Naast het McMichael-arrest zijn er meer

 

uitspraken (arresten) van het

 

Europese Hof voor de Rechten van

 

de Mens (EHRM)

 

over recht op tegenspraak:

 

Recht op tegenspraak is vaak nodig waar de jeugdrechter in 'jeugdzorg'-zaken de door de overheid benoemde 'jeugdzorgspecialisten', als 'professionals' genoemd, standaard gelooft. Toch hebben de ouders de plicht naar BW1:247 om de 'zorg' te bewaken, met het gewenste niveau dat in het kinderrecht IVRK artikel 24 lid 1 is aangeduid.

(De rechters zijn geen medici en realiseren zich niet dat de echte specialisten BIG-geregistreerd zijn, en dat zijn de jeugdzorgwerkers met lagere opleiding en SKJ-registratie zeker niet!).

Ook moeten ouders als wederpartij van de 'jeugdzorg' en RvdK gratis de beschikking hebben over alle stukken (waar artikel 35 Wbp al op duidt) waarmee de 'jeugdzorg' beslissingen hebben genomen om tot de rechtszaak en machtigingsaanvraag te komen, of de ouders door inspanningsverzuim en insinuatief verdraaien van de werkelijkheid de ouders hebben uitgedaagd tot een tussentijdse rechtsgang te komen.

Veel ouders wachten te lang af, en het is dus een goede zaak van de ouders deze actie tot beter wegen naar open diagnostisch onderzoek tot het meest optimale hulptraject voor het kind te zijn gekomen. Daarmee tonen zij mee te willen denken en te willen begrijpen en onderbouwen. (Dat mag niet onheus als 'tegenwerken' worden benoemd door de 'jeugdzorgwerkers').

 

Uit het aan te raden boek ‘De Rotterdamse Babyroof’, 2016, S. Romano, ISBN: 978-90-825273-0-8.

 

Let op: op  https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/overzicht-wetten-knelpunt  staan ook arresten van het EHRM, die ouders kunnen gebruiken!  Dat is ook een interessante site met meer voor ouders!!!

 

Uit het aan te raden boek ‘De Rotterdamse Babyroof’, 2016, S. Romano, ISBN: 978-90-825273-0-8, genoemd in http://jeugdzorg-darkhorse-plus.blogspot.nl/2016/06/de-waarheid-waarheidsvinding-en.html van arts drs. N. Mul, met bestelmethode:

Recht op tegenspraak: 

 

Partijen (dat zijn bij jeugdzorgzaken de ouders en de jeugdbescherming/kinderbescherming) moeten voldoende de gelegenheid hebben kennis te nemen van feiten en ingebrachte stukken (dus ook de stukken in dossiers). Partijen moeten zich ook voldoende uit kunnen laten over naar voren gebrachte feiten en ingebrachte stukken. {Dit betekent ook dat de jeugdbescherming/G.I. geen dossierstukken mogen achterhouden of geld vragen naar de ouders voor copie van de stukken die in een juridisch OTS-zaak gebruikt zijn voor opeenvolgende beslissingen. Zelfs niet de € 5,- uit de Wbp.}

 

“(...) De rechter moet er op toezien dat het schriftelijk (en eventueel mondeling) debat voldoende tot wasdom is gekomen om als basis te dienen voor een evenwichtige rechterlijke uitspraak.

 

Essentieel daarbij is dat partijen voldoende gelegenheid hebben gehad kennis te nemen van en zich uit te laten over de – al dan niet door de wederpartij – naar voren gebrachte feiten en de in het geding gebrachte (bewijs)stukken.

 

In de zaak Ruiz-Mateos verwoordt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het als volgt: 'The right to an adversarial trial means the opportunity for the parties to have knowledge of and comment on the observations filed or evidence adduced by the other party.' (EHRM 23 juni 1993 , Ruiz-Mateos, serie A, vol 262, S 63.) .

 

En in het Feldbrugge-arrest oordeelde het Europees Hof reeds dat artikel 6 EVRM geschonden was nu de betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld om zich uit te laten over twee rapporten van medisch deskundigen, welke van essentiële betekenis waren en de grondslag vormde, de gerechtelijke beslissing in de beroepsprocedure.

 

Een soortgelijk oordeel velde het Hof in de zaak McMichael, waar de ouders zich verwerende tegen de ondertoezichtstelling, de beëindiging van omgang met en het vrijgeven voor adoptie van hun kind, in de procedure bij de 'Children's hearing' (een op dit gebied speciaal in Engeland ingestelde, niet-rechterlijke instantie) geen inzage hadden gekregen in rapporten van sociaal werkers en psychiaters.

 

De overweging uit het Ruiz Mateos-arrest is inmiddels in vele uitspraken van het Europees Hof herhaald; gesproken kan worden van gevestigde rechtspraak.”

 

Artikel 6 EVRM en de civiele procedure, P. Smits, p. 115-116, 2008, in het vermelde boek.

 

“Van groot belang voor het bewijsrecht zijn de grondbeginselen van het burgerlijk procesrecht, zoals te vinden in artikel 6 EVRM (en art. 19 e.v. wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Rv).

 

De rechter heeft onder meer de plicht om beide partijen te horen en aan partijen gelijke kansen te gegeven in de procedure (equality of arms). (En de jeugdrechter in familie- en jeugdzorgzaken heeft die plicht eveneens door de uitspraak van het CRvB: LJN BD1113)***. Partijen hebben het recht op het ontvangen en zelf verstrekken van informatie en het recht voldoende gelegenheid te krijgen om op ontvangen informatie te reageren. Partijen moeten in een civiel geding in voldoende mate en op gepaste wijze de gelegenheid krijgen om hun zaak te presenteren – inclusief bewijs – zonder dat de ene partij een beduidend slechtere positie heeft dan de andere partij.”

 

Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk, W. thoe Schwartzenberg, p. 11, 2013.

 

De rol van het bewijsrecht:

 

. . . . . . . . .’           =                {Zie verder in dat aan te raden boek}

 

 

Men kan dit de rechter vooraf in bijlage/productie doen toekomen door dit te selecteren, te copiëren en in een Word-document te plakken, en af te drukken.

Voeg dit toe:

 

 

***:     http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BD1113 :

Rechtsmachtsverdeling tussen kinderrechter als civiele rechter en kinderrechter als bestuursrechter,   
=  ECLI:NL:CRVB:2008:BD1113  :

 

  • Tegen een besluit waarbij door een (Bureau/G.I.) Jeugdzorg een bepaalde vorm van jeugdzorg wordt geïndiceerd, kan – na bezwaar bij ‘Jeugdbescherming’ – beroep worden ingesteld bij de kinderrechter (als bestuursrechter) en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
  • Als een dergelijk (indicatie)besluit feitelijk een onderdeel is van de civielrechtelijke procedure tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige, kan echter geen beroep worden ingesteld maar dient de kinderrechter (als civiele rechter) de rechtmatigheid van dat besluit te toetsen in het kader van de procedure tot (bestuurlijke beslissing tot) ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
  • Soms wordt tegen een (indicatie)besluit dat feitelijk een onderdeel is van de civielrechtelijke procedure tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing toch bezwaar gemaakt. (Bureau/G.I.) Jeugdzorg verklaart dat bezwaar dan terecht niet-ontvankelijk {wel nuttig te doen, want ziet}: -- Daarentegen: Als tegen dat 'besluit op bezwaar' beroep wordt ingesteld, dan is de kinderrechter (als bestuursrechter) bevoegd daarvan kennis te nemen en staat tegen de uitspraak op dat beroep hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Meten voor jeugdrechters: 

https://www.dropbox.com/s/uh1dlzopbsy7f0k/Juridisch_meten_OTS-zorg_2015.pdf?dl=0 .

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bij precedente uitspraken zijn er ook om veel van te leren.

Prevalerend aan nationaal recht is Europees recht, m.n. vanuit het

Europese Hof v.d. Rechten v.d. Mens (EHRM):

''Kroniek van het personen- en familierecht'' door prof.dr. Caroline Forder*, Nederlands Juristenblad 14-10-2016, pag. 2572:             Δ

 

'Partijen in de kinderbeschermingsprocedure zijn niet gelijkwaardig.  De verzoekende instantie {in Nederland veelal de RvdK} is een  repeat-player {=apparaat in napraat- en herhaalmodus zonder gedachtewerking}, vertrouwd met de vereisten die door de rechterlijke instanties aan bewijsstukken worden gesteld en met de middelen om (aanvullende) bewijsstukken te laten vervaardigen.

De wederpartij, vaak de ouders, heeft deze voordelen niet, heeft regelmatig niet de middelen om een contra-expertise te betalen en moet zich behelpen met beschikbare adviezen.

De uitspraak (arrest) van het EHRM in N.P./Moldova, 6-10-2015 appl.nr. 58455/13, houdt rekening met deze ongelijke posities en gebiedt de nationale rechter zich te hoeden voor de verleidelijkheid van de bewijsstukken van de overheid {c.q. 'jeugdzorg'}. In deze zaak oordeelde het EHRM dat de Moldavische rechter te veel gewicht had toegekend aan het bewijs dat door de kinderbeschermingsinstanties werd aangevoerd en te weinig aan hetgeen klaagster aanvoerde.

{Ouders dienen wel – belezen – goed zakelijk en wetenschappelijk te motiveren en te onderbouwen, liefst naar hoogwaardiger meten {IVRK 24 lid 1}, diagnostisch en naar wetgeving en regels}.

Hier was de beslissing tot gezagsbeëindiging onderbouwd door het 'feit' dat de klaagster c.q. ouder haar kind niet van adequate kleding en voeding had voorzien en dat er sprake was van een onhygiënische omgeving, inadequate gezondheidszorg en een gebrek aan geschikte opvoeding en sociale begeleiding. Het EHRM achtte de omstandigheden zeker relevant, maar oordeelde dat de Moldavische rechters ten onrechte uitsluitend aandacht hadden geschonken aan de informatie die afkomstig was van overheidsorganen (kinderbeschermingsautoriteiten, politie) terwijl bewijs dat klaagster zelf aanvoerde buiten beschouwing werd gelaten.

Zo had de Moldavische rechter geen aandacht besteed aan het bewijs dat het kind gezond was, dat alle vaccinaties waren gedaan, en dat de moeder keer op keer tevergeefs pogingen had ondernomen {werk dus zwart op wit!} om haar dochter na de uithuisplaatsing te bezoeken. De rechtbank Ch. had evenmin aandacht gehad voor het feit dat klaagster na de UHP haar huis had opgeruimd, een baan had gevonden en de formaliteiten had geregeld die nodig waren voor inschrijving in een school (r.o. 75-77).'

Dit kan regelmatig lijken op de gemeentelijk situatie (Jw12.3.5) hier.

* Prof. C.J. Forder is bijzonder hoogleraar Rechten van het kind aan de VU Amsterdam, wetenschappelijk medewerker bij Fischer Advocaten Haarlem en medewerker van dit Juristenblad. Ze noemt enige juridische knelpunten naar aanleiding van de Jeugdwet; de kronieken zijn bijgewerkt tot sept. 2016.

                                         -------------------------------------------------------------------------------------