Waarheidsvinding in de Jeugdzorg

Dat moet zijn Vermijden van onwaarheid in de Jeugdbeschermingsketen

25 juni 2018 aan de Tweede Kamer:                                {Met nog een brief d.d. 14 augustus 2018}

Geachte volksvertegenwoordigers,

 

Het actieplan dat de minister heeft voorgeschoteld negeerde echte wetenschap en de praktische knelpunten die advocaten, deskundigen en betrokken ouders inbrachten bij het onderliggende onderzoek van het LOC.

 

Uw commissie kreeg meer signalen dat de basis van het Actieplan Verbetering Feitenonderzoek in de Jeugdbeschermingsketen een wel heel slappe en de praktijk ontwijkende reactie is geweest op een motie over waarheidsvinding in de jeugdzorg en het beëdigen van gezinsvoogden en raadsonderzoekers ter zitting.

 

Voor een existentiële groep ouders  blijkt dat het feitenonderzoek reeds bij de beschermingstafels en AMHK (Veilig Thuis) mis gaat.

 

Niet alleen wordt er eerst gezocht naar een te laaggekwalificeerde inzet, waardoor er escalatie plaatsvindt, tegen het wetenschappelijk advies in de oratie van prof. R.J. van der Gaag[1], doch de escalatie wordt te vaak toegeschreven met insinuaties aan het falen der ouders. Daarna zien we dat de pleegsettingen er in 72% ook niets van bakken bij gebrek aan open diagnostische nulmeting.

 

Waar geen open diagnostische nulmeting werd gedaan, vervuilt het gedrag door escalatie verdere diagnostiek, waardoor ouders hun onschuld en het onterechte aan de kinderbeschermingsmaatregel niet kunnen bewijzen middels open en echt onderzoek.

 

Het verlengen van uithuisplaatsingen, die de laatste jaren in aantal extreem toenemen d.m.v. BW1:265b en 266, blijkt uit wetenschap ernstige bedreigende aspecten te kennen, die haaks staan op het voorkomen of opheffen ven de ‘bedreiging’ die in BW1:255 werd genoemd of beweerd door de ‘jeugdzorg’.

 

We missen substantieel in het Actieplan Verbeterd Feitenonderzoek van de minister de wetenschap die wel is verstrekt en uitgelegd - tezamen met knelpunten - aan het LOC tijdens hun onderzoek. Dit is mondeling en schriftelijk gedaan. We zagen er niets van terug. En dat kan te veel kinderen schade berokkenen!

 

Wetenschappelijke gronden:

Een groot en later geverifieerd wetenschappelijk onderzoek door Joseph J. Doyle jr,[2] in Zeeland’s onderzoek door prof. Jo Hermanns bevestigd, toont aan dat kinderen met dezelfde problematiek die met diagnostisch-passende hulpverlening thuis mochten blijven beter af waren dan die kinderen die werden weggezet in pleegsettingen. "De omvang van de effecten verbaasde me, omdat alle kinderen komen uit moeilijke gezinnen," zegt Doyle. Kinderen die thuis mochten blijven, hebben als tieners véél minder kans om zwanger te worden, ze zullen veel minder waarschijnlijk eindigen in het (jeugd)strafrecht, en veel meer kans hebben om een baan te houden gedurende ten minste drie maanden dan vergelijkbaar mishandeld kinderen die in een pleeggezin, uithuis, werden geplaatst. Depressies en suïcide-denken komen bij de thuisgroep naderhand minder voor dan de wegplaatsgroep, wat we in Nederland doen met BW1:265b, het uithuisplaatsen.[3]

 

Arts internist prof.dr.med. Ursula Gresser[4]  waarschuwde na het publiceren van haar onderzoek in 2015 zelfs rechters!  Na deze publicatie”, zo zegt professor Gresser, “kunnen rechters niet meer zich verschuilen door dit kindbelang te negeren. De rechter die nu nog contactbeschadigend handelt, handelt willens en wetens kind-beschadigend, een vorm van institutionele kindermishandeling.”

Dàt doen ook politici die dit negeren in te brengen in het jeugdzorgbeleid, dat op drang en dwang gericht is.

 

Het afbreken van contact met ouders maakt kinderen ziek, zo bewees Gresser, zelfs na de  volwassenheid, en dit duurt veel langer dan bij rouw na overlijden van de ouder(s). Het afbreken van frequent contact met ouder(s) betekent het pleegplaatsen zonder valide diagnostische nulmeting of het aanwijzen van éénouder-ouderschap na scheiding zonder die nulmeting.
De gebruikte (wetenschappelijke, diagnostische) onderzoeken keken naar de gevolgen op de gezondheid van kinderen na de scheiding. Gevolgen met ziekte, psychische pathogenie, schoolverzuim, etc.. Ziektes die ook na hun 18e kunnen voortbestaan. Dezelfde resultaten m.b.t. de gevolgen van het ontnemen van de kind-ouderband als die o.a. Joseph Doyle vond.

 

De politiek kan denken dat indiceren met lager opgeleiden, de jeugdzorgwerkers, goedkoper is. Rekenkundig is dat een denkfout![5]   Een misverstand is dat echt en ópen diagnosticeren duur is.   Kinderpsychiatrie is specialistisch zorg en specialistische zorg heet in de p.r. ‘duur’ te zijn, is de redenering. Feitelijk kost een kind een jaar in zorg in de jeugd-GGZ gemiddeld € 4.000 (inclusief de heel dure zorgvormen), terwijl een kind wat één jaar in de jeugdzorg in zorg is, € 24.000 kost.   Gemiddeld duurt de gezondheidszorg ca. 460 dagen incl. behandeling en voorlichting, tegenover de jeugdzorg met ruim 4 jaar.

De echte keuze is € 6.000 of een ton (100.000)….

Hierbij zijn de gevolgkòsten uit de bevindingen van Gresser, Hermanns en Doyle niet meeberekend. Jeugdigen die in aanraking kwamen met ‘jeugdzorg’ geraken extreem veel vaker in uitkeringen en zorgkosten na hun 18e.* 

 

Feitenonderzoek moet betekenen dat er geen onwaarheden is de jeugdzorgrapportages meer zullen staan. De rechtsvinding dient verifieerbaar te zijn. Rechters[6] zijn immers geen orthopedagogen die de beweringen vanuit de ‘jeugdzorg’ kunnen doorzien. De Kinderombudsman Dullaert schreef diens vermoeden van “perverse prikkels” in diens rapport “Is de zorg gegrond?”.[7]

 

Ouders zien dat er te veel beweringen tussen enige feiten in staan, en dat feiten maar half zijn weergegeven. Het spreekwoord gaat op: een halve waarheid is erger dan een hele leugen.

 

Het gebrek aan het gesanctioneerd mijden van onwaarheden in jeugdzorgrapportages en beweringen naar rechters geeft het kind diens recht op IVRK artikel 24 lid 1 niet.

24.1 De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de gróótst mógelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van [psychologische/pedagogische] gezondheid. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op tóégàng tot deze voorzieningen voor [psychische/(ortho)pedagogische] gezondheidszorg wordt onthouden.

De jeugdzorg die zo vaag en afschermend werkt, zich met hand en tand verdedigt tegen bewijzen vanuit het gezin, en dis al decennia doet, al die tijd belovend zich te professionaliseren, komt in aanmerking voor lid 3 van het IVRK art. 24.

24.3 De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatregelen teneinde traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de [psychische/pedagogische] gezondheid van kinderen af te schaffen.

Jeugdzorg die ook dwangzorg onder hun beheer heeft werkt wetenschappelijk gezien als een schadelijke traditie.

 

Er bestaat een verantwoorder alternatief op het ministeriële actieplan, op: https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/rechtsvinding-onwaarheden-in-jz  (scrol).

 

De Kamervragen zouden de genoemde wetenschap mee moeten nemen om discussies over de jeugdbeschermings-ingang te bewaken op het kinderrechtenniveau van artikel 24.

 

We hopen dat onze volksvertegenwoordiging ook het genoemde kinderrecht laat prevaleren boven de werkgelegenheidsbescherming.

 

Hoogachtend,

Met vriendelijke groet,     Tj.W. Strubbe

Noten ter onderbouwing:

[5]  Brief aan alle B&W’s en de VNG op: https://jeugdbescherming.jimdo.com/ .

[7]  Blz. 93 derde streepje: https://www.dekinderombudsman.nl/92/ouders-professionals/publicaties/rapport-is-de-zorg-gegrond/?id=325 . Dullaert vond onwaarheden door onduidelijke vermenging van beweringen, feiten en suggesties in die jeugdzorgrapportages.

 ---------------------------{Onder nog een brief!}------------------------

 *:

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018
2500 EA Den Haag

3 oktober 2018 = Rondetafelgesprekken ‘Actieplan Verbetering feitenonderzoek in de Jeugdbeschermingsketen’

14 augustus 2018

Geachte volksvertegenwoordigers,

 

Op 3 oktober wordt een Rondetafelgesprek over de misstanden m.b.t. de onwaarheden in jeugdzorgrapportages gehouden, en een maand daarvoor, 3 september,[1] wordt gedemonstreerd t.a.v. de zogenaamde ‘werkdruk’ van de jeugdzorgwerkers, wat de politici moet polariseren.

 

Ge zijt reeds geïnformeerd dat de jeugdzorgrapportages vergeten de wetenschappelijke bevindingen mee te wegen voor een ingrijpende beslissing rond een beschermingsmaatregel of ander alternatief, en dat de schadelijke gevolgen van het wegplaatsen van een kind van één of beide ouders ernstig bedreigend schadelijk is voor de psyche, de fysiek en de werking van het DNA van het kind. De naam Ursula Gresser[2] zult ge wel herinneren.

 

De ‘jeugdzorg’ wil meer en meer geld en erkenning, ondanks berichten en signalen dat het niet het niveau kan halen welk bedoeld is. Daartoe wordt gelobbyd en met p.r.-praat de politiek gehersen­spoeld. Er zou meer kwaliteit naar het ‘kind in de knel’ moeten gaan, en meer geld om de werkdruk te verlichten voor het ‘goede werk’. Er zou minder geklaagd mogen worden.

 

Het is een weerkerend dubieus axioma dat als ‘jeugdzorg’ werk vindt met een kindobject, dat dit terecht is. (“Er moet geld bij”, zegt de jeugdzorglobby.  Deskundige GGZ-specialisten zeggen dat het effectiever en goedkoper kan, zonder ‘jeugdzorg’, maar worden genegeerd.)

 

Nu is er bewijs dat de p.r. hieromtrent niet om het kind gaat, niet om kwaliteit, niet om het kinderrecht (art. 24 lid 1 IVRK) om diagnostiek meten en zorg verlenen, niet om de loyaliteit en identiteitsontwikkeling, maar om geld.[3]

 

De bijlage bewijst het.*

 

De Facebook-site van de ‘jeugdzorg’, “KwaliTIJDvoorhetkind”, meldt dat er meegedacht mag worden: “Omdat je het thema ‘werkdruk’ herkent, …., omdat je zelf iets wil dòèn tègen werkdrùk, omdat je je solidair verklaart met je collega’s die kàmpen met wèrkdrùk, en niet in de laatste plaats, omdat je vindt dat jeugdzorg-medewerkers in staat moeten worden gesteld om KwaliTIJD te bieden áán de kinderen in de jeugdzorg.

 

Met de bijlage* daar twee maal aangeboden, werd dit geweigerd! Deze wetenschappelijke oplossing die aan internationaal recht voldoet en tijd vrijmaakt voor de jeugdzorgwerker èn hulptrajecten verbetert aan het ontvankelijke kind, werd geweigerd! Dat is tekenend waar het de jeugdzorg om gaat!

 

We mogen ons afvragen of de reden die overblijft, geld en werkgelegenheid, de reden is waarom ouders, advocaten en deskundigen onvrede hebben met de ‘feiten’ die de jeugdzorg inbrengt in jeugdzorgrapportages, ‘feiten’ die niet verifieerbaar zijn, feitelijke onwaarheden zijn, onpedagogisch, ondiagnostiek, veeleer verwachtingen op onderbuikgevoel, lijdend onder hypocognitie, vermoedens, meningen van een ondeskundige, een verkeerde citaten van een deskundige, en meer waar de Kinderombudsman in 2013 (“Is de zorg gegrond?”) reeds voor waarschuwde.

 

Daar komt bij dat de kinderrechter een jurist is en geen orthopedagoog…

Waar moet de rechter op af gaan, waar de jeugdzorgrapportages om geld en werk gaan?

 

Hoe kan die rechter zo weinig tijd geven aan het woord van de zijde der ouders, die vaak bij aanvang van een beschermingsmaatregel overvallen worden zonder degelijke brede voorlichting om te kunnen kiezen voor alternatieven?

Ja, hoe komt het dat de ouders zo eenzijdig en slecht door de jeugdzorg worden voorgelicht, waar het gebruik is in de (jeugd)gezondheidszorg aan ‘informed consent’ te doen (waar ex-kinderrechter mr.mw. Quik in FJR 2015/51 ook reeds op wees)?!

 

Jeugdzorgwerkers zijn geen academici. (Ze kennen ook geen médische beroeps-eed.) Er komt daar veel voor dat er wordt geacteerd omdat ze denken het te weten zonder te weten dat ze een deel niet weten; hypocognitie (https://vechtscheidingen.jimdo.com/wetenschap/hypocognitie-jeugdzorg/) en dat hoort niet bij zulke ingrijpende maartgelen die de psyche van het kind treffen. De zorg aan jeugd mag naar lid 3 van artikel 24 IVRK (kinderrechtenverdrag) geen schadelijke traditie worden, al lijkt het al zo decennia te zijn.

 

De wetenschap is daar duidelijk in (https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/meer-doyle-wetenschap/stress-weinberger-dna/); wegplaatsen zonder diagnose schaadt het kind. Een beweerde te verwachten ‘veiligheid’ waar geen definitie aan gegeven wordt, wordt nimmer gewogen aan deze wetenschappelijke zijde van contra-indicatie.

 

Het vermijden van onwaarheden kan met een onderzoeksrechter, een gespecialiseerde jeugd-Rechter-Commissaris (de artikelen rond https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/waarheid-advoc-struycken). Hij beslist ook sneller dan zoals het nu in de wet is vastgelegd (3 i.p.v. 14 dagen, en meer inhoudelijk, diagnostiek).

 

We hopen dat u dit meeweegt naast het bewijs dat de jeugdzorglobby zich afdekt van de critiek van deskundigen buiten de ‘jeugdzorg’. –

 

Het is een grote cumulatieve klacht van ouders en hun deskundigen dat ‘jeugdzorg’ bijgaande bijlagen negeert en wegwuift, terwijl het schadelijk blijkt voor het kind.    "Verbetering feitenonderzoek" brengt wel wat meer mee dan de voorstellen die de minister de Kamer gaf (n.a.v. het LOC-'onderzoekje') en waarin de betròkken ouders en wetenschappers zich niet terug-herkenden!  Maak a.u.b. diagnostiek mogelijk waar er onenigheid is tussen, vaders, gezinsvoogden/ jeugdzorgwerkers, en moeders, en kinderen niet te vergeten! Verzandt niet in schemer-antwoorden van de regering!

 

Met hoogachting,      .....TjS.....

Noten en bijlage:

[3] : Roep om geld versus kennis: https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/brief-aan-ministers-2018

*:        ----------------------------------------------------------------------

 

De Facebook-groep ‘KwaliTIJD voor het kind’ over de ‘werkdruk’ in de ‘jeugdzorg’ (https://www.facebook.com/groups/KwaliTIJDvoorhetkind/) vermeldt in de tekst:

 

“Deze groep is een online platform voor het project ‘Werkdruk Jeugdzorg’, en is voor iedereen die zich wil aansluiten bij dit project. Omdat je het thema ‘werkdruk’ herkent, omdat je de activiteiten van deze groep ondersteunt, omdat je zelf iets wil dòèn tègen werkdrùk, omdat je je solidair verklaart met je collega’s die kàmpen met wèrkdrùk, en niet in de laatste plaats, omdat je vindt dat jeugdzorg-medewerkers in staat moeten worden gesteld om KwáliTIJD te bieden aan de kinderen in de jeugdzorg. Allemaal goeie redenen om hier te zijn!” 

 

Begin augustus 2018 bracht ik een voorstel in met wetenschappelijke en wettelijke onderbouwing om de werkdruk te verminderen, maar deze werd door het beheer van deze groep geweigerd, en ik werd ‘ontvriend’.

 

De tekst die ik inbracht geeft kwaliteit aan het werk met ‘kinderen in de knel’ èn vermindert de werkdruk, omdat het kind het kinderrecht (IVRK 24 lid 1) gegeven wordt, er een diagnostisch verantwoord traject uit rolt, en het handelen onder kinderbeschermingsmaatregelen veiliger wordt voor het kind, dat schade lijdt wanneer het weggeplaatst wordt van één of beider ouders.

 

De moderne wetenschap, waar wetenschappers het unaniem over eens blijken te zijn, blijkt helaas nog steeds niet geïmplementeerd te zijn in het jeugdbeschermingbeleid.

 

Hoe komt het dat jeugdzorgwerkers die de werkdruk en de kwaliteit ter harte gaan niets willen weten over deze schade die te voorkomen is?

 

Hoe komt het dat jeugdzorgwerkers dit niet gepubliceerd willen zien?  Ja, wanneer ouders een afdruk geven van deze wetenschap (Doyle, Gresser, Weinberger, e.d.) dan wordt dit weggewimpeld en de ouders weggezet als ‘tegenwerkend’, terwijl de ouders hun plicht uit BW1:247 doen ter optimalisatie van het hulptraject voor het kind met familiebanden, conform internationaal recht?

 

Wil de ‘jeugdzorg’ wel kwaliteit voor het kind? Of gaat het met de p.r. over werkdruk om geld?

 

Uit deze weigering te publiceren naast de weigering deze in individuele cases mee te wegen in beslissingen, die ouders daarentegen te beschuldigen, blijkt dat de p.r. over ‘werkdruk’ er één is waar het níét gaat om kwaliteit, niet om het kind, niet om kinderrechten, niet om kennisvergaring, maar om de p.r. uit te dragen.

 

Ik verstrekte  deze tekst (2X) aan jeugdzorgs' Facebookgroep ‘KwaliTIJDvoorhetkind’:

 

Hoe kunnen we tijd maken voor het kind en daar kwaliteit aan geven?

 

Dit is ter plaatsing op 4 + 7-8-2018 (2x) aangeboden op ‘KwaliTIJD voor het kind’, Facebook(groep)

  1.  Welke kwaliteit heeft het kind recht op?
  2.  Kan de werkdruk omlaag?
  3.  Geven de ‘bazen’ ons wel alle nodige informatie voor die kwaliteit?

1–. Artikel 24 lid 1 van het internationaal kinderrechtenverdrag spreekt dat het kind recht heeft op de grootst mogelijke mate van gezondheid en de daarbij passende toegang tot de (diagnostisch-therapeutisch werkende) gezondheidszorg.

 

2–. Waar de zaak bij ‘jeugdzorg’ complex blijkt of ouders en jeugdzorgwerkers niet op een spoor zitten, hoeft dit de werkdruk niet te belasten, omdat dan een open diagnose met o.a. interactieonderzoek èn brede voorlichting aan ouders een kinderrecht is en de diagnose en daarmee het werk besteedt jeugdzorg dan uit naar de gezondheidszorg.

 

3–. Er zijn nu een reeks wetenschappers bekend die aantoonden dat UitHuisPlaatsen en éénoudergezag ernstig schadelijk is tot in de fysiek van het kind.   Joseph J. Doyle jr  vond vanaf 2007 wat opmerkelijks wat we zouden moeten meewegen….

 Hij verdeelde een groep kinderen, die uithuisgeplaatst zouden moeten worden, random in een groep die uithuis werd geplaatst en de andere groep kreeg diagnostisch bepaalde hulp aan ouders thuis. Deze laatste groep bleek naderhand veel beter af te zijn, met minder tienerzwangerschappen, minder suïcide, minder depressie, minder hogere scholing, meer drugverslaving, etc..

 

 En hoe het komt vond een internist, prof.dr.med. Ursula Gresser, 2015. Ze spreekt: “Kinderen hebben behoefte aan contact met de eigen ouders; risico op depressie is groot bij kinderen onder het gescheiden zijn van diens ouder of ouders. … Contactsabotage naar ouders maakt kinderen na het scheiden ziek", zegt Gresser.    {Omgangssabotage doet geen goed.  https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wertenschap-kind-oudercontact-schaden-is-schadelijk/gresser-vertaald-onderzoek/ . Dit geldt zeker ook bij Uithuisplaatsingen, dubbelop}.   De arts heeft de zes meest recente internationale studies over dit onderwerp geëvalueerd. “Het verlies van contact met levende ouders schaadt kinderen ongeveer twee keer zo lang en drie keer zo intens als het contactbreuk wegens de dood van een ouder.”

Volgens de door haar onderzochte studies treedt het vaakst depressie op, op de tweede plaats verslaving, als stoornis. Ze vervolgde: “Rechters en ‘jeugdbescherming’ kunnen zich niet langer erop beroepen dat ze d.m.v. een contactbreuk (of te slechte bezoekregeling) ‘ten behoeve van een kind’ handelen. Diegene die nog steeds verlies van contact veroorzaakt, heeft nu kennis over het schadelijk effect.” Zo schaadt het durend te hoge Cortisolgehalte bij vreemde wegplaatsing naar een onbekende setting het kind fysiek, naast stressreacties die het kind in zelfverdediging verbergt, internaliserend, al kan een externaliserend gedrag daaruit ook resulteren.

 

En dit jaar vond Daniël Weinberger: “Extreme Stress in jeugdzorg is giftig voor het DNA!”:

“Het echte gevaar van het scheiden van kinderen van ouders is niet de psychologische stress – het is de biólogische tijdbom. Het geschreeuw en het gehuil, de angst en de verlatenheid zijn hartverscheurend (https://www.youtube.com/watch?v=tYpDhlgD3y0). Maar de fall-out verbleekt in vergelijking met de minder zichtbare langetermijneffecten die meer sinister en gevaarlijk zijn.

Het scheiden van kinderen van hun ouders, in een UitHuisPlaats-setting of buitenlandse adoptie, naar vreemden, veroorzaakt de meest extreme levensstress die een kind kan ervaren. En het veroorzaakt diepgaande en onomkeerbare veranderingen in de manier waarop hun DNA wordt verpakt en welke genen aan en uit worden gezet in de cellen van het lichaam, in organen zoals de pancreas, de longen, het hart en de hersenen - wat leidt tot levenslange veranderingen in de structuur en functie ervan.” Dit is echt recent: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0889159111001541 . Eck, ook genoemd op die site, schrijft dat de wetenschappers in dit domein UNANIEM zijn over de schade van scheiden van ouders en kind; hoe kan je als jeugdzorg dan anders beweren en anders handelen?

 

Ook prof.dr. Jo Hermanns vond in Zeeland dat zeer veel uithuisgeplaatste kinderen beter in het gezin hoogwaardige zorg konden krijgen.

|

– Dit geeft te denken!

Moeten we wel op meningen-onderzoek door het niveau van sociaal domein of RvdK kinderen uithuisplaatsen?

 

Prof.dr. R.J. van der Gaag (oratie) adviseerde: Doe een nulmeting vooraf aan dwangzorg, en zet daarvoor zwaargewichten in, diagnostici die het cliëntsysteem zelf open onderzoeken en voorlichten.

 

Dat zou ons veel werk schelen, temeer daar ouders meer vertrouwen hebben is specialisten die open onderzoeken, in triage-overleg met ouders die het liefst de zorg moeten uitvoeren, en rekening houden met de gevolgen van het gekozen hulptraject in het kind, in de opgroeiende.

 

Dit advies van Van der Gaag is zo gek nog niet.

Het scheelt ons werkdruk en tegenspraak door ouders die liever degelijker onderzoek op hoger niveau zien.

 

De roep om waarheidsvinding, in feite ‘rechtsvinding’, van ouders en hun advocaten, geeft ons anders veel werk wat dan niet aan het kind en diens representatieve levenssfeer wordt verstrekt.

  1.  Welke kwaliteit heeft het kind recht op?
  2.  Kan de werkdruk omlaag?
  3.  Geven de ‘bazen’ ons wel alle nodige informatie?

1+2–: Ja, met eer voor ons werk heeft het kind recht op open diagnostiek (IVRK 24 lid 1) en dat scheelt ons werk, en geeft ons een goed advies.

 

3–: En de wetenschap dat wegplaatsen, uithuisplaatsen helemaal niet ‘veilig’ blijkt te zijn in de fysiologie van het kind, en juist later ernstige problemen veroorzaakt, geeft ons ook te denken.

 

Brede voorlichting aan ouders, zo vroeg mogelijk. Met uitleg wat welk signaal met het kind doet. Met uitleg hoe beter te representeren om de levenssfeer van het kind-met-twee-ouders zo optimaal mogelijk te maken. Nadelige signalen leren onderscheiden van positieve signalen naar het kind. Dan een mentale keuze maken voor de ouders welk traject ze dan kiezen…. Dat geeft, zeker bij omgangssabotage (https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/omgangssabotage-g-i), enige duidelijkheid om onwillige ouders nog beter en indringender voor te lichten vanuit het perspectief van het kind. Kiest de ouder voor de ongenoegens jegens de ex of voor goede representatie naar het kind-met-twee-ouders?

 

Met een diagnose zijn we veel concreter bezig, met minder werkdruk.

Zo komt er KwaliTIJD voor het ontvankelijke kind met kind-ouder- en familie-banden.

 

Toegevoegde noot: Van der Gaag, oratie, is een wetenschappelijk verantwoord advies, waar ouders, advocaten en hun specialisten blij mee zouden zijn, en is conform het door Nederland geratificeerd kinderrechtenverdrag: https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/diagnostiek-nodig-als-nulmeting/ .