“WAARHEIDSVINDING”?. . . . . .

 

Door: Mr. Ir. P.J.A. Prinsen, oud-advocaat

Wegens genuanceerd groot belang in 'jeugdzorg' overgenomen van:

  http://peterprinsen.nl/Waarheidsvinding-2.htm

 

Onverschilligheid tegenover de waarheid heeft tweeërlei gevolg:

  • onnodige uithuisplaatsingen
  • onnodige calamiteiten

 "Wat is Kindermishandeling" is hier een sub-hoofdstuk, ook n.a.v. een artikel van Peter Prinsen. Klik hier.

  1.  Het debat over "waarheidsvinding"

 

Al meer dan een halve eeuw protesteren vele ouders vergeefs tegen onware beschuldigingen door kinderbeschermers. Op grond van die beschuldigingen werden hun kinderen onder toezicht gesteld of zelfs uit huis geplaatst. De autoriteiten (inclusief de kinderrechters) reageerden steevast met: "In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding". Klachten van ouders werden door de nationale ombudsman herhaaldelijk gegrond bevonden, maar dat had nooit effect.

 

In de NRC van 19 maart 2011 verscheen een opiniestuk van ondergetekende onder de titel "Of beschuldiging waar is, doet er bij kinderrechter niet toe".

 

Na enkele kritische reacties in NRC op het opiniestuk vanuit de jeugdzorgwereld mengde de (toenmalige) nationale ombudsman Brenninkmeijer zich in dit openbare debat met een artikel in het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht (FJR) =(juridisch interessant maandblad FJR 2011/ 67). Daarin rekende hij af met de critici uit de jeugdzorgwereld en verklaarde zich "meer [te kunnen] vinden in de zienswijze van Prinsen". "Hoe moeten professionals in jeugdbeschermingszaken omgaan met feiten, met het vaststellen van feiten, met waarheid en waarheidsvinding?" Dat is de kwestie. Terecht maakte de nationale ombudsman onderscheid tussen 'waarheid' en 'waarheidsvinding'.

 

Sindsdien zijn de protesten van ouders tegen de valse beschuldigingen regelmatig onderwerp van het publieke debat. Dat debat wordt gevoerd onder de (oneigenlijke) titel 'waarheidsvinding'. 'Oneigenlijk' omdat de kritiek van de betreffende ouders niet gaat over het vinden van de waarheid maar over het uitbannen van onwaarheid.

 

In december 2011 publiceerde het Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg (LCJ, later opgegaan in het LOC) een brochure gewijd aan het probleem.

 

Op 8 oktober 2013 werd, dankzij actie van het LCJ (thans LOC), het amendement Van der Burg (VVD) en Bergkamp (D66) voorgesteld. Daarin werden de raden voor de kinderbescherming en de jeugdzorginstellingen uitdrukkelijk verplicht "de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren".

 

Op 6 november 2013 organiseerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een debat in De Balie te Amsterdam, over "De toon van het debat". Ondergetekende hield in een bijdrage een pleidooi voor het formeren van een "Waarheidscomité", met tot taak het realiseren van rechtsherstel in al die gevallen van onterechte uithuisplaatsingen.

 

Op 26 mei 2015 schreven ZORG+WELZIJN en diverse andere instanties naar aanleiding van het Jaarbericht 2014 van de Inspectie Jeugdzorg in hun blog-nieuwsbrief: 'Te veel valse beschuldigingen in de jeugdzorg' .

 

Op 18 augustus 2015 pleitte D66-Tweede Kamerlid Vera Bergkamp voor het instellen van een commissie afgesloten jeugdzaken. Die commissie zou helderheid moeten verschaffen in afgeronde zaken waar bij betrokkenen twijfels over de juistheid van beslissingen blijft bestaan.

 

Tot op de dag van vandaag duren de protesten tegen valse beschuldigingen door de jeugdzorgketen voort...

 

  1.  Weldaden en wandaden

Er zijn ontaarde ouders die aan weldenkende mensen de reactie ontlokken “Hier moet ingegrepen worden”. Ingrijpen kan dan noodzakelijk zijn en een weldaad voor hun kind.

 

Over die ouders gaat dit artikel niet.

 

Evenmin gaat dit artikel over ouders die te maken hebben met puberteitsproblemen van hun kind en voor wie het een zegen is dat zij aanspraak kunnen maken (op grond van de jeugdwet) op hulp van Jeugdzorg. Zij profiteren (bij orthopedagoog-generalisten, met doorverwijzing van de huisarts) van tips en trucs waarmee zij de opvoedingsproblematiek draaglijk kunnen maken en als dat onvoldoende lukt kan hun kind opgevangen worden in een pleeggezin of instelling, waardoor er rust komt in hun leven en dat van hun kind.

 

Dit artikel gaat niet over de weldaden, maar over de wandaden van de Jeugdzorgketen. Als we ons bewust zijn van de positieve kanten mogen we niet onze ogen sluiten voor de negatieve kanten als die er zijn.  (Meer over '[on]waarheid en wandaden in de jeugdzorg' door Peter Prinsen op https://www.sosjeugdzorg.nl/actueel/gastblog/35-waarheidsvinding-is-een-leugenie: https://www.sosjeugdzorg.nl/actueel/gastblog/35-waarheidsvinding-is-een-leugen

 

3.    Wandaden

 

Dit artikel gaat over de ouders in de jeugdzorg die protesteren tegen "schending van kinder- en mensenrechten". Tegen, zoals sommigen dat noemen: "verkrachting van de Rechtsstaat", en "een cultuur van misleiding" in sommige zaken.

 

Die ouders – het zijn er veel – protesteren wanhopig omdat hun kinderen op valse gronden uit huis zijn gehaald en zijn afgevoerd naar een geheim adres.

 

Autoriteiten doen die protesten nog altijd geringschattend af als “uitingen van ontevreden ouders”. Wie dat durft te zeggen getuigt niet van enig besef van urgentie. Van besef dat er een eind moet komen aan deze "wandaden".

 

Ongetwijfeld hebben zich bij de protesterende ouders ook ouders aangesloten die daar niet thuishoren. Bijvoorbeeld omdat zij zich verzetten tegen een maatregel die welbeschouwd als terecht moet worden aangemerkt. Zoals gezegd: over die ouders gaat dit artikel niet.

 

In dit artikel neem ik als voorbeeld de zaak die in de hiervoor genoemde publicatie uit 2011 werd besproken, een zaak uit eigen praktijk.* Is er sindsdien iets veranderd? Ja, er zijn protocollen opgesteld, maar voor de waarheidsgetrouwheid van de rapportages hebben deze geen enkel effect. Kinderrechters doen nu eenmaal niet aan waarheidsvinding, daar kan geen protocol wat aan veranderen. En dan is voor de jeugdzorg- of kinderbeschermingrapporteur de verleiding wel erg groot om eigen (voor)oordeel of prestatiedrang zwaarder te laten wegen dan de waarheid. En al helemaal als (voor)oordeel of prestatiedruk van hoger hand is opgelegd.

 

De aangehaalde citaten zijn letterlijk overgenomen uit het procesdossier van de zaak uit 2011. In die zaak heb ik het optreden van de gehele jeugdzorgketen, tot en met de kinderrechter, van begin tot eind meegemaakt. Ik heb de "schending van kinder- en mensenrechten" in de jeugdzorgketen met eigen ogen waargenomen. Zaken als deze zijn ook nu nog geen uitzondering, niet alleen in mijn eigen praktijk, maar ook in die van veel "weldenkende" advocaten.

 

Dit artikel gaat over ouders die in het jeugdrecht hun zaak volledig uit de hand hebben zien lopen en die geen enkele mogelijkheid hebben om dingen recht te zetten. Hun gezin en het leven van hun kind is een nachtmerrie geworden waaraan niet te ontsnappen is.

 

Rapporten mogen zij corrigeren voor zover het geboortedata en huisnummers enzo betreft. Inhoudelijke betwistingen worden niet serieus genomen. Zij worden als bijlage aan het rapport gehecht, maar in het rapport zelf blijven de gewraakte passages vaak staan. Alle betrokken autoriteiten, van hoog tot laag, beroepen zich op het mantra "Wij doen niet aan waarheidsvinding".

 

  1.  Waarheidsvinding, wat is dat eigenlijk?

 Professionals in de Jeugdzorg gebruiken het mantra "Wij doen niet aan waarheidsvinding" als een toverformule om het verwijt van onwaarheden te smoren. Deze professioneel aandoende term is steeds hun laatste woord.

 

Maar Waarheidsvinding,* wat is dat eigenlijk?

Liever stel ik de omgekeerde vraag. 'Niet aan waarheidsvinding doen', is dat:

  • een vrijbrief om de waarheid geweld aan te doen?
  • een vrijbrief voor bewust onware beweringen en het verzinnen van feiten?
  • een vrijbrief om te grossieren in meningen die aan de feiten geen boodschap hebben?
  • een vrijbrief voor willekeur en vooroordeel?

Nee, natuurlijk. Maar toch staan protesterende ouders telkens met de mond vol tanden! Dat overkomt zelfs journalisten die met draaiende camera jeugdbeschermers of kinderrechters aan de tand voelen. Hoe komt dat?

 

De STRO-POP:

 

  1. "Wij-Doen-Niet-Aan-Waarheidsvinding": een stropopweerlegging :

Het mantra ‘Wij-Doen-Niet-Aan-Waarheidsvinding’ is een drogreden van het type Stropop.

Het is afkomstig van de spindoctors van Kinderbescherming en Jeugdzorg die een standaard weerwoord hebben bedacht om protesterende ouders de mond te snoeren. De Stropop-weerlegging gaat als volgt:

  •     Ouders verwijten 'Jeugdzorg' bewust onwaarheden te verzinnen.
    •   'Jeugdzorg' zegt (nog steeds vaak):  “wij doen niet aan waarheidsvinding” {of: "We kunnen dat niet meten."}

o        Maar 'Waarheidsvinding' is een rechtstheoretisch leerstuk {Jw3.3 en Rv21}.
Niet aan waarheidsvinding doen is geen vrijbrief  er op los te liegen.
"Waarheidsvinding" is de stropop die geen geldige weerlegging oplevert van het verwijt.

 

Waarheidsvinding is rechtstheoretisch inderdaad niet de taak van Jeugdzorg maar van de rechter. Maar het protest ging over wat anders: Jeugdzorg hoort de waarheid te spreken, dáár hadden de ouders het over. Door te beginnen over 'waarheidsvinding' creëert de jeugdzorgprofessional een spraakverwarring en deze spraakverwarring heeft zich tot in het publieke debat voortgeplant. Geniaal, maar onethisch.

 

Het schermen met het rechtstheoretisch leerstuk ‘waarheidsvinding’ is gewichtigdoenerij met een door leken niet begrepen term. Het is potjeslatijn van Jeugdzorg. Jeugdzorg en Kinderbescherming hebben de rechtsplicht om de feiten volledig en naar waarheid aan de rechter voor te leggen. Zo staat het in de wet.

 

‘Waarheidsvinding’ en, vervolgens, ‘rechtsvinding’, zijn taken van de rechter, maar, zoals gezegd: Kinderrechters verzaken hun taak. Zij zien de Raad en Jeugdzorg als adviseur van de kinderrechter, niet als partij in een juridisch debat en dat ontslaat de rechters dan weer van hun controlerende taak volgens het bewijsrecht (“wie stelt bewijst”).

 

Hielden de ouders nu maar vast aan hun protest tegen valse beschuldigingen en misleiding. Maar nee, zij nemen de stropop over en spreken met grote verontwaardiging op hun sociale media schande met de woorden:

“Jeugdzorg doet niet aan waarheidsvinding!”

 

Dit heeft geleid tot aandacht van media en politiek. {Dit ondanks de Jeugdwet artikel 3.3: "De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (G.I.) zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.}.

 

En ziedaar: het publieke en politieke debat wordt gevoerd onder de naam “Waarheidsvinding”, precies zoals de spindoctors het wilden. Het oorspronkelijke thema 'valse beschuldigingen' als op zichzelf staand thema is daarin volkomen verwaterd.

 

  1.  Repressieve tolerantie

Wat is repressieve tolerantie:?   Daarvan spreekt men als de overheid een stem (en financiering) geeft aan een lastige protestgroep, bijvoorbeeld in de vorm van klachtencommissies, cliëntenraden, vertrouwenspersonen. Met die quasi-tolerante opstelling beoogt de overheid het debat onschadelijk te maken voor het bestaande beleid. Bijvoorbeeld door manipulatie door middel van het stichten van spraakverwarring en 'framing'.

 

Dat is wat hier is gebeurd. Ouders, en hun medestanders in media en politiek, zijn in de val getrapt van repressieve tolerantie: het oorspronkelijke protest tegen brutale onwaarheden, willekeur, misleiding en vooroordeel is gesmoord in een oeverloos lekendebat over het rechtstheoretische leerstuk ‘waarheidsvinding’. Dat debat wordt gedomineerd door de spindoctors van Kinderbescherming en Jeugdzorg.

 

  1.  De Kinderombudsman

Repressieve tolerantie werkt als een sluipend gif dat het openbare debat vergiftigt. Een toonbeeld daarvan is het in 2013 verschenen {bescheiden} rapport “Is de zorg gegrond” van de vorige kinderombudsman Dullaert. =(http://www.dekinderombudsman.nl/92/ouders-professionals/publicaties/rapport-is-de-zorg-gegrond/?id=325). 

 

Door de natie werd Dullaert als een heilige vereerd. Zijn rapport is voor mij de grootste deceptie in mijn carrière geweest. Het rapport is geschreven vanuit het perspectief van de jeugdzorgprofessionals. Protesten van ouders over de onwaarheden en valse beschuldigingen door Jeugdzorg worden geplaatst in het kader van ontevredenheid met de voor hen nadelige conclusies die Jeugdzorg in hun casus trekt. Het rapport ging niet meer over onwaarheden van Jeugdzorg, maar over 'waarheidsvinding', d.w.z. over de moeilijke zoektocht naar de juiste beslissing. Niet over, diplomatiek gezegd, "stop de vermijdbare onwaarheden".

 

De Kinderombudsman schrijft bescheiden: “Concluderend kan worden gesteld dat het AMK, BJZ en de Raad over het algemeen professioneel en deskundig te werk gaan.” {72% niet goed bleek uit rapport '909 zorgen'; dat is toch wat anders dan 'in het algemeen wel goed'}.

 

Over de cultuur van onverschilligheid voor waarheid? Geen woord. Alleen maar: “Desondanks komen fouten in het onderzoeksproces en rapportages […]met enige regelmaat voor.”

 

En zijn aanbevelingen: méér protocollen, méér trainingen. Kortom: méér van hetzelfde.

 

  1.   Het Waarheids-amendement Van der Burg / Bergkamp

Dankzij een amendement van de Tweede-Kamerleden Van der Burg (VVD) en Bergkamp (D’66) is in de Jeugdwet een waarheidsplicht (die al sinds jaar en dag in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering stond) expliciet voor de raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg opgenomen:

 

De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

 

Zijn we er nu? Is het debat hiermee beëindigd?

 

Voor de praktijk betekent het slechts, dat de raad en jeugdzorg tegen protesterende ouders niet meer mogen zeggen dat ze “niet aan waarheidsvinding doen”.

 

De indieners van het waarheidsamendement echter zijn zeer vasthoudend en verdienen steun. Zij verdedigen zeer vasthoudend de bedoeling van het nieuwe wetsartikel tegenover de minister van Veiligheid en Justitie. De minister van zijn kant volgt braaf de aanbevelingen van de kinderombudsman: meer protocollen, beter hun best doen, meer van hetzelfde. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.

 

{Brief aan de Tweede Kamer, 2016, over Onwaarheid en echt meten: http://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/open-brief-aan-tweede-kamerleden/ }.

 

  1.   Cultuur

De cultuur bij Jeugdzorg, Kinderbescherming, AMHK en alle instellingen is vergiftigd.

Vergiftigd door minachting voor de waarheid - de hoeksteen van een Rechtsstaat.

Op 5 november 2013 schreef de toenmalige bestuursvoorzitter BJAA (Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam) Erik Gerritsen in een artikel in Binnenlands Bestuur:

 

“Natuurlijk moet jeugdzorg ruimhartiger worden in het toegeven van fouten, maar er is meer nodig dan dat.”

Inderdaad: er is meer nodig dan dat. Maar niet nog meer protocollen en trainingen. Niet nog meer papieren tijgers. {Deze werkers kunnen niet met een paar weken dàt inhalen wat artsen in jaren studie en supervisie leren; hoe vaak ook deze jeugdzorg al decennia heeft beloofd te ‘professionaliseren’.}.

 

Er is behoefte aan een Juristencomité Jeugdzorg en Kinderbescherming, bestaande uit onafhankelijke kritische juristen met als taak: het voorbereiden van

  • een parlementaire enquête naar de problematische cultuur binnen de jeugbeschermingsketen;
  •   o   het voorstellen van adequate sanctiemechanismen;
  • rechtsherstel voor onterecht uit huis geplaatste en/of onder toezicht gestelde kinderen en hun ouders.

 Noten:

*:        Uit de praktijk:

 

Het is soms niet meer dan kwaadsprekerij, soms een alledaags incident, een bagatel,  waarom een kind bij zijn ouders wordt weggehaald. Op verraderlijke manier, van het ene op het andere moment. Hun kind raakt in paniek. En zo wordt het naar een geheime locatie gebracht.

 

Na enkele dagen ontvangen de ouders het fax-verzoek aan de kinderrechter tot spoed-uithuisplaatsing. Motivering: “Onderzoekshypothese: jarenlange kindermishandeling”.

 

Een week later krijgen de ouders het definitieve verzoek UHP, onderbouwd met een professioneel ogend rapport. Daarin lezen zij weer als motivering: "jarenlange kindermishandeling". Maar tot hun verontwaardiging is wat eerst nog een hypothese was zonder onderzoek tot feit verheven. In een lawine van volgende rapporten zal dit "feit" klakkeloos als uitgangspunt worden genomen.

 

Een week of drie later vindt het eerste contact met hun kind plaats. Een uurtje, onder toezicht, op het politiebureau of op het kantoor van Jeugdzorg. En dat elke twee weken. Ter voorbereiding op het ouderbezoek wordt hun kind telkens belast met een strikte geheimhoudingsplicht omtrent het pleegadres. De ontmoetingen van het kind met zijn ouders zijn daardoor telkens beladen met angst voor versprekingen. Na enkele bezoekjes schrijft Jeugdzorg aan de ouders:

 

"De bezoekregeling met u roept dusdanig veel spanningen op dat uw dochter angstig is, reden waarom de bezoekregeling voor drie maanden wordt stopgezet".

 

Wijzen de ouders op de onjuistheid van de beschuldigingen en de oncontroleerbaarheid van hun beweringen, dan krijgen zij van Jeugdzorg te horen:

 

" Waarheidsvinding behoort niet tot onze taak".

 

Wijzen zij erop dat hun kind niets mankeert en het voortreffelijk doet op school, dan lezen zij tot hun verbijstering in een volgend rapport:

 

"Het kind komt over als een zwaar beschadigd meisje als gevolg van jarenlang huiselijk geweld. Juist het feit dat zij ogenschijnlijk niets mankeert en 'gewoon meedoet op school', zou gezien kunnen worden als zorgelijk. Hieruit blijkt namelijk dat zij al jaren rondloopt met een groot geheim en dit nooit met iemand heeft kunnen delen".

 

Wijzen zij op de innerlijke tegenstrijdigheid ("Komt over als zwaar beschadigd" versus "mankeert ogenschijnlijk niets"), dan is het antwoord wederom:

 

" Waarheidsvinding is niet onze taak".

 

Kaarten zij het aan bij de Externe klachtencommissie dan opent de voorzitter met:

 

"Vooraf moet ik u erop wijzen dat het in het jeugdrecht niet gaat om waarheidsvinding".

 

Klagen zij bij de Raad voor de Kinderbescherming over het klakkeloos overnemen van evidente onzin, dan krijgen zij te horen:

 

"In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding".

 

Komen zij bij de kinderrechter, dan opent ook die de zitting (met gesloten deuren!) met de woorden:

 

"Vooraf moet ik u erop wijzen dat het hier niet gaat om waarheidsvinding".

 Zie: https://www.sosjeugdzorg.nl/actueel/gastblog/35-waarheidsvinding-is-een-leugen .

*:          'Waarheidsvinding'

 

De taak van de rechter die uitspraak moet doen in een civiele zaak (familierechtelijke zaak, een 'jeugdzorg'-zaak)  duidt men aan met de term 'rechtsvinding'.


Dat moet hij doen op basis van de door partijen gestelde feiten {Voor ouders: dat zijn niet uw meningen, maar uw medisch en wetenschappelijk bewijs zwart op wit met voorgekauwde uitleg hoe te interpreteren, en wat meer optimaal alternatief is voor het kind dan wegzetten zonder medisch advies voor een kennelijk wegens OTS nodige therapeutisch traject.

Weet dat de jeugdzorgwerker beschouwd wordt als 'professional' en zonder beëdiging geloofd wordt zonder uitleggend bewijs.

Het gaat nogmaals niet om uw mening wat gelogen is. Noem wel dat de door de 'jeugdzorg' aangeleverde 'feiten' speculaties en insinuaties zijn die niet na de uitspraak als feit door het leven mogen gaan zonder bewijs; en laat dit nadrukkelijk noteren.}.

 

Door de ene partij gestelde feiten die door de andere partij niet worden betwist worden door de rechter in beginsel als juridisch waarheid aangemerkt.

 

Bestaat over (sommige van) de gestelde feiten een geschil, dan moet de rechter de waarheid boven tafel zien te krijgen omtrent díe feiten die 'voor zijn beslissing van belang zijn' {en de jeugdrechter is geen medicus, dus moeten de ouders voorkauwend uitleggend bewijs leveren om dit hem in te laten zien! Maar wel beknopt (en ook op papier in meervoud aanleveren.}.
Dat wordt aangeduid met 'waarheidsvinding'. {Spreek veel liever genuanceerd over 'diagnostische waarheidsvinding'!}.

 

Deze 'waarheidsvinding' moet de objectieve (te meten) werkelijkheid omtrent betwiste feiten zo goed mogelijk benaderen. {En het kind heeft er recht op: IVRK art. 24 lid 1}.

 

Als er ook nog kinderen bij betrokken zijn, dan moet de rechter verder kijken dan wat de procespartijen hebben gesteld en betwist.

 

Met de aldus "gevonden" waarheid moet de rechter naar de wet kijken om het "recht te vinden", dat wil zeggen uitzoeken welke gevolgen de wet aan de feiten verbindt.

 

                          Anno 2017:

Wat voor waarheidsvinding? 

 Die vraag moet nu gesteld worden...


Het blijkt dat de 'jeugdzorg', gedwongen door de roep om 'waarheidsvinding', een truc heeft bedacht.

We mogen gaan kijken naar en meedenken aan achteraf-waarheidsvinding, wanneer ouders reeds in het beklaagdenbankje zitten van 'onderzoek' d.m.v. gezinsplan.

Het gezinsplan is in de maak gezet bij de jeugdbescherming, de G.I..

Daar is aan vooraf gegaan een melding en Veilig Thuis, dat vaak ook al onder de hoed zit van de G.I.. Of de RvdK heeft deze casus doorgeschoven naar de G.I..

Achteraf-waarheidsvinding bevindt zich dus reeds in de beklaagdensfeer; er zijn 'vermoedens', er zijn verdachte signalen, ja, er moeten dan wel problemen zijn.

 

Achteraf-waarheidsvinding. 

Een concept gezinsplan bevat reeds een kijk op wat fout gaat en bij S&O-zaken kunnen gescheiden ouders de inbreng van de andere ouder diskwalificerend gevoelen en escalatie is reeds gaande. Ook de puber die dit wordt voorgelegd leest en wordt aan loyaliteitsconflicterende signalen over diens ouders blootgesteld. Ook staat er zelden in het plan welke echte specialist met welke beroepsregistratie op welke open onderzoeksvragen de voorlichting aan ouders zal geven en de diagnose uitvoeren om het meest optimale hulptraject te laten bepalen. Vaak wordt dit overgelaten aan een jeugdzorgwerker die daarvoor niet medisch geclassificeerd is.

In FJR2010/92 (https://www.dropbox.com/s/8l2c0xydv3cdjoo/FJR%20afl.10%20-%20okt.2010%20dag18-11.pdf?dl=0) worden wat knelpunten beschreven die een rechter reeds vermoedde.

Achteraf-waarheidsvinding is dus een feit geworden in de aanloop om propaganda te maken met Jeugdwet 3.3. Het is niet enkel misleidend doch ook schadelijk gezien de beschuldigingen in 'vermoedens' en roddel.

 

Diagnostische waarheidsvinding...

Ingangs-waarheidsvinding dient diagnostiek te zijn, en wel met ópen onderzoeksvragen (https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/diagnostiek-nodig-als-nulmeting/). Dat is dus een vooraf-waarheidsvinding.

Het is onder meer prof.dr. R.J. van der Gaag (Radboud Universiteit) die adviseert om zwaargewichten als poortwachter tot zorg in te stellen. Specialisten voor doelgroepen kunnen sneller tot effectieve paden komen, en de zorg goedkoper maken, maar ook mìnder schadelijk. Doelgroep-specialisatie, zoals het door prof.dr. R.A.C. Hoksbergen voorgestelde IBAP rond gespecialiseerde deskundigheid voor geadopteerden en pleegkinderen en over gehechtheid. Of het door de SSF (voor AZF) voorgestelde kenniscentrum voor begeleiding rond omgangssabotage bij of na echtscheidingen. Doelgroep-ingangen met specialisatie. Waar het gezin voorgelicht wordt zonder vooringenomenheid. 

Dwangzorg is daarentegen contraproductief (Prof.dr. C. Schuengel, 2013, https://jeugdbescherming.jimdo.com/tips-en-andere-brieven/bejegenen-en-vertrouwen/).

Om ouders en pubers gemotiveerd te houden is een degelijk metende open kijk nodig met gepaste bejegening. Dan staan de oren nog open om eventuele verbeteringsvoorstellen uitgelegd te vernemen.


Meespreken?

Waar ouders mogen meespreken is het handig te wijzen op deze ingang. Vooraf-waarheidsvinding zonder beschuldiging maar open onderzoekend in overleg. 

De neiging van de jeugdbescherming zal even rigide en inflexibel zijn als dat er aan de reeds gegeven vraagstelling voldaan met worden omdat dit al vaststaat, zoals gezinsvoogden vaak gezonde alternatieven van ouders afdoen en wegwimpelen. Naar motivering van ouders wordt dan al niet meer geluisterd en doorheen gepraat.

Achteraf-waarheidsvinding heeft reeds schade veroorzaakt.