Hier staan artikelen

  • over kinderen van gescheiden ouders met omgangssabotage,
  • over adoptie en pleeg-kinderen.
  • Dus over opvoeden.

De eerste gaat over een belangrijk psychisch aandachtspunt: Loyaliteit. Hoe groot is het hart van een kind?

Vervolgens (zoals hier links staat) over risico's bij adoptie en pleegzorg, en wetenswaardigheden voor voornamelijk adoptieouders.

Een extraatje hieronder over het 'afgestaan-gevoel'....

<<<<<<<

 

Hier bovenaan staan hoofdstukken.

 

Daar vindt u links aan de zijkant meerdere artikelen.

___

 Als extraatje op deze pagina het volgende over het 'wegnemen', het 'afstandsgevoel':

 

Overeenkomst van pleegkinderen en adoptiekinderen:

 

Beide kinderen (adoptie- en pleegkinderen) kennen een gevoel te zijn 'afgestaan', het voor de belevenis van het kind plotseling verdwijnen van de biologische ouder(s), en het opeens moeten opgroeien in een dan voor het kind vreemde omgeving.

Om hier meer kennis over te verzamelen, zowel als hiervoor meer kennis te verspreiden door middel van diagnostiek, was het idee van de adoptieprofessor René Hoksbergen (2000) om als ingang een deskundigencentrum op te richten, een IBAP, en dat is te vinden op deze link over het plan IBAP.   

{Regelmatig kan onderhavig probleem ook opgeld doen bij omgangssabotage na scheiding, waar verkeerd éénhoofdig gezag gemakshalve wordt uitgesproken op ondeskundig advies van de gezinsvoogdij.}

Dat plan werd ook ondersteund door een groots onderzoek van Susan L. Smith, 'Keeping the Promise', dat in 2010 vond dat de reguliere jeugdzorg niet de juiste, nodige kennis matchte (samenbracht) bij de case, het kind en gezin; zij adviseerde ook een deskundigencentrum voor deze specifieke problematiek bij adoptie- en dus ook pleeg-kinderen op te richten.

Verkeerde indicatie met dwangzorg leidt tot gevaarlijke contra-indicaties bij het OTS-kind, zo vond prof. Joseph J. Doyle in 2007: kinderen bleken beter af te zijn, met dezelfde problematiek, thuis mèt hulpverlening, dan weggezet in pleegsettingen. Prof. Jo Hermanns vond dit ook in Zeeland (NL), waar er dus veel minder uithuisplaatsingen nodig waren. En vergeten we niet de recente bevindingen van med.prof.dr. Ursula Gresser, ~2016.

Een diagnose, vooral tijdig, aan het begin, is ook wel nodig volgens prof. R.J. van der Gaag, 2003, omdat er vooraf aan een hulptraject (in Nederland bovenmatig met dwang en speculatie-onderzoek van het jeugdzorgniveau) een goede nulmeting zou moeten worden gedaan. Natuurlijk is zo'n beginmeting vooral nodig waar er dwangzorg (OTS en erger) wordt ingezet!

 

Wat voor pleegkinderen geldt, geldt ook voor geadopteerden, die een verhoogde kans maken op het ontwikkelen van psychologische problematiek.

 

Nancy Verrier

(Boek: "Afgestaan", met een voorwoord door prof. R. Hoksbergen; ISBN 90 263 17417)

 

Geadopteerden (en pleegkinderen) hebben door afstand van biologische ouders en het plotseling elders wonen vaak een trauma opgelopen! De Amerikaanse psychotherapeute Nancy Verrier stelt dat iedere wegneming van de biologische moeder per definitie een zwaar trauma impliceert: 

"Ik ben ervan overtuigd dat het ruw verbreken van de band tussen het kind en diens moeder een oerverwonding of narcistische wond veroorzaakt, die het wezen van het kind aantast en zich vaak uit in gevoelens van verlies, fundamenteel wantrouwen, angst en depressie, emotionele of gedragsproblemen en moeilijkheden in relaties met andere mensen (ook later in hun volwassenheid). {Vergelijke bovenstaande wetenschappelijke bevindingen}.

Hoe liefdevol een kind ook door de pleeg- of adoptiemoeder wordt opgevangen, er blijft het besef dat er ooit een echte moeder (en vader) was die het kind heeft 'weggedaan'.

 

Martijne Rensen is directeur van CELEVT. Zij ziet ook dat veel van deze kinderen getraumatiseerd zijn en vaak in hun jeugd de verkeerde 'diagnosen' en behandelingen hebben gekregen.

De 'Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering kan tot in de late volwassenheid leiden tot diverse psychische, gezondheids- en maatschappelijke problemen.

De aard en ernst varieert met de leeftijd waarop de traumatisering begon {en het blijke uit wetenschappelijk onderzoek dat de dwangzorg, boventallig een onnodig hulptraject zonder echte diagnostische grond opleggend, hier regelmatig een grote rol in speelt}, de relatie met de agressor {gezinsvoogdij en pleegzorg}, de duur {OTS en erger} en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving.

Onderzoek wijst uit dat Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering verband houdt met een scala aan psychische stoornissen in de volwassenheid.

 

En dat deze relatie het sterkst is bij een combinatie van meerdere vormen van traumatisering.

Men moge denken aan het wegnemen uit de vertrouwde omgeving, aan de uitleg 'waarom het kind niet thuis mag wonen', dat vaak een diskwalificatie van de eigen ouders inhoudt voor het ontvankelijke kind. Ook wordt gepest-worden om die reden waargenomen. De 'jeugdzorg' heeft niet de deskundigheid in huis om het kind de specialistische antwoorden te verstrekken op diens vragen die gepaard gaan met diens historie van weggeplaatst zijn, naar den vreemde. Het kind blijft dus verstoken van specialistische hulp.

Ja, er zijn cases bekend waarin de adolescente geadopteerde vroeg om een adoptiedeskundige, en dat de gezinsvoogd dit jaren niet verstrekte, en het kind - naar eigen zeggen -  gaar liet komen zonder contact of hechtingstherapie met de adoptieouders.

 

We zien dat kinderen uit de 'jeugdzorg' sterk oververtegenwoordigd zijn bij uitkeringen en laag-geschooldheid:                                                                                   \/

 

Bij 3,5 miljoen 'gewone' kinderen, en ...tigduizend uit de 'jeugdzorg',

valt het op dat er naar verhouding erg veel, na 18 jaar worden,  uit de 'jeugdzorg' komt in de genoemde categorieën.

 

Traumatisering door het 'weggenomen' zijn

 

uit de vertrouwde familiale omgeving:

 

Als gedragsprobleem, onder invloed van cortisol, komt boosheid veel voor bij deze kinderen. Er zijn heel wat theorieën over die dat verklaren.

Uit de contextuele therapie van Nagy is die 'boosheid' destructief gerechtigd, het recht een ander aan te doen wat jezelf is overkomen. De dramadriehoek van Kaplan; veel van deze kinderen met een 'afgestaan-gevoel' leven hierin en kunnen uit de slachtofferrol ineens in de aanklaagrol gaan zitten en worden dan boos op de 'redder'. En dan is er ook natuurlijk nog boosheid van iemand met een emotie-regulatiestoornis of post-traumatische stress-stoornis (PTSS). Maar in de kern is het bij deze kinderen vooral de boosheid vanuit hun trauma van 'afstand' en adoptie c.q. pleegzorg. 

 

Vertaling van de 'vreemde' woorden:

Arousal = strass (de emotie, en denk aan cortisol)

Overreacting = over-reageren

Freezing/Numbing = bevriezen/verlammen (als gedrag-reactie, onder Hypo-arousal)

Optimum Arousal Zone = De 'normale', optimale zône van stress-regulatie, daarboven is te hoog, daaronder is te laag.

Hyperarousal = Overmatige, hyper-stress,

Hypoarousal = Totaal geen alertheid.

De tijd loopt van links naar rechts; het cortisolgehalte e.d. stijgt en daalt.

 

Gezonde mensen bewegen zich in de optimale zône van de Windows of Tolerance, de normale alertheid, met een normaal hormoongehalte cortisol. Als deze mensen ineens door iets worden opgeschrikt, dan gaat de 'arousal-lijn', het stresshormoon, snel omhoog, en als ze weten wat de oorzaak is en het kunnen beredeneren daalt die ook weer snel en worden ze rustig. Zij kunnen zichzelf kalmeren.

Ieder mans heeft zo z'n eigen boven- en ondergrens.

Mensen die getraumatiseerd zijn schieten vaak door naar de Hyper-arousal- of zelfs de Hypo-arousal-zône. Sommige mensen verstijven bij bepaalde triggers (prikkels uit de omgeving), of staren voor zich uit, catatonisch (Hypoarousal), als een zoutpilaar, en komen daar moeilijk uit. Dat kan soms meer dan een half uur duren, en dan zijn ze doof voor prikkels of woorden.

Anderen, zoals veel van deze kinderen, zijn voortdurend heel alert, zijn schrikachtig, reageren soms snel er woedend of angstig als 'verdedigingsreactie op hun binnenkomende prikkel en ongewogen verwerking bij bepaalde triggers (Hyperarousal).

Zij kunnen zichzelf moeilijk kalmeren omdat het limbisch systeem (emoties0 het denken overnemen, beïnvloed door o.a. het cortisolgehalte, en als de spanning dan boven in de Hyperarousal-zône komt, komen ze in de alarmfase: overleven.

 

Er zijn therapieën voor. Bij geadopteerden ook een adoptietherapeut voor het plaatsen van geadopteerden met een extra emotioneel rugzakje in deze wereld.

Er zijn cognitieve therapieën voor, zoals VERS-training, waar ze leren om met hun spanning om te gaan en RET-training waar ze bijvoorbeeld het model van Bartelds leren toepassen: "De vijf G's: gebeurtenis, gedachten, gevoelens, gedrag en gevolgen".

Er zijn nog veel andere therapieën, waar echte diagnose, geen jeugdzorgonderzoek. Vaak helpen deze therapieën als het redelijk met die kinderen gaat maar als ze in de Hyper- of Hypoarousal-zône zitten kunnen ze daar vaak niet veel mee. Het hormoon in het bloed beïnvloed de hersenverbindingen!

Een Video-interactie-begeleiding kan ouders helpen.

 

Traumatherapie is een optie, maar na open, gespecialiseerde diagnose!. Belangrijk is dat het een goede therapie is, bijvoorbeeld bij een TRTC (Top Referent Trauma Centrum) die zijn erkend gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van Vroegkinderlijke, chronische getraumatiseerde kinderen. (STRAKX Trauma Centra; Martijne Rensen).

 

 

 

 

 

 

Gestrest kind: zwarte bolletjes-lijn.

Normaal kind: open bolletjes-lijn.

 

 

 

Mary Dozier, 2002.

NeverLoseHoop.nl :     ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Wat, als de puber geen hulp wil ontvangen?

 

Wat, als de puber, vaak murw gemaakt door vele (ondeskundige, niet echt diagnosticerende) jeugdzorgwerkers en dat niveau, geen hulp meer wil ontvangen?

Soms ziet een jongere, die hulp behoeft, het niet meer zitten om (weer) een hulpverleningstraject te moeten ondergaan. De 'jeugdhulp' van de matig niveau heeft hem te veel onbegrip laten tonen. Zelfbevestigend aan ervaring concludeert de jongere dat 'het geen zin heeft'.

Wat dan?

Voor geadopteerden (vooral) kan men nog denken aan een 'maatje/coach', die ervaringsdeskundige is uit eigen historie. Hij heeft daarmee een goed 'bedrijf' opgericht: "Never Lose Hoop".

Oswaldo Vriend is geen behandelaar, maar als maatje/coach kan hij veel betekenen voor geadopteerden, maar ook voor delinquenten, die geen hulp willen.

Hij is tevens onafhankelijk adviseur voor behandelinstellingen, die dit natuurlijk ook meemaken, en hij geeft diverse lezingen.

Dit staat op zijn site  http://www.neverlosehope.nl/ :        

"Never lose hope is het bedrijf van ervaringsdeskundige Waldo Vriend. 1. Hij is gespecialiseerd in het werken met jongeren op het gebied van adoptieproblematiek, criminele en antisociale gedragingen.

2. Hij biedt een ondersteunende factor voor behandel-instellingen. Deze instellingen kunnen hem inschakelen op het moment dat zij merken dat één van de jongeren in de beginfase van zijn begeleiding een ‘denkbeeldige muur’ om zich heeft opgebouwd en dus niet openstaat voor zijn behandeling! In een serie van persoonlijke ”Break down the wall”-gesprekken zal onze ervaringsdeskundige ervoor zorgen dat het reguliere behandeltraject plaats kan gaan vinden.

3. Naast de ondersteuning van (behandel) instellingen verzorgt hij ook  inspirerende preventieve voorlichting in de vorm van lezingen. Hij werkt hierbij veel voor scholen, buurt- en jeugd-centra en justitiële inrichtingen."