Bovenaan vindt men de koppen Kwaliteit en Tips.... , Wetten e.d. en loyaliteit e.d..

 Daarin staan meerdere informatieve en bruikbare artikelen en sub-artikelen over de contraproductiviteit en het gevaar van 'jeugdzorg', hoe ze zich ook noemen.  Kijk ook op https://kinderbescherming.jimdo.com/ met informatie. En op https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/therapieen met meer.

Dat dit jeugdzorg-gevaar zo kon ontstaan, ligt aan de politiek (en de jeugdzorglobby).

Hier eerst een brief, die zeer actueel is anno 2018, aan alle gemeenten in Nederland (met geldnood in 2017) ruim voor de transitie van o.a. de 'jeugdzorg' anno 2013:

 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

AAN  ALLE  GEMEENTEN:

                                                                                                                                   en burgers die daarvan afhankelijk zijn:

23 juli 2013 aan alle gemeenten

:

Geacht college van B&W,

 

De SSF is (nu in 2016: was) een organisatie, die zich inzet om de posities van het kind en de ouders binnen het jeugd- en familierecht te verbeteren. Hierom benaderen we u.

 

De gemeenten staan aan de vooravond om ‘zorg aan jeugd’ te regelen en in te kopen n.a.v. de transit jeugdwet (voor eind 2014). We benoemen de huidige situatie (A), wat zijn de effecten (B), en doen een voorstel hoe uw gemeente de zorg aan jeugdigen optimaal kan invullen (C).

 

A) Huidige situatie  (met de overgang tot gedwongen interventies)

In de huidige situatie wordt de jeugdzorg geleverd door de stichting Bureau Jeugdzorg (BJZ). BJZ staat in den lande bekend als de professionals op het gebied van jeugdzorg. In de jeugdzorg krijgen, zo was bedoeld,  kinderen, jongeren en hun ouders ondersteuning en hulp bij opgroei- en opvoedproblemen. Daarbij gaat het om problemen van psychische, sociale of pedagogische aard die de ontwikkeling belemmeren. De jeugdzorg omvat zowel vrijwillige hulpverlening als gedwongen interventies. Indien een jeugdzorgwerker meent dat een minderjarige  bedreigd wordt in zijn ontwikkeling, heeft het BJZ een drietal wettelijke taken:

 

  1. Het indiceren welke hulp de minderjarige en de gezaghebbende ouders behoeven teneinde de bedreiging van de ontwikkeling af te wenden (dit kan een doorverwijzing zijn, of mondt uit in een aanvraag tot beschermingsmaatregel);
  2. De geïndiceerde zorg te coördineren;
  3. Toezicht houden op de minderjarige (Gezinsvoogdij en verlengen OTS- en UHP-trajecten)

 

Als de bij 1 gedane indicaties leiden tot een gedwongen jeugdzorgmaatregel, heeft dit als gevolg dat de subsidies bij 2 en 3 stijgen. Immers de jeugdzorg-subsidie zijn vaste bedragen per kind per jaar.[1]

 

 

B1) Wat zijn de effecten  op  de zorg? (bij gedwongen interventies)

 

Via het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en het ZonMw-programma ‘Zorg voor jeugd’ (2007 tot 2013) is een databank voor bewezen effectieve jeugdinterventies tot stand gebracht.  De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport6 gebruikt dit onderzoek in haar brief aan de Tweede Kamer der Staten Generaal om deze te informeren over het kwaliteitsbeleid voor de brede zorg voor jeugd (kenmerk: DJ-U-3109396):

 

In totaal zijn 318 interventies op hun effectiviteit onderzocht. Daarvan waren 144 interventies ‘theoretisch goed onderbouwd’, zes interventies ‘waarschijnlijk effectief’ en drie interventies ‘bewezen effectief’. De overige 165 interventies zijn onderzocht maar niet toegelaten tot de databank omdat de effectiviteit niet kon worden vastgesteld.” (pagina 5 onderaan). Op de 318 onderzochte interventies bleken er drie tot maximaal negen effectief!

De Staatssecretaris van VWS merkt op dat er bij maximaal bij 5% van de Jeugdzorg-bemoeienissen kan worden gemeten dat deze effectief zijn geweest: “In dit verband is het ook relevant dat Van Yperen en Veerman schatten dat in de jeugdzorg maximaal 5% van de interventies het predicaat evidence-based kunnen verkrijgen.” (pagina 6 bovenaan).

 

Een niet passend hulptraject, niet evidence-based, kan schadelijk zijn voor kind en gezins-dyade, het kind-oudersysteem. Ook een niet-passend hulptraject belast de kas.

 


B2) Wat zijn de effecten op de lasten? (met o.a. gedwongen interventies)

 

De jeugdwet wil bezuinigen op onnodige zwaardere zorg. Is dat juist?

 

Een misverstand is dat kinderpsychiatrie duur is. Kinderpsychiatrie is specialistisch zorg en specialistische zorg is ‘duur’, is de redenering. Feitelijk kost een kind een jaar in zorg in de jeugd-GGZ gemiddeld € 4.000 (inclusief de heel dure zorgvormen), terwijl een kind wat één jaar in de jeugdzorg in zorg is, € 24.000 kost. 

 

Een hulptraject kan de gemeentelijke lasten verzwaren:

Een gemiddeld hulptraject onder jeugd-GGZ duurt minder dan 2 jaar, dus zijn daar de totale kosten: € 8.000,~-. Daar komt natuurlijk de kleine kosten voor de doorverwijzing van een huisarts (diagnost) bij.

Daar tegenover staat dat een gemiddeld JZ-traject ruim 4 jaar duurt, zodat daar de gemiddelde kosten ca. € 100.000,~ bedragen.

 

Bij indiceren op het niveau van jeugdzorg kunnen zwaardere problemen over het hoofd gezien worden en onderbuikgevoelens kunnen gaan meespelen die tot een foutief hulptraject leiden, soms te licht, vaak te zwaar (wetenschappers R.J. van der Gaag, Jo Hermanns, R.A.C. Hoksbergen, Junger-Tas, J. van Acker, e.a., en rechters zoals raadsheer P. van Teeffelen - FJR 2010/92, en ombudsman en advocaten).[2]

 

Indiceren is nog geen diagnosticeren.


In het volwassen circuit stelt een arts[3], een orthopedagoog[4] of een NIP-psycholoog[5] een medische diagnose op.  Hij doet dit onder beroepscode en eisen in wetgeving, met diagnostisch overzicht in de anamnese, ook met betrekking op de gevolgen van behandeltrajecten. (Diagnostiek geeft kwaliteit. De arts is beëdigd).

 

Vanuit gemeentes krijgen wij de feedback, dat als de jeugdzorg bij de gemeente is ondergebracht, of de gemeente dan een sturende rol kan uitoefenen in het aantal gedwongen jeugdzorg-interventies?

Het antwoord is NEEN.

 

#      Immers als de gemeente kiest voor ‘inkoop’ van het niveau jeugdzorg  wordt er een indicatie opgesteld, waarvan de Staatssecretaris van VWS bij haar brief (van 2 april 2012, kenmerk: DJ-U-3109396)[6] aan de Tweede kamer aangeeft dat de huidige manier van indiceren een effectiviteit van omstreeks 5% van de Jeugdzorg-bemoeienissen kan worden gemeten: "In dit verband is het ook relevant dat Van Yperen en Veerman schatten dat in de jeugdzorg maximaal 5% van de interventies het predicaat evidence-based kunnen verkrijgen."

 

#      Bij een gedwongen maatregel dient ingevolge het Burgerlijk Wetboek 1:254[7] {sinds 1-1-2015: BW1:255 lid 1} de rechter de indicatie in te zetten voor de gedwongen hulp. Immers de rechter is geen medicus en kan geen vervangende of verbeterde indicatie opstellen. U als gemeente zou in de nieuwe situatie ook geen enkele invloed kunnen uitoefenen, want u bent geen diagnost of belanghebbende; in de situatie dat u voor de inkoop van jeugdzorg zou gaan kiezen, heeft u zelf voor deze indicatie gezorgd.

 

 

Wat SSF daarenboven opvalt is dat de provinciale kosten aan de jeugdhulpverlening van 2005 tot 2011 stegen met 50%, onevenredig, veeleer epidemisch (cijfers: CBS). Ook de laatste jaren is het nog gestegen. Een belastende tendens.

 

SSF vraagt zich in gemoede af: Gaat de nieuwe jeugdwet aan de haal met het gemeentelijke budget?

En hoe kan de gemeente de kas bewaken?

 

 

C) Voorstel: hoe uw gemeente de zorg aan jeugdigen kan invullen.

 

De toegang tot gedwongen jeugdhulpverlening en ‘gezinsregie’ dient gebaseerd te zijn op diagnostieke afweging. Dat is deskundiger en veiliger dan indiceren. Jeugdzorgwerkers zijn geen diagnosten.

 

De gemeentes dienen de genoemde drie taken praktisch te gaan scheiden:

 

#     Diagnosticeren (Zorg-inkoop)

In plaats van indicaties laat de gemeente bij minderjarigen (net zoals in het volwassen medische circuit gebeurt) een diagnose opstellen. De gemeente heeft een orthopedagoog-generalist, een GZ-psycholoog en een artsen zelfstandig in dienst, in bijvoorbeeld een alliantie van plaatselijke diagnostieke deskundigen[8], en/of maken het systeem van huisarts en doorverwijzing (naar passender hulp)  declarabel. {Een 'wijkteam' is te ondeskundig.}

 

#      Coördineren en Toezicht

Deze bekwame diagnosten geven een diagnose namens de gemeente; en de gemeente vergoedt de instelling en/of therapeut die op basis van de diagnose hulp gaat verlenen. Er is een scheiding, ook financieel, tussen de ‘gemeentelijke diagnosten’ en vervolgtrajecten. (Het kan ook zijn dat uit de diagnose blijkt dat er geen hulp nodig is! Dat bespaart). De diagnost krijgt géén subsidie afhankelijk van toegewezen zorg of bezettingsgraden, zoals vroeger bij Bureau Jeugdzorg het geval was.

 

Minimaal, afhankelijk van de diagnose en doelverwachting, één maal per jaar komt de minderjarige terug bij de gemeentelijke diagnost. Deze beoordeelt of  het kind nog de externe hulp nodig heeft. (Zeker bij een gedwongen maatregel). Wederom weer geen subsidie afhankelijk van het vaststellen van (jeugd)zorg. De diagnost is al in dienst van of wordt betaald door de gemeente.

 

In het huidige artikel[9] 1:257 BW staat benoemt hoe de jeugdzorg (nu BJZ) hulp aan ouders mag geven. De gezins-dyade staat voorop. De ‘gemeentelijke’ diagnost dient ook ingevolge een dusdanige bepaling (die de gemeente in alle vrijheid mag bepalen) waar nodig hulp aan ouders voor te schrijven.

Door de scheiding van de Diagnose en de Coördinatie en toezicht  heeft de diagnost geen enkel belang als hij meer of minder hulp diagnosticeert. Ook niet als een huisarts doorverwijst naar een specialist.

Zo heeft de gemeente een directe vinger in de pap bij de mate van  gedwongen interventies. Tevens is het kind-belang gediend, door hoogwaardige[10] beroepscodes en de mogelijkheid van een Regionaal Tuchtcollege (BIG) en het NIP/NVO-klachtrecht. (Er hoeven geen nieuwe toezichthouders gecreëerd te worden, wat besparend werkt).

 

Van  indicatie  naar  diagnostiek:

Volgens SSF hebben zowel minderjarigen, als volwassenen het recht op de hoogst mogelijke zorgverlening. Als een volwassene het recht heeft op een diagnose van het niveau arts, dan heeft een minderjarige volgens SSF dat ook. Immers de arts, de orthopedagoog-generalist en de GZ-psycholoog zijn allen bevòègd en bekwaam om de aanwezigheid of afwezigheid van kindermishandeling of -verwaarlozing te diagnosticeren. Ook hebben dezen meer zicht op de gevolgen van diverse behandel-trajecten bij het kind. Deze deskundigen belasten het kind minder. Deze diagnostisch-gebaseerde hulptrajecten wegen minder op de lasten.

 

Dus iedere melding van een ZAT-team, van de politie, of van een soort van AMK (Meldpunt Kindermishandeling en Huiselijk geweld) komt bij de betrokken ‘gemeentelijke’ diagnost, die ingevolge zijn beroep diagnosticeert of er wel of geen sprake is van kindermishandeling en of er wel of niet (en hoe) ingegrepen dient te worden.

 

Diagnostische waarheidsvinding in het kindbelang is geen taak van een niet als diagnost, academisch opgeleide rechter. Waar, zo kan het niveau jeugdzorgwerker  zeggen, ‘de rechter heeft beslist’ tot een dwangtraject, heeft uw gemeente maar te betalen!

 

Vandaar dat we dit diagnostisch alternatief voorstellen.

 

Indien u vragen heeft of verdere toelicht noodt, zijn de medewerkers van SSF bereidt u verdere toelichting en uitleg te komen geven.

Hoogachtend, - - - - /   Noten:


[1]            Regeling Normbedragen Jeugdzorg hoofdstuk 2 :   http://wetten.overheid.nl/BWBR0026916/geldigheidsdatum_20-07-2013#Hoofdstuk2   

[2]            Van der Gaag: “Gepleit wordt voor ‘kinder- & jeugdpsychiaters als diagnostische zwaargewichten’ aan de poort die bij de triage helpen”, in feite de cliënt onderzoeken, om frustrerende en mislukte hulpverleningsprocessen te voorkomen…”.   Hoksbergen, 2000: ISBN 90-805430-2-0, pag. 25-26: IBAP: gespecialiseerde ingang nodig. S.L. Smith: “De reguliere jeugdzorg matcht de kennis niet bij de case” (Keeping the Promise, 2010).  Juridisch maandblad FJR 2012/95, noten 7–12 in https://www.dropbox.com/s/h7yvgf5wsqm1ei5/2012%20FJR-95%2B%20Hechtingsstoornis%20en%20juridiserend%20handelen.pdf?dl=0 . Wetenschappelijk rapport ‘909 zorgen’, N.W. Slot, A. Theunissen, F.J. Esmeijer, Y. Duivenvoorden, Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Psychologie en Pedagogiek, afdeling Orthopedagogiek, 2002: 72% der cases na 2 jaar OTS-‘hulp’ werd niet beter, verslechterde vaak wel. Bij slechts 28% was wel vermindering van probleempunten te vinden. Prof. Jo Hermanns vond dergelijke getallen rond effectievere zorgtrajecten via thuis-situaties in Zeeland.

[3]               KNMG: Op artsen en andere zorgprofessionals rust een bijzondere verantwoordelijkheid om het probleem van kindermishandeling aan te pakken. Artsen moeten, juist ook op huisartsenposten, kindermishandeling kunnen signaleren en zo nodig – op hun niveau – aan de bel trekken.

[4]                UvA: Orthopedagogen bestuderen hoe leer- en opvoedingsproblemen bij kinderen zich manifesteren en wat er in de opvoeding en op school moet gebeuren om deze aan te pakken en te behandelen. Zij houden zich bezig met ernstige problemen bij kinderen zoals depressie, angst en agressie, maar ook met opvoedingsproblemen veroorzaakt door bijvoorbeeld chronische ziektes, pedagogische onmacht of mishandeling (of van invloeden buiten de dyade).

[5]                 Psychologen: krijgen een wettelijke plicht tot het hebben en hanteren van een Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. (Niet het melden is verplicht omdat dit aankomt op signalen). Het ministerie van VWS heeft hiertoe onlangs het zogenaamde Basismodel Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling opgesteld en gepubliceerd.  Een werkgroep van het NIP werkt aan verdere invulling en past de Meldcode zodanig aan, dat deze naadloos aansluit bij de NIP-beroepscode en het werk van de psycholoog.

[6]                http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/04/02/kamerbrief-over-kwaliteitsbeleid-voor-de-brede-zorg-voor-jeugd.html  

[7]               BW1:254: lid 1 als oude wettekst : Indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de kinderrechter hem onder toezicht stellen van een stichting [die de gezinsvoogdij voert] + Rv artikel 800: lid 3. De beschikkingen tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging van de stichting BJz… om een minderjarige met spoed uithuis te plaatsen …kunnen alleen dan aanstonds worden gegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige { https://www.dropbox.com/s/v9wmtmywa798ilu/2015.07.21%20Kinderomb.%20Omissie%20Rv803.pdf?dl=0 }.

BW1:254(oud) wordt {sinds 1-1-2015} door de Herziening van de maatregelen van kinderbescherming (Wetsvoorstel 32 015): BW1:255: lid 1. De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een stichting indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders, of de ouder die het gezag uitoefenen door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen. http://www.peterprinsen.nl/HERZIENINGOTS.htm (rechter kolom).

[8]               Voorbeeld: https://amsterdamopent.nl/info/attachment/id/94 , het SAM-voorstel met deskundigen die regie nemen.

[9]                BW1:257, lid 1. De stichting BJz, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, houdt toezicht op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouder hulp en steun worden geboden teneinde de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden.”      In de Herziening van de maatregelen van kinderbescherming (Wetsvoorstel 32 015) staat de parallelle concepttekst BW1: “Artikel 262, lid 1. De stichting houdt toezicht op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouders of ouder hulp en steun worden geboden opdat de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige, bedoeld in artikel 255concept, vijfde lid, binnen de duur van de ondertoezichtstelling worden weggenomen. De inspanningen van de stichting zijn erop gericht de ouders of de ouder zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen te laten dragen. 3. De stichting bevordert de gezinsband tussen de met het gezag belaste ouders of ouder en de minderjarige.” http://www.peterprinsen.nl/HERZIENINGOTS.htm (rechter kolom).

[10]            Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, moreel artikel 24: Het kind heeft recht op de hoogst mogelijke mate van gezondheid en daarbij horende gezondheidszorg. Waar wetenschappers adviseren om tot zwaargewichten of specialisten in de ingang te komen, die het gezinssysteem zien en diagnosticerend onderzoeken, en bevonden dat de reguliere jeugdzorg de kennis niet matcht bij de case, de kennis in 'jeugdzorg'  is jeugdzorg in de ingang te laag.

 

 

Er zijn meer opzienbarende stukken die de 'jeugdzorg' en politiek 'vergeten'....

Klik helemaal bovenaan op  Kwaliteit.

Daar kiest toch elke ouder voor?!

Of klik op Tips en andere brieven.

Natuurlijk kunt ge ook op deze links klikken: Kwaliteit en Tips....


Lid 1 geeft aan dat kind recht heeft op hoogwaardige diagnostiek en voorlichting ten behoeve van de genoemde mate aan gezondheid, ook de geestelijke.....
Lid 3 gaat over schadelijke tradities, en wetenschappelijk gezien behoort 'jeugdzorg' daartoe.
Lid 1 gaat over het kinderrecht op hoogwaardige diagnostiek en voorlichting t.b.v. diens - ook geestelijke - gezondheid.
Lid 1 gaat over het kinderrecht op hoogwaardige diagnostiek en voorlichting t.b.v. diens - ook geestelijke - gezondheid.

Aan het eind van https://kinderbescherming.jimdo.com/methoden/gedocumenteerde-case/ stellen we enige vragen aan politici en jeugdrechters.