Wetenschappelijk vervolgonderzoek

 

over schadende 'jeugdzorg'

door J.J. Doyle jr.

 

Nationaal Coalition for Child Protection Reform / 53 Skyhill Road (Suite 202) / Alexandria, Va. 22314 (703) 212-2006 /  nccpr@nccpr.org / www.nccpr.org
Het bewijs over tegenstellend resultaat van

Pleegzorg vs. Gezinnen samenhouden  

Het definitieve Onderzoek

 https://nccpr.info/the-evidence-is-in-foster-care-vs-keeping-families-together-the-definitive-studies/

 

Inleiding   (vrij naar digitale vertaling)
NCCPR heeft lang betoogd dat veel kinderen die nu ‘gevangen’ in de pleegzorg zitten (het uithuisgeplaatst-zijn) veel beter af zouden zijn als ze waren gebleven in hun eigen gezinnen, èn die families de juiste soorten van hulp hadden gekregen. (Doyle, 2007; Gresser, 2016; http://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wat-wetenschap-uhp-missen-van-ouders/ resp. http://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wertenschap-kind-oudercontact-schaden-is-schadelijk/ ).
Nu blijkt dat het niet helemaal juist is. (Het is erger!)

In feite zouden veel kinderen nu 'gevangen in de pleegzorg' véél beter af zijn als ze gebleven waren in hun eigen gezinnen, zèlfs als die gezinnen alleen de typische hulp (van het niveau van de reguliere ‘jeugdzorg’ die de neiging heeft te weinig hulp, verkeerde hulp, of zelfs geen hulp te verstrekken, dus enkel het wegplaatsen zonder de ‘bedreiging’ naar BW1:255 lid 1 te verhelpen) kregen aangeboden door de jeugdbescherming c.q.  G.I.’s (Gecertificeerde Instellingen ofwel Gezinsvoogdij-Instellingen).
Dat is de boodschap van het grootste wetenschappelijk onderzoek ooit is verricht om de impact op de kinderen te vergelijken:  pleegzorg (het uithuisgeplaatst-zijn)  versus het ‘behandelen’ van mishandelde kinderen in hun eigen familie/gezin met passende hulp.

 

Het eerste onderzoek was geënt op een artikel in USA Today, 2007 (Doyle).

 

Het volledige wetenschappelijke onderzoek uit 2007 is op http://www.mit.edu/~jjdoyle/doyle_fosterlt_march07_aer.pdf  beschikbaar.
Het eerste onderzoek onderzocht de resultaten voor meer dan 15.000 kinderen. Het vergeleek pleegkinderen die niet t.o.v. de algemene bevolking, maar t.o.v.  vergelijkbaar-mishandelde kinderen die thuis werden behandeld.

 

Het resultaat toen: Het bleek na het meten dat kinderen thuis beter af waren.
In feite komt het niet eens in de buurt!:
Kinderen die thuis mochten blijven, hebben als tieners véél minder kans om zwanger te worden, veel minder waarschijnlijk eindigen in het jeugdstrafrecht, en veel meer kans om een baan te houden gedurende ten minste drie maanden dan vergelijkbaar mishandeld kinderen die in een pleeggezin, uithuis, werden geplaatst.


Eén jaar later publiceerde dezelfde onderzoeker een andere studie: http://www.mit.edu/~jjdoyle/doyle_jpe_aug08.pdf .
Dit keer omvatte het onderzoek 23.000 gevallen. Opnieuw vergeleek hij uithuisgeplaatsten, pleegkinderen, t.o.v. vergelijkbaar-mishandelde kinderen thuis bij eigen ouders. Deze keer heeft hij gekeken welke kinderen meer kans hadden te worden gearresteerd als volwassenen.


Nogmaals, de kinderen thuis deden het beter dan de pleegkinderen.


Implicaties
● De onderzoeken gebruiken de term "pleegzorg" generiek; ze betrokken ook de kinderen die onder andere geplaatst waren in enige vorm van vervangende zorg. Dat is belangrijk, want wanneer informatie als dit naar buiten komt, mensen, die ‘koop-kinderen’ wensen uit weeshuizen, proberen om ‘het mishandeld-zijn’ te gebruiken om hun adopties te rechtvaardigen.   {Er is dan sprake van 'false adoption'}.

 

Maar deze wetenschappelijke onderzoeken werden niet beperkt tot de familiaire pleeggezinnen (er zijn ook gezinshuizen, residentiële tehuizen en andere pleegsettingen). En het kost drie vòlle A4-pagina’s, alleen maar om een lijst van alle andere wetenschappelijke rapporten over de schade van weeshuizen (kindertehuizen) op te sommen. (Deze pagina's zijn beschikbaar NCCPR.)


Dat wil niet zeggen dat geen enkel kind ooit in een pleeggezin zou mogen worden geplaatst. Maar het betekent: véél minder kinderen moeten in pleeggezinnen geplaatst worden.
De wetenschappelijke onderzoeken sloten van de meest ernstige gevallen van mishandeling uit, een zeer klein deel van de caseload van gezinsvoogden. Dat is juist vanwege horrorverhalen die de voorpagina’s behalen; deze gevallen waar iedereen uiteindelijk na onderzoek zou concluderen dat uithuisplaatsen het enige alternatief zou zijn.


Integendeel, de onderzoeken gericht op veruit de grootste groep der gevallen die een (gezins)voogd ziet, die het best kan worden benoemd als  “tussen-wal-en-schip-gevallen”, waar de ouder niet het slachtoffer noch al schurk is; dus gevallen waarin er wel echte problemen thuis zijn maar grote onenigheid over wat er moet gebeuren (zoals rigide houding van G.I., of geen overleg naar een passend alternatief, geen open diagnostisch onderzoek vooraf, bedreigend doordrukken op halve feiten, zonder ‘informed consent). 

Zoals het eerste onderzoek zelf opmerkt: “Dit zijn de gevallen die waarschijnlijk het meest worden beïnvloed door beleidsmatige veranderingen die de eisen voor de plaatsing veranderen.”  Er zijn natuurlijk ook gevallen die het meest waarschijnlijk worden beïnvloed door een uithuisplaatsterreur of -hype (http://www.nccpr.org/reports/02PANICS.pdf) – een grote, plotselinge toename van de onnodige uithuisplaatsingen na de dood van een kind (zoals Savanna’s) die aan het jeugdzorgsysteem worden verweten – dat ook de gezonde weerstand tegen uithuisplaatsing verandert.
Zelfs onder deze gevallen, de cijfers zijn gemiddelden.

 

Zeker, er zijn enkele individuele gevallen onder de duizenden bestudeerde waarin pleegzorg het minder schadelijk alternatief was. Maar de gegevens maken duidelijk dat het uithuisplaatsen, naar pleegzorg, enorm veel gebruikt wordt tot schade aan grote aantallen kinderen die beter af waren in het leven wanneer ze thuis bleven, zèlfs met de minimale hulp die gezinsvoogden bieden aan gezinnen.  (En op diagnostiek gebaseerde hulp kan daar bovenop komen!)

 

Dit zegt minder over hoe goed gezinsvoogdij-instellingen de bescherming verrichten – in het hèlpen van gezinnen – dan over hoe enorm ‘giftig’ een uithuisplaats-interventie in het kind werkt. Alles wat toxisch werkt in een kind moet zeer spaarzaam, zeer bescheiden, en in zeer kleine hoeveelheden worden gebruikt.


● De Kinderbescherming/Jeugdbescherming heeft een oneerlijk antwoord op dit alles:
“Wel ja, natuurlijk”, zullen ze zeggen. “Dit onderzoek laat zien wat we altijd hebben gezegd in onszelf: pleegzorg mag alleen worden gebruikt als een laatste redmiddel; Uiteraard houden we gezinnen bij elkaar waar mogelijk.” - Maar dit onderzoek toont aan dat de kinderbescherming (c.q. gezinsvoogdij) hun woorden verloochenen. Bij deze onderzoeken vond men reeds duizenden kinderen al in de pleegzorg, uithuisgeplaatst, waar de jeugdbescherming er beter aan gedaan had hen niet uithuis te plaatsen (maar passende hulp thuis te verzorgen)

 

● In het verslag uit USA Today citeert men terecht een gerespecteerd expert die zei dat het onderzoek van 2007 de eerste was die dergelijke resultaten te produceren. Maar dat is een vergissing. Eigenlijk tenminste de tweede sinds 2006.
Een onderzoek van de Universiteit van Minnesota (http://www.kidscounsel.org/Study%20Impact%20of%20Foster%20Care%20on%20Child%20Dev.pdf) maakte gebruik van een andere  methodologie en maten verschillende uitkomsten, maar kwam tot vergelijkbare conclusies.
En nu, natuurlijk, is er deze derde, het grootste onderzoek van alle.


● Hoewel het artikel in de USA Today zegt dat andere "onderzoekèn" andere uitkomsten gaven, haalde er slechts één aan, met minder dan 1/100ste van de steekproefgrootte van de nieuwe onderzoeken, en met een kortere duur en ten minste één andere ernstige tekortkoming (met weglating van pleegkinderen in de zorg minder dan zes maanden), en dat is de enige die we kennen. En dat onderzoek richtte zich op hereniging, niet op kinderen die nimmer in de eerste instantie uithuisgeplaatst werden.

 

En natuurlijk vergeleek ook dit onderzoek pleegzorg met alleen typisch "jeugdhulp" voor gezinnen thuis, dat in het algemeen weinig of niets inhoudt. Het verstrekken van de soorten van de echte hulp dat de NCCPR aanbeveelt (zie de publicatie Doing Child Welfare Right; http://www.nccpr.org/reports/twelveways) zal waarschijnlijk het resultaat veranderen en, in het geval van de drie meest recente en strikte onderzoeken, zorgen voor een nog grotere kloof in de resultaten ten gunste van het kind bij het gezin houden.


●  Misschien wel het meest intrigerende is dat deze onderzoeken suggereren dat het zelfs mogelijk kan zijn om de schade van een ‘pleegzorg-paniek’ onder de jeugdzorgwerkers  (http://www.nccpr.org/reports/02PANICS.pdf)  te kwantificeren.
Dankzij deze wetenschappelijke onderzoeken hebben we nu een schatting van hoeveel erger pleegkinderen ’t doen op de belangrijkste uitkomsten ten opzichte van vergelijkbare mishandeld kinderen die thuis mochten blijven, al dan niet met passende hulp. Het is meestal ook mogelijk om te berekenen hoeveel meer kinderen tijdens een ‘pleegzorg-bangmakerij’ (uithuisplaats-hype) worden weggeplaatst. Zodat het mogelijk moet zijn om in te schatten hoeveel meer kinderen in aanraking zullen komen met justitie, hoeveel te meer jong zal zwanger worden en hoeveel meer zal opgroeien tot werkloze als gevolg van een ‘pleegzorg-terreur’.

 

Deze nieuwe wetenschappelijke onderzoeken en de Minnesota-studie zijn een aanvulling op het uitgebreide onderzoek over de uithuisplaatst-tendens, waaruit blijkt dat slechts bij één op de vijf {dat is erger dan http://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/909-zorgen-gemeten/ dat in Nederland werd gevonden: één op de vier} kan worden gezegd dat het uithuisplaatsen goed was voor de opgroeiende – met andere woorden, het uithuisplaatsen veroorzaakt vier keer schade van de vijf. (Zie publicatie van NCCPR:  80 procent debâcles; voor meer informatie bij dit onderzoek: http://www.nccpr.org/reports/cfpanalysis.pdf). En het massa aan bewijsmateriaal laat zien dat alleen in termen van fysieke veiligheid de hulptrajecten tot echt gezinsbehoud een veel betere reputatie hebben dan pleegzorg. (Zie NCCPR-Issuepaper # 1: http://www.nccpr.org/reports/01SAFETY.pdf ).

 

Modewoord  
Het huidige modewoord in de jeugdzorg is "evidence-based". Wat dat precies inhoudt is: 'Hoe durven voorstanders van nieuwe, innovatieve benadering t.o.v. het welzijn van kinderen financiering te verwachten als ze bij de rechter de werking van het uithuisplaatsen tegenover het passend alternatief thuis niet kunnen uitleggen en aantonen, waardoor het uithuisplaatsbeleid blijkt een schaduw van twijfel en speculatie?'  Oude jeugdzorgtrajecten zijn echter niet gehouden aan deze standaard van evidence-based. Als die er waren, zou het welzijn van kinderen op zijn kop worden gezet door de resultaten van dit nieuwe onderzoek.
Want nu, meer dan ooit, het 'evidence' is in.


      Update: 1 september 2015

 

Zo blijkt uit nog recenter onderzoek van arts Ursula Gresser, 2016, dat zij zelfs een woord tot deze jeugdzorgrechters spreekt.

 

Deze rechters beginnen enige tekenen te tonen beter te wegen naar wat het kind ervaart; al is dat nog maar ca. 5%. 

Het standaard toewijzen wat de Raad voor de Kinderbescherming vraagt aan beschermingsmachtigingen, met laagwaardig meningenonderzoek, veelal zonder enige valide vorm van diagnostiek naar beroepsethiek, staat nog op 95%, zodat de regering zelfs een proefballonnetje in 2016 heeft opgelaten om de rechter er maar tussenuit te halen tenzij de ouders willen procederen, wat dan weer als 'tegenwerken door ouders' wordt benoemd door de 'jeugdzorg'.... ondanks dat dit ouders wettelijke plicht is naar BW1:247, het kinderrecht IVRK 24 lid 1 overwegend.

 

Uithuisplaatsen veroorzaakt uiteindelijk schade - zo blijkt na het 18 jaar worden.

 

 

Dit zijn geëxtrapoleerde cijfers, die de in de pleegzorg mishandelde kinderen buiten beschouwing laten.