zijn en kennis te hebben van de onderliggende case, kunnen uitleggen (Awb3:46), en onder ede de inzet van de Raad moeten onderbouwen, moet kunnen uitleggen hoe de gevraagde maatregel de psychische ontwikkeling en zelfbeeld van het kind helpt tegenover het hulp-bieden aan huis (opdat de rechter de alternatieven kan afwegen voor ook het latere kindbelang);
8-   De Raad en de rechter dienen ruimte te geven aan de gezinsleden om bij verzet hun inzicht te motiveren tegenover die van de Raad/indiceerder, waarbij er op diagnostisch rapport of getuige-deskundige (mogelijk de diagnost) een afweging gemaakt kan worden in het integraal diagnostisch belang van het kind, inclusief de lange-termijn-effecten van dit belang,
9-    hetwelk ‘diagnostische waarheidsvinding’ genoemd mag worden (IVRK art. 24 lid 1);
10-   Wanneer de Raad een extern deskundige inhuurt, moeten de onderzoeksvragen ópen zijn met het oog op integraal onderzoek, en de ouders moeten ondertekenend accoord gaan met de onderzoeksvragen òf hun aanvullende onderzoeksvragen mogen meeleveren aan de specialist. Dit is nodig om niet door een sturende, beperkende vraagstelling van AMK/BJZ/CJG/RvdK-nu  een niet-valide diagnostisch rapport te verkrijgen; hetwelk nu (onder de Wjz en Jw) wel gebezigd wordt bij het AMK/VT en BJZ/gezinsvoogdij, en waar zelfs suggestieve, niet-valide 'expertiserapporten' (zonder diagnostiek) uit voort komen.

11-   De ouders mogen bepalen of de rechtszitting (selectief/partieel) openbaar kan zijn; dit om evt. een getuige of deskundige toe te laten, en ter controle van de inzet van de rechter; hiervoor moet artikel 803 Rv weer aangepast worden, zodat dit artikel meer in overeenstemming komt met artikel 121 Grondwet.  Rv 810a mag hen niet belemmeren.
  
Uiteraard gaat de bijgaande pdf onder de link
https://dl.dropbox.com/u/2479159/2012-Verkort%20Jeugdbeschermingsplan-JzBlH.pdf  dieper in op deze structuur. 

Zo worden zowel die gezinnen die hulp-vragend en hulp-zoekend zijn, bediend, als daar waar zorgen tot onderzoek dienen te leiden.

 

Route tot onderzoek na melding  wetenschappelijk:

 


Rond kinderbeschermende maatregelen moet men wel bedenken dat deze schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van het kind:
Jeugdpsychiater dr. W. Janssen-Breederveld (Mobiel, 2008) verwoordt het zoMen heeft vastgesteld dat negatieve ervaringen een remmende en zelfs schadelijke invloed hebben op de hersenontwikkeling. ... De uithuisplaatsing zelf, hoe heilzaam deze ook beschouwd (of beweerd) wordt te zijn voor de toekomst van het kind, kan ook beschouwd worden als een traumatische ervaring. Schadelijk. De risico’s op chronische gezondheids­problemen, slechte schoolprestaties, tekortschietende veerkracht, tekorten in het opbouwen van een vriendenkring en vertrouwen in de omgeving nemen toe, wanneer deze problemen [ook vanuit jeugdzorg veroorzaakt] onvoldoende onderkend worden en op hun beloop worden gelaten. Ook waarschuwt ze voor verkeerde diagnostiek vanuit de pleegsituatie. De eigen ouders kennen het kind veelal beter. Te vaak wordt ervan uit geredeneerd dat er problemen thuis waren die schadelijk zouden kunnen zijn (de p.r. vanuit jeugdzorg schemert hiermee). Dat kàn juist leiden tot schade door pleegplaatsingen.

 

Janssen adviseert bij/voor iedere dreigende uithuisplaatsing degelijk diagnostisch onderzoek. Ook prof.dr. Femmie Juffer wijst op het enkel geven van evidence-based trajecten, dus van diagnostisch-therapeutische waarde, en die weg ligt niet in niet-academisch gevormde jeugdzorg.

 

Ook o.a. klinisch psycholoog/psychotherapeute Eliane Wiebenga wees op diagnostiek als basis voor hulptrajecten, waar ze het mis ziet gaan bij jeugdzorg waar jeugdzorg kinderen 'in eigen beheer houdt'; de Eigen-Kracht-conferenties mogen niet beïnvloed worden door gezinsvoogden of jeugdzorg.

 
Ervaring en wetenschappelijk inzicht hebben tot de erkenning geleid dat de reguliere jeugdzorg, zonder diagnost die de cliënt ziet en onderzoekt en test, niet de juiste kennis matcht bij de cliënt. 

Men dient af te stappen van het idee dat jeugdzorgwerkers met het niveau sociaal werk binnen een onafhankelijk financieel afgeschot systeem de kennis hebben om diagnostiek te bedrijven, die bij anamnese nodig is; jeugdzorg indiceert enkel en vaak (ca. 75%) verkeerd (o.a.: '909 zorgen', N.W. Slot et al).

Dat belast het kind en het gezinssysteem. 

Indiceren is eigenlijk: doorverwijzen en níét: diagnosticeren door een niet-specialist. Geen doktertje spelen!

 

Advies uit wetenschappelijke hoek

 
Uit onderzoeken bleek dat een OTS rond de 72% c.q. 75% niet effectief was na 2 jaar jeugdzorg-bemoeien. (Rapport ‘909 zorgen’, N.W.Slot et al). Een aanzienlijk deel in de problematiek bleek zelfs verergerd na 2 jaar 'jeugdzorg'.
Zo adviseerden wetenschappers na onderzoek dat voor diverse te onderscheiden doelgroepen een gespecialiseerde doelgroepingang tot veel betere resultaten zouden kunnen leiden. Korter. Effectiever.

 
Prof.dr. R.A.C. Hoksbergen (Univ.Utr.) stelde voor voor de doelgroep pleeg- en adoptiekinderen een stichting Integrale Begeleiding Adoptie- en Pleegkinderen (IBAP) in het leven te roepen; in 2000 gepubliceerd.

Het rapport Keeping the Promise van S.L. Smith n.a.v. een groots onderzoek bevestigde dit inzicht in 2010 (http://aap.uchc.edu/events/pdfs/keeping_promise_10_20_2010.pdf).

Bureaus jeugdzorg (tegenwoordig de G.I. met gezinsvoogdij) kwamen erg regelmatig met beweringen dat het kind een hechtingsstoornis zou hebben en 'daarom' uithuisgeplaatst zou moeten worden. Dit in strijd met onderzoeksartikel 95 uit het juridisch maandblad FJR november 2012.  Een voornoemd IBAP zou ook deze kinderen met gespecialiseerde diagnostiek kunnen testen, voordat een gevolg-hebbend traject ingezet zou worden, opdat dan-passende therapie kan worden verstrekt.
Op dit gebied zijn de inzichten van deskundigen strijdend met de inzet van de reguliere jeugdzorgwerkers in de jeugdzorg.

Er is veelal geen uithuisplaatsing nodig waar een passend therapeut veel beter het gezin kan ondersteunen en begeleiden.

Rond omgangsfrustratie na echtscheidingszaken kan met een passend doelgroep­centrum ook betere begeleiding worden gegeven om de eigen emoties van de ex-partners te scheiden van hun verantwoordelijkheid in hun ouderschap en bij hun signalen naar het kind toe, die zouden moeten prevaleren. In de jeugdzorg werd deze begeleidende inzet nauwelijks waargenomen i.t.t. stoken en kiezen voor één ouder. Dit is niet goed voor een kind. Het kan loyaliteitsproblematiek opleveren tot zelfs het oudervervreemdingssyndroom PAS (dr.R.A. Gartner; noot 9 uit maandblad FJR 2012/95; weet: in PAS zitten diverse pathogene verschijnselen die wel vermeld staan in het psychomedisch handboek DSM IV/V, waar de jeugdbescherming dit niet wil erkennen).
Uithuisplaatsen kan ook leiden tot PAS. En ook tot een te langdurig verhoogd en schadelijk cortisolgehalte

Zo kunnen diverse 'gespecialiseerde doelgroepcentra' passender kennis koppelen aan de cliënt. Een mooie overkoepelende taak voor de regering. Bezuinigend door jeugdzorg op te doeken.

Er dient dus echt  degelijker, diagnostischer onderzoek plaats te vinden om tot de overgang naar mogelijk schadelijk-werkende gedwongen kinderbescher­mingsmaatregelen te komen.
Inkopen via sociaal-werk-niveau is niet oplossend. En kan duur worden.
Bovenlokaal samenwerken om tot gespecialiseerde doelgroepcentra voor de juiste hulp te komen, zou uiteindelijk goedkoper zijn en tot minder leed leiden. Effectieve hulpverlening zal tot een snellere oplossing van problematiek leiden.
Verkeerde trajecten kunnen tot kostbare gevolg-schade leiden, wat wel weer langdurige werkgelegenheid aan zorgaanbieders geeft.

 

Meer wetenschap:

 

In Zeeland bleek dat men al 50% van geïnstitutionaliseerde kinderen beter en effectiever thuis (met de ouders) kan behandelen (door en met echte deskundigen) in plaats van uithuis.

 
Laat u niet verleiden door het vaak gebezigde woordje 'professional', want dat kan niet anders betekenen dan 'broodverdienende'. Het hoeft geen academicus te zijn, met overzicht in de kinderpsyche en diens ontwikkeling.

(Ook de schoonmaker op de gang is een 'professional', maar door hem laat geen ouder het kind opereren, en daar wil men wel een specialist, een chirurg.  Politici realiseren zich niet dat dit vergelijkbaar is met de orthopedagogische en psychische aangelegenheden.  Gezinsvoogden zijn niet beter dan schoonmakers qua niveau voor diagnostisch te meten belang van het kind).

 

Bezuinigen:

 

Bezuinigen op de grote jeugdzorgstructuur (van op te doeken BJZ/G.I.) op sociaal-werk-niveau

door centraler meldingsonderzoek te doen,

met een opgewaardeerde diagnostischer RvdK+,

en het vrijwillige deel aan diagnostische huisartsen over te laten...., jaja, .... kan dus.

 

De door de SSF voorgestelde structuur is goedkoper dan dit aan het inkoopbeleid van al die in deze onervaren gemeenten over te laten, die na het dwingende deel geen invloed meer hebben.

Zelfs raadsheer Van Teeffelen (Hof ’s Hertogenbosch) vraagt zich af of het bureau jeugdzorg er is voor de cliënt of de cliënt voor het bureau (FJR 2010, nr.10, blz. 248-249). Hij beschrijft dubieuze indicatiebesluiten van deze gezinsvoogdij-instellingen (G.I.).

Gevolgkosten door schadelijke trajecten van bureaus jeugdzorg (bovengemeentelijke gecertificeerde instellingen) worden zo eveneens geminimaliseerd en is dus bezuinigend.

 
Vele gezinnen onder OTS zijn geen 'moeilijke gezinnen', maar kwamen daar door onkunde.

 

Economie:
Economen, uw collegae rond Jeugdzorg hebben te veel gehoor gegeven aan de mooipraat vanuit BJZ/G.I., de jeugdzorglobby, en staan niet meer open, zo lijkt het, voor deze economie-treffende werkwijze, en lieten zich leiden door deze BJZ-wetenschap.

Daarentegen...

 

Wetenschap, dat niet gebaseerd en geëntameerd is door bureau jeugdzorg/G.I. en niet gebaseerd op diens informatie, maar op kwalitatief degelijk wetenschappelijk onderzoek.

Geen sloppy science.
Een mening is geen wetenschap.

 

Het belang van het kind verdient beter; gezinnen verdienen beter. En dat kan goedkoper, korter, effectiever.

Ik vertrouw erop dat u hiermee voldoende bent geïnformeerd om tot een bezuiniging te komen van ca. drie miljard (en tot minder gevolgkosten door schade aan kind en gezin).

Hoogachtend,             -(Onbeantwoord)-

 

*:

 

DIAGRAM 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook te vinden  binnen een uitleggende context in het document (PDF) op https://www.dropbox.com/s/hjyxiropp33csur/2012-Verkort%20Jeugdbeschermingsplan-JzBlH.pdf?dl=0