Dossiers kènnen door

 

wetskennis te gebruiken.

Voor nagaan op de officiële wet-site: wetten.nl - Regeling - Wet bescherming persoonsgegevens - BWBR0011468  via www.wetten.overheid.nl :


Dossierinhoud kennen is vaak hard nodig...

Men moet dus actief dossiers opvragen, en daarbij is wetskennis nodig om de dossiers ook te verkrijgen.Zeker in jeugdzorgland.

Ken dus de wet {hier met aanwijzingen}:
Ouders en kind zijn de 'betrokkenen'; en de ouders of de 16+-er zijn de 'aanvragers'; de G.I. of een andere instelling is de 'verantwoordelijke', en de 'persoonsgegevens' zitten in het dossier dat men als ouders wìl kènnen:


Artikel 35 ùìt Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp):
• Lid 1. De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke {=G.I. en dergelijke} deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. {Naar de regel Beginselen van behoorlijk bestuur is het netjes om het gevraagde waarop recht bestaat zo snel mogelijk te geven; vier weken is een uiterste en veelal onnodig het zo lang te laten duren, zeker waar er een belang is zoals het juridisch proces ten behoeve van het meest optimale hulptraject voor een ontvankelijke opgroeiende. EVRM6).}
• 2. Indien zodanige [persoons]gegevens worden verwerkt, bevat de mededeling een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens. {Meningen moeten dus van feiten kènbaar gescheiden worden vermeld. Mèt bronvermelding.}
• 3. Voordat een verantwoordelijke een mededeling doet als bedoeld in het eerste lid, waartegen een derde naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt hij die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de mededeling gegevens bevat die hem betreffen, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. {De naam van een niet officieel-werkende derde mag met wit worden afgeschermd. Het stuk mag niet weggehouden worden. Jeugdzorgwerkers en hulpverleners onder de verplichte jeugdzorg naar Jeugdwet zijn officieel werkzaam en mogen niet afgedekt worden.}
• 4. Desgevraagd doet de verantwoordelijke mededelingen omtrent de logica die ten grondslag ligt aan de geautomatiseerde verwerking van hem betreffende gegevens.
Artikel 36 Wbp [het verbeteren, corrigeren, of verwijderen]:
• Lid 1. Degene aan wie overeenkomstig artikel 35 kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, kan de verantwoordelijke [G.I. e.d.] verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen. {Men mag dus aandringen op het verbeteren of corrigeren van fouten, dus ook waar een mening niet kenbaar vermeld is als een speculatie van de bron. Doe dit officieel (Awb).}
• 2. De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk of dan wel in hoeverre hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed. {En daarop kan men naar de rechter! De verantwoordelijke dient bij niet per omgaande verstrekken een ontvangstbevestiging te sturen.}
• 3. De verantwoordelijke draagt zorg dat een beslíssing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. {Let wel: het is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht een beslíssing, waarop bezwaar en dan rechterlijk beroep mogelijk is!}
• 4. Indien de persoonsgegevens zijn vastgelegd op een gegevensdrager waarin geen wijzigingen kunnen worden aangebracht, dan treft hij de voorzieningen die nodig zijn om de gebruiker van de gegevens te informeren over de onmogelijkheid van verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming ondanks het feit dat er grond is voor aanpassing van de gegevens op grond van dit artikel. {Wel kan bij een copie als dossierstuk een A4-tje toegevoegd worden met de verbetering of correctie.}
• 5. Het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers, indien in die wet een bijzondere procedure voor de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens is opgenomen.
Artikel 37  Wbp: 
• Lid 1. Indien een gewichtig belang van de verzoeker dit eist, voldoet de verantwoordelijke aan een verzoek als bedoeld in de artikelen 35 en 36, in een andere dan schriftelijke vorm, die aan dat belang is aangepast.
• 2. De verantwoordelijke draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. {Stuur dus officieel een copie van uw identiteitskaart mee bij uw aanvragen waar u het BSN-nummer afdekt om misbruik te voorkomen en op de copie schrijft u met pen waarvoor deze copie bestemd is, zoals: de G.I. te xregiox, de dato dd-mm-201B.}
• 3. De verzoeken, bedoeld in de artikelen 35 en 36, worden ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijke vertegenwoordigers.
Artikel 38 Wbp: 
• Lid 1. De verantwoordelijke die naar aanleiding van een verzoek op grond van artikel 36 persoonsgegevens heeft verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd, is verplicht om aan derden {dus ook aan rechters, advocaten en artsen} aan wie de gegevens daaraan voorafgaand zijn verstrekt, zo spoedig mogelijk kennis te geven van de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. {“Zo spoedig mogelijk” staat er; dat betekent dus dat uitstel niet betamelijk is naar BW6:162 lid 2.   Vraag dus naderhand bij die derde ook dossierinzage ter controle.}
• 2. De verantwoordelijke doet aan de verzoeker, bedoeld in artikel 36, desgevraagd opgave van degenen aan wie hij de mededeling heeft gedaan. {U als verzoeker vraagt dus daarom in uw aanvraag.}
Artikel 39 Wbp en verder: op http://wetten.overheid.nl/BWBR0011468/2017-03-10#Hoofdstuk6 .

Onder juridisch proces is het verkrijgen van deze stukken gratis: https://jeugdbescherming.jimdo.com/wetten-en-regelgeving/mcmichael-arrest-en-meer/; en het meerdere mag maximaal vijf euro kosten.
!͏!!: Het kennen van de wet helpt u als ouders bij het juridische jeugdzorgtraject. Hieraan kan men meten waaraan moet worden voldaan.
Ken daarnaast ook beroepscodes en protocollen over de soms geestelijke hulp, dewelke ouders moeten kennen naar de uitspraak uit het EHRM: https://jeugdbescherming.jimdo.com/wetten-en-regelgeving/goede-precedente-uitspraken/leren-uit-ehrm/ :
“… Gelet op de complexiteit van de procedure en de vèrstrekkende gevolgen daarvan had het voor de hand gelegen om klaagster enige procedurele waarborgen – toevoeging van een advocaat – aan te bieden, oordeelde het EHRM, onder verwijzing naar zijn eerdere uitspraak in Assunção Chaves/Portugal, EHRM 31 januari 2012, appl.nr.61226/08, par.82-84. . Bij de derde rechterlijke instantie had klaagster wel een advocaat, wat het EHRM aanleiding gaf op te merken dat zij daardoor veel beter in staat was geweest on deel te nemen aan de procedure dan in de lagere rechterlijke instanties."
{Ouders, leer er uit dat ouders niet alles aan hun advocaat moeten overlaten maar zèlf dienen te begríjpen waar het om gaat en hoe dat uitwerkt!}
"Een dergelijke juridische procedurele waarborg dient er voor te zorgen dat klaagster [dus de ouders] exact zou kunnen begrijpen wat er speelde, maar eveneens dat ze in staat was om in de procedure te participeren, aldus het EHRM, 16 februari 2016, appl.nr.72850/14, par.116-117.”

= Laat dus niet alles over aan de gespecialiseerde advocaat (dat is een jurist en geen orthopedagoog! Daar de rechter ook geen orthopedagoog is moet het naar de rechter in context voorgekauwd worden wat enig alternatief tegenover de dwangzorg in de psyche van het kind doet, met wetenschappelijke onderbouwing als ondersteuning).

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Even verder met dossiers opvragen:

 

T.a.v. dossier-inzage-recht (Wbp) in aanvulling op   McMichael-arrest:   de ingebrekestelling en de wetsartikelen waarop dit beroep op ‘niet-verstrèkken’ desnoods afdwingen door een gerechtelijke procedure te starten: art. 46 Wbp, art. 7.3.17 Jw, art. 1:3 Awb en art. 6:2 Awb. 

 

Wanneer men dossiers opvraagt, kan men ook melden met kennis uit: 

 

Wbp, Artikel 46 :

 

·         1.  Indien een beslissing als bedoeld in artikel 45   {=Een beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 30, derde lid, 35, 36 en 38, tweede lid Wbp, alsmede een beslissing naar aanleiding van de aantekening van verzet als bedoeld in de artikelen 40 of 41 Wbp gelden voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.}   is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek, de verantwoordelijke te bevelen alsnog een verzoek als bedoeld in de artikelen 30, derde lid, 35, 36 of 38, tweede lid Wbp, toe of af te wijzen dan wel een verzet als bedoeld in de artikelen 40 of 41 Wbp al dan niet te honoreren.

 

·         2.  Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke. Indien de verantwoordelijke niet binnen de gestelde termijn heeft geantwoord, moet het verzoekschrift worden ingediend binnen zes weken na afloop van die termijn {Geen antwoord kan beschouwd worden als een fictieve afwijzing}.

 

·         3.  De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt {Motiveer dus niet met meningen maar met bewijs en wetenschap}. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen {dit i.v.m. een rechtszaak; maar men kan zich ook tot het College, Autoriteit Persoonsgegevens, wenden: de AP. Wbp 47}.

 

·         4.  De indiening van het verzoekschrift behoeft niet door een advocaat te geschieden.

 

·         5.  De derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering {vanaf artikel 611a op http://www.wetboek-online.nl/wet/Wetboek%20van%20Burgerlijke%20Rechtsvordering.html#2323 }  is van overeenkomstige toepassing.

 

·         6.  De rechtbank kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. De artikelen 8:45, tweede en derde lid, en 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Jeugdwet 7.3.17 :

 

§ 7.3. Toestemming, dossier en privacy:

 

Lid 1.  Onverminderd artikel 7.3.2, derde lid, tweede volzin, draagt de jeugdhulpverlener zorg, dat aan anderen dan de betrokkene {gezin} geen inlichtingen over de betrokkene dan wel inzage in of afschrift van het dossier worden verstrekt dan met toestemming van de betrokkene. Indien verstrekking plaatsvindt, geschiedt deze slechts voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer van een ander niet wordt geschaad. De verstrekking geschiedt zonder inachtneming van beperkingen, indien het bij of krachtens de wet bepaalde daartoe verplicht.

 

2.  Onder anderen dan de betrokkene is niet begrepen:

a. degene die rechtstreeks betrokken is bij de verlening van die jeugdhulp en degene die optreedt als vervanger van de jeugdhulpverlener, voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de door hen in dat kader te verrichten werkzaamheden, en

b. degene wiens toestemming ter zake van de verlening van jeugdhulp op grond van de artikelen 7.3.4 en 7.3.15 is vereist.

 

3.  Indien de jeugdhulpverlener door inlichtingen over de betrokkene dan wel inzage in of afschrift van het dossier te verstrekken niet geacht kan worden de zorg van een goed jeugdhulpverlener in acht te nemen, laat hij zulks achterwege.

 

4.  Derden die beroepshalve beschikken over inlichtingen inzake feiten en omstandigheden die de persoon van een onder toezicht gestelde minderjarige, diens verzorging en opvoeding of de persoon van een ouder of voogd betreffen, welke inlichtingen noodzakelijk kunnen worden geacht voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling, verstrekken de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert, deze inlichtingen desgevraagd of uit eigen beweging, zonder toestemming van de betrokkenen en indien nodig met doorbreking van de plicht tot geheimhouding op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep.

 

5.  Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud van het dossier, de wijze waarop de verwerking van gegevens door en de uitwisseling van gegevens tussen het college, de jeugdhulpaanbieders, de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming plaatsvindt en de wijze waarop de verwerking en uitwisseling van gegevens als bedoeld in het vierde lid plaatsvinden. Daarbij kan worden bepaald welke maatregelen moeten worden getroffen om te waarborgen dat de uitwisseling van gegevens veilig en zorgvuldig plaatsvindt.

 

Jeugdwet 12:3.5: “Indien een taak of bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 11 van de Wet op de jeugdzorg, die werd uitgevoerd door een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet (Bureau Jeugdzorg en landelijke G.I.’s), krachtens déze wet bij het college (B&W) berust, gaan de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een dossier over op dat college (B&W) voor zover dat college dat dossier van de gecertificeerde instelling heeft ontvangen ten behoeve van de toeleiding naar, advisering over, bepaling van, het inzetten van of de bekostiging van een voorziening op het gebied van jeugdhulp.” {Dat college van B&W kan dit dus delegeren naar de G.I., maar dan is de G.I. derhalve onderhevig aan de Awb; de wet prevaleert! Dit ook, al beweert de G.I. van niet, en wil de G.I. zich derhalve niet verantwoorden. – Ouders moeten dus bij dossieropvraag e.d. duidelijk de wetgeving van Wbp en Jw12.3.5 aanhalen, naast de termijn van vier weken maximaal uit Wbp 35.1; en de Wet dwangsom niet vergeten. Zie ook lid 6. De bestuursrechter is derhalve ook bij jeugdzorgzaken bevoegd, wat reeds bleek uit de  beslissing  van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in LJN BD1113:  ECLI:NL:CRVB:2008:BD1113: “Indicatiebesluiten Wet op de jeugdzorg:· Rechtsmachtverdeling tussen de kinderrechter als civiele rechter en de kinderrechter als bestuursrechter. Hoger beroep tegen uitspraken van de kinderrechter als bestuursrechter moet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.”}. 

 

Awb (Algemene wet bestuursrecht), artikel 1:3 (met meer dan hieronder op: http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/): 

·         Lid 1.  Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

·         2.   Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.

·         3.   Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

·         4.   Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

 

Awb artikel 3:46: “Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.”

 

Awb artikel 6:2:  “Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld:

·         a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen {ook de fictieve weigering door niets van zich te laten horen binnen de termijn}, en

·         b. het niet tijdig nemen van een besluit.”  –– U ziet dat het lezen van de wet tot inzichten kan leiden voor uw dossieropvraag en andere belangrijke vragen die aan een besluit schurken. Zag u ook de hoofdstukken in de kantlijn van de Awb, met Bezwaar en beroep (#6 en 7), procederen bij Bestuursrechter (#8), Klachtbehandeling algemeen (#9), of Verkeer tussen burger en bestuursorgaan (#2) ?!!

 

Sla de rechter niet dood met wetten, maar weet ze ter juister tijd te noemen als onderbouwing.

In officiële brieven naar de 'verantwoordelijken' kunt ge de wetsartikelen in een noot aangeven.

 

Zie ook enige   precedente uitspraken van rechters en raadsheren hier.