Onmacht elke keer weer.  

 

– Ervaringen van een jeugdrechtadvocaat: 

 

 

“Het is weer zaterdag. De week vloog voorbij. Ik heb een zitting bijgewoond van een ouder die erg zenuwachtig was en helemaal op van verdriet. Ze moet iedere keer terug naar de rechtbank, omdat de zaak wordt aangehouden en er geen uitspraak komt. De onzekere periode van aanhouding en geen uitspraak krijgen is zenuwslopend voor een ouder. Onmacht en verwijten naar je hoofd toegeworpen krijgen en er niets tegen kunnen doen en wanhopig naar je advocaat kijken met een blik die zegt: ‘help, alsjeblieft ik kan er niet meer tegen’.  

{ https://www.sosjeugdzorg.nl/actueel/gastblog/50-je-moet-er-altijd-zijn-en-blijven }

 

Een verwijtende en een verontwaardigde blik die een ouder af en toe krijgt ter zitting, die mij alleen maar kan aankijken met een smeekbede om het te laten stoppen, terwijl dikke tranen over de wangen rollen {bij het langskomen van de “ernstige bedreigingen” uit BW1:255, waarmee eigenlijk ouders zich beschuldigd voelen, ook al is het slechts een niet-gediagnosti-ceerde bewering van een jeugdzorgwerker die een mening heeft geleerd op school}.

 

Een ouder die tijdens een zitting ineens begint te huilen en in wanhoop roept: "Ik ben zo klaar met al deze leugens, stop alsjeblieft."  Een ouder die een smeekbede doet ter zitting, omdat zij zich machteloos voelt en zich niet kan verweren tegen onwaarheden die door de andere ouder beschreven worden {waar de gezinsvoogd geen waarheidsdiagnostiek, m.a.w. interactie-onderzoek, heeft laten doen}.

 

Een ouder die probeert hulp te zoeken aangezien zij een hulpvraag heeft en geen hulp kan krijgen, omdat er geen contracten gesloten zijn met bepaalde gemeentes of omdat er wachtlijsten bestaan waardoor er geen hulp wordt geboden, die mij huilend opbelt met een noodkreet.

 

Elke keer weer een zitting vol spanning of de kleine weer naar huis mag. Elke keer weer die onzekerheid of de ouder eindelijk het kind mag zien. Steeds opnieuw die stress en verdriet tijdens een zitting. Elke keer weer het zoeken naar de juiste hulp, maar van het kastje naar de muur worden gestuurd. Steeds weer te horen krijgen dat je het niet goed doet als ouder en dat de kleine je niet wil zien.

Elke keer weer...   het verdriet…   het gemis…   de leegte  en de stilte om je heen,  maar je bent sterker dan je denkt want je bent er elke keer weer! En dat is onvoorwaardelijke liefde.”

 

De tekst hierboven is geschreven door Mieke Krol, advocaat in Rotterdam.

Huilen.

Na het lezen ervan, heb ik spontaan een potje zitten huilen. Hoe pijnlijk herkenbaar zijn deze voorbeelden.  Het medeleven van deze advocaat (en ongetwijfeld van veel anderen die ouders bijstaan) deed mij in eerste instantie zo goed, want zij begreep ons. Echter, toen ik mijn tranen gedroogd had, werd ik ontzettend kwaad. Ik stikte bijna in mijn woede! Schrijven dus.

 

Tientallen jaren wordt er al verteld en geschreven (boeken vol), worden er documentaires gemaakt over hoe jeugdzorg werkt.  Over de misstanden binnen Jeugdzorg, hun rapportages, hun eenzijdige visie en beschuldigingen, hun insinuaties en ongefundeerde vermoedens.  Over de positie van ouders, kinderen, rechters en advocaten.  Over hoe “deskundig” de ‘professionals’ werken {zonder een diagnose te laten uitvoeren}.  Hoe deskundigen onderling met elkaar strijden over hun gelijk. Met naam en toenaam.  Professoren, wetenschappers, advocaten, politici, ja zelfs rechters schrijven en vertellen over de misstanden! Hoe zij geschrokken zijn, naar aanleiding van een reportage of krantenbericht. Zij vertellen u hoe het werkt, waar het probleem ligt en leggen het uit aan ons en aan elkaar. ” Het is nu eenmaal zo dat… Als er maar dit… of dat….  ja maar……”  {Het kind met kinderrecht* op diagnostiek en op therapie met hoogwaardige voorlichting aan gezin wordt  vergeten of omzeild}.

 

In hun stukken, boeken, documentaires, interviews, Facebook en commentaren worden wij, ouders en kinderen, al jaren op de hoogte gehouden van hun schrik, hun inzichten, hun onderzoeksrapporten, hun bezorgdheid en over de onvolkomenheden in het systeem en hoe het eigenlijk zou moeten, hun opbouwende alternatieven. Heel veel werk en energie wordt daar ingestoken. En dit goede werk moet ook voortgezet worden, voor de ouders en hun kinderen.

 

Toch ik lees voor- en bovenal over hun onmacht. Iedereen geeft aan waar het probleem en de onmacht zit en door die onmacht zijn al heel wat levens verwoest. Nog steeds worden ouders en kinderen gemanipuleerd, gechanteerd, beschuldigd en bedreigd door de instantie (en mensen die hen daar graag bij helpen) die blijkbaar wel macht heeft…  die beslist géén last heeft van onmacht. {Professioneel in smoesjes- en bespeel-technieken}.

 

De jeugdzorglobby: 

 

“U mag dan hoger opgeleid zijn, wij hebben de macht”. Weet u nog? (Niet “de deskundigheid” maar de macht! {“Als u niet vrijwillig afstand doet van uw kind hebben we vanavond al een spoedmachtiging UHP; dat geeft de rechter standaard.” Met een bewering als PCF.})

 

En andere clichés:

“Wij gaan niet in op individuele zaken.” {Terwijl de gezinsvoogden van ouders daartoe wel machtigingen hebben verkregen om de misstand duidelijk openbaar uit te leggen}.

 “Het is een incident.” {De duizend-en-éénste}.

 

 “We zitten in een leerfase.” {Ja, al decennia lang!}

 “We leren nog steeds van onze fouten” {Al decennia, na tigduizenden klachten in al die jaren!}

 “Hier herkennen wij ons niet in” {De inhoud omzeilend}.

 

Ooit zei een advocaat tegen mij:  ‘Als jeugdzorg zegt dat je moet springen moet je niet vragen waarom, maar vragen hoe hoog’!

 

Als iemand tegen mij zegt dat ik mijn eigen identiteit en integriteit moet laten vertrappen, mijn kostbaarste bezit moet verkwanselen, moet doen wat de ander wil dat ik doe… doe ik dat dan? Doen wij ouders, wetende de kinderrechten en onze verantwoordelijkheid in BW1:247, dat dan en zeggen we huilend ‘ja’? Duiken we weg uit angst voor . . . . . . . . ? Laten we ons in een depressie duwen?

 

Laten wij ons verdedigen of troosten door mensen die het voortdurend hebben over hun eigen onmacht en werkdruk {ondanks dat eer diagnosticerende specialisten zijn die werk uit handen kunnen nemen}? Is dat het voorbeeld wat we willen meegeven aan onze kinderen? Uit angst en onmacht, de chantage, manipulatie, leugens, ondeskundigheid en mishandeling gedogen? Bang blijven? Uit angst doen wat iedereen van je verwacht? Bang blijven voor represailles? ‘Ja en amen’ knikken, omdat spreken niet meer gaat…. omdat je keel wordt dichtgeknepen???

 

Ik zeg nee! Nadat ik jarenlang heb meegedeind, heb meebewogen, gebukt ging onder Jeugdzorg zeg ik nu luid en duidelijk : Nee!

 

Moed komt vaak voort uit vrees” –  (Ovidius, Romeins dichter, 43 v.Chr.–17 n.Chr.)

 

Als je je kinderen niet slaat, niet mishandelt, niet misbruikt, als jij niet verslaafd bent, niet liegt en geen strafbare feiten hebt gepleegd en het verschil kent tussen goed en kwaad ……

 

Sta dan op ouders. Durf op te staan. Durf je te verzetten. Laat je niet bang maken en niet manipuleren, chanteren of bedreigen. Door niemand!  {Er bestaat kennis. Doe dat op! Meet met wet en regelgeving, met beroepscodes en dossiers, meet met de tips van een orthopedagoog die ge zelf vond. Enz.}.

 

Tips:

Brieven willen nog wel eens verdwijnen of niet aankomen bij jeugdzorg {maar faxen wel, of officieel langsbrengen en om copie ontvangst vragen, als recht}. Laat daarom de uitnodigingen voor gesprekken met instanties (ook) per mail naar je toesturen. Lang leve de computer. Leve de USB-stick.

 

- Weiger nooit een gesprek, maar geef aan wie jij (als vertrouwenspersoon) mee wil nemen en op welke manier je wil dat het gesprek wordt vastgelegd. Geef dat van tevoren aan, laat dit schriftelijk aan hen weten (per mail). Neem een vertrouwenspersoon mee, neem het gesprek (ongevraagd en ongemerkt) op en schrijf dat later uit om ter zitting evt. te kunnen gebruiken. Dat recht heb je, en bij weigering van hun kant blijf je volhouden (schriftelijk) dat je graag een gesprek met hen wil, maar wel met deze wensen. “Om misverstanden te voorkomen” {ofwel het recht op ‘informed consent’}. Dit wordt je nieuwe mantra. – {En lúíster op zo’n gesprek, ga niet kletsen, en vraag geïnteresseerd hoe en wat! Doe kennis op van hun denken. Ze mogen uitleggen (Awb3:46). Meldt immer en zeker in al uw schrijven, dat u zich daarmee inzet ter optimalisatie van de hulp voor het kind; dat is uw verantwoordelijkheid uit BW1:247, met oog op het kinderrecht IVRK art. 24 lid 1. Met deze strofe onderin uw schrijven toont ge de rechter dat gen met uw schrijven de gezinsvoogdij niet 'tegenwerkt'}.

 

- Geef tijdens die gesprekken een rustig, beleefd, maar duidelijk weerwoord waar ge onderbouwen kan, of vraag om interactie-diagnostiek. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Minder fraaie uitlatingen helpen niet. Wijs de adviezen of maatregelen af als het onzin is, afgemeten aan uw hoogwaardiger alternatief, of gebaseerd is op valse beschuldigingen van wie dan ook. Zeg dat ook hardop en beargumenteer je afwijzing {omdat het een kinderrecht is, m.n. IVRK artikel 24 lid 1. * De wetten kennen geeft u mogelijkheden om die ook voor uw kind te gebruiken. Men kan goed leren uit precedenten}.

 

- Stap op in gesprekken met instanties, bij de zoveelste valse beschuldiging, insinuatie of diskwalificatie van jouw ouderschap. Benoem waarom je opstapt of verzoek ze vriendelijk, als het gesprek bij je thuis wordt gevoerd, om jouw ruimte te verlaten. Ongeacht de dreigementen of mogelijke consequenties. Laat je niet gek maken, al is dat wel eens moeilijk. En dien een klacht in; ge heeft niet voor niks een geluidsopname gemaakt!

 

- Bewaar alles. Contacten en afspraken met instanties (en ex-partner) moet je schriftelijk laten vastleggen.  {Schrijf desnoods een bevestigingsbrief met vermelding dat binnen een week er correcties op mogen komen, maar dat ge het verder zal beschouwen als juist vastgelegd.} Ga geen telefoongesprekken voeren of zeg anders van tevoren dat het telefoongesprek zal worden opgenomen en bewaar het.

 

- Hou je eigen dossier bij, inclusief chronologisch de data als een contactjournaal, zoals de gezinsvoogdij die ook heeft, en zorg ervoor dat een betrouwbaar familielid ook een exemplaar van jouw dossier heeft. Er komt een moment dat je kinderen vragen aan je zullen stellen en meer willen weten of lezen over hun situatie en afkomst. Blijf altijd eerlijk en respectvol. {Ge weet dat verwijten alleen maar ondoorbreekbare psychische muren bouwen}.

 

- Blijf het contact zoeken met je kinderen. Reageer op hun verjaardagen, feestdagen, bijzondere gebeurtenissen op school, clubs, in de familie, enz. {schrijvend, kaartjes sturend, en bewaar een copie in uw dossier}.  Laat weten dat je hen blijft volgen en dat zij jou kunnen volgen. Ook als dit op (grote) afstand gebeurt. Ook als zij niet reageren, want vaak gaan ook de kinderen gebukt onder manipulatie en chantage. ”Wiens brood men eet, diens woord men spreekt!”

 

- Wees creatief in het vinden van manieren om je kinderen duidelijk te maken dat je hen niet vergeten bent. Dat je van hen houdt. Neem geen afstand van je kinderen. Laat ze niet los. Laat jouw vader/moederschap niet varen. Neem hierin het initiatief en hou dat initiatief. Blijf volhouden. Vergeet niet inmiddels een leuke cursus ofzo te volgen, bijv. over communicatietechnieken, dat is nooit weggegooid!

 

- Bewaar en noteer alle contactpogingen die je hebt ondernomen naar je kinderen, of je ex-partner, in een ringband. Bewaar sms-jes van jezelf, van je kinderen en van je ex. {Denk aan schermafdrukken afdrukken}. Maak foto’s van brieven, kaarten, cadeautjes die je opstuurt naar je kinderen (of neerlegt voor een deur). Bewaar alle foto’s uit een gelukkiger verleden waar je kinderen op staan. Bewaar de foto’s waar jij met je familie op staat. Ook de familiefoto’s waar je kinderen niet op staan. Ze hebben (en houden) een verleden en heden met jou. Nogmaals, er komt een moment dat je kinderen vragen aan je zullen stellen, willen lezen, weten en luisteren naar wat jij te vertellen hebt (identiteitsfase, vroeg of laat).

 

- Ga niet in op valse beschuldigingen (direct of indirect) van je kinderen, je ex-partner of instanties. ”Hier herken ik mij niet in; ga het maar echt onderzoeken in de dossiers.” Blijf positief en met liefde en respect reageren op je kinderen. Naar eer en geweten. Verwijt de kinderen niets. Ook zij zijn gevangen en gevormd in hun emoties, in hun situatie. Stel geen eisen aan ze. Geef hen niet de schuld van jouw situatie en praat zeker niet negatief over je ex. Niet met de kinderen. Niet in brieven naar je kinderen, niet in gesprekken met hen, niet in het openbaar (internet), niet in enig organisatorisch signaal. Hoor de kinderen niet uit {maar daarvoor had ge juist een cursus gevolgd}. Reageer vanuit begrip voor hun situatie en maak het niet moeilijker voor hen.

 

En blijf vooral doorgaan met leven.

 

Doorgaan met je dagelijks leven kost onnoemlijk veel inspanning. Niemand kan dit van je overnemen. Je zult het zelf moeten doen {al zijn er deskundigen die kunnen ondersteunen en op ideeën brengen}. Maar besef dat jij, door zo te handelen, rechtop te blijven staan, een voorbeeld bent voor je kinderen. Nu, straks, en later.

Zeg ja tegen jezelf, je kinderen en ga aan de slag!

Dat ben je verplicht als ouder. Dat is onvoorwaardelijk liefde! En geef jezelf een machtige schouderklop hiervoor!

LB

 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De heksenjacht op onze kinderen

 

De laatste jaren lijkt er een ‘heksenjacht’ aan de gang te zijn als het gaat om het signaleren van kindermishandeling.

Op allerlei mogelijke manieren zoekt men naar ‘mishandelde’ kinderen. En daarbij speelt de huisarts, leerkracht, tandarts en de woningbouwvereniging steeds vaker een grotere rol.

Valse beschuldigingen van kindermishandeling en/of pedagogische verwaarlozing zijn aan de orde van de dag. Wat zich in de huidige discussie hierover uit als een roep om ‘waarheidsvinding’ bij ouders.

De kinderombudsman schreef in 2013 in zijn rapport ‘Is de zorg gegrond?’ over de vele fouten en onregelmatigheden die voorkomen bij jeugdzorg en Veilig Thuis en in de Raadsrapporten.

Krom recht

In het civiel recht is waarheidsvinding niet op feiten gebaseerd maar op informantenonderzoek, observaties en interpretaties van jeugdzorgwerkers, waarbij de rechter zich laat leiden door de 'professional' (niet te verwarren met een 'deskundige').

Deze professional is echter vaak niet meer dan een SPH-opgeleide sociaal werker die zich in zijn/haar oordeel over een kind en/of ouders graag boven de specialist stelt met medische- of ggz-kennis.

Specialisten door ouders ingeschakeld zijn voor jeugdbeschermers per definitie ‘partijdig’ en worden met regelmaat aan de kant geschoven. Een goed voorbeeld hiervan was de recente uitzending van EenVandaag.

Dit ging over ouders die worden beschuldigd van Münchhausen by proxy en er was te zien dat Veilig Thuis haar eigen oordeel van MbP/PCF hoger aanslaat dan vijf psychiaters die moeder hadden onderzocht (diagnostische rapporten onder beroepseed) en niets abnormaals aan haar konden ontdekken!

Münchhausen via kindje te zien?

MbP of de meer recente definitie Fictitious Disorder Imposed on (Self or) Another, wordt in toenemende mate gebruikt om gezinnen in gijzeling te nemen op grond van symptomen ‘bij het kind’ (PCF).

Dit is je reinste wetenschapsvervalsing omdat een diagnose van PCF bij het (jonge) kind vastgesteld (mishandeld door ouder met MbP) zou moeten leiden tot een dergelijke diagnose bij de ouders. Die ouder(s) moeten overduidelijk niet in orde zijn, toch?

Immers, aanvankelijk heette de aandoening Münchhausen Syndroom, vastgesteld bij personen die zichzelf opzettelijk ziek maakten dan wel fingeerden ziek te zijn vanuit een ziekelijke behoefte aan medische aandacht.

Pas later werd de term MbP geïntroduceerd toen werd ontdekt dat deze personen het soms ook uiten via anderen, meestal kinderen.

Het opzettelijk ziek maken van een kind met als doel medische aandacht te verwerven, is een ziektebeeld dat hoort bij de ouders die dit gedrag vertonen. Daarom kan het nooit worden ‘gediagnosticeerd’ bij het kind onder de definitie van kindermishandeling als er bij ouders niets psychiatrisch te ontdekken valt.

De valsheid van jeugdbeschermers in deze is dat ze de vaststelling van PCF als kindermishandeling geen diagnose noemen, omdat ze op die manier niets hoeven te bewijzen, maar wel ouders á priori hun kind kunnen onteigenen op grond van vage vermoedens en symptomen die op elke willekeurige ziekte of aandoening kunnen wijzen.

De hype PCF als diagnose waartegen geen diagnose op kan.

PCF is een gefabriceerde aandoening gelabeld als ‘kindermishandeling’ die tot doel heeft artsen en psychiaters in hun deskundigheid te omzeilen om zodoende sneller greep te krijgen op gezinnen.

Patries Worm, een van de vertrouwensartsen van VT, wil promoveren op PCF aan de Erasmus Universiteit en dat zou een ramp zijn voor ouders en kinderen (het zou legaliteit aan PCF geven, waarmee contra-diagnoses bij voorbaat ongeldig zouden zijn). Er is een vertrouwensarts bij VT tegen wie inmiddels vijf tuchtrechtelijke procedures lopen.

Deze vertrouwensarts schreef in juni in een factsheet dat de aandoening PCF door een psychiater niet kan worden vastgesteld of ontkracht bij een ouder. Dit is de tactiek van ‘jeugdbeschermers op heksenjacht’. Er is wel rook maar ze kunnen het vuur niet vinden en zij hoeven dit ook niet te vinden, want rook is voor hen genoeg.

Zij hoeven slechts de niet-medische kinderrechter te overtuigen van hun vermoedens van ‘ernstig en acuut’ gevaar van kindermishandeling (Rv 800 lid 3) en dan is de zo gevoelde beschuldigende veroordeling een feit. Met gevolg... Niet een veroordeling van de ouders, maar van het kind dat wordt afgevoerd naar een geheime locatie, en vervolgens naar een instelling of pleeggezin.

En de ouders krijgen de bewijslast in de schoenen geschoven. Die mogen bewijzen dat ze niet psychiatrisch zijn, maar er wordt al van tevoren aangegeven dat een psychiater de beschuldiging niet kan ontkrachten, dus ouders staan machteloos.

Het vreemde is dat PCF niet wordt omschreven als diagnose, maar dat er wel een daderprofiel wordt meegeleverd in het pakket van beschuldigingen. Een uitgebreide analyse van wat ouders (vooral de moeders!) mankeren is leidend bij de vaststelling van PCF ‘bij het kind’.

Je vraagt je af waarom er nog over het medische verleden of de psychische toestand van ouders gesproken moet worden als ze, zoals vertrouwensarts Patries Worm bij de uitzending van Een Vandaag zei, “Varen op het kind.” (= 'diagnosticeren op het kind').

Helderziende diagnose:

Ze spreekt zichzelf overigens tegen, want in een interview met het tijdschrift Nataal zegt ze dat er ook PCF kan worden vastgesteld bij ouders zelfs nog voordat(!) ze een kind hebben. Deze uitspraak maakt de vaststelling van PCF ‘bij het kind en niet bij ouders’ helemaal ongeloofwaardig. Het kan zich volgens Worm al openbaren ‘voor, tijdens of vlak na de zwangerschap’.

Het is overduidelijk dat het syndroom PCF volgens Patries Worm wel degelijk vast te stellen is bij de ouder, zelfs zonder dat er een kind is, en zèlfs vóór de zwangerschap. Bij deze (potentiële) ouders zou een verhoogde kans bestaan om het gedrag bij hun kinderen te continueren als Münchhausen by proxy (tegenwoordig Pediatric Falsification Imposed on Another).

Maar voor het gemak wordt hier door jeugdbeschermers PCF van gemaakt, omdat dan de vaststelling van de kindermishandeling geen bewijsvoering van psychische problemen bij ouders nodig heeft. Dit is zeer kwalijk en wetenschappelijk en ethisch verwerpelijk.

Jeugdzorg meet met speculaties.

Door de jaren heen hebben we in de jeugdsector talloze ‘instrumenten’ zonder wetenschappelijke basis voorbij zien komen om kindermishandeling vast te stellen, maar de term PCF is zo extreem en alomvattend dat dit de ‘moeder aller beschuldigingen’ genoemd mag worden.

De definitie van kindermishandeling wordt al jaren steeds ruimer opgevat waardoor gezinnen sneller verdacht zijn, maar nu loopt het werkelijk de spuigaten uit.

Hier moet een lijn getrokken worden en ik verwacht dat in de eerste plaats van mensen met een medische en psychiatrische expertise.

Er wordt vanuit Veilig Thuis-artsen grote invloed uitgeoefend op artsen en ziekenhuizen om overal MbP te vermoeden en dit te melden ("Niet nadenken maar melden; u bent maar specialist en wij zoeken het wel uit met onze instrumenten zoals PCF").

Er wordt een cultuur van wantrouwen geschapen die desastreus zal uitwerken voor de arts-patiëntrelaties.

De signalering van kindermishandeling is in dit land doorgeslagen en ouders met jonge kinderen mogen zich oprecht zorgen maken over deze ontwikkelingen.

Gastblog van Ranada van Kralingen.