Herroepen van adoptie

 

Enkele geadopteerden kunnen zulke psychische problemen hebben met hun juridische staat van adoptie (geen juridische banden meer met de eigen ouders en juridische gebonden aan de adoptiefamilie) dat ze zich (juridisch) van de adoptiefamilie willen losmaken.

Het is natuurlijk verstandig eerst een goede adoptiedeskundige te raadplegen om geen overhaaste beslissingen te nemen en meer overzicht te krijgen op die juridische status en wat daarvan de voordelen zijn, juridisch, wettelijk. Het geadopteerd-zijn is natuurlijk meer dan juridisch, mogelijk karma, een levensles.

Herroepen kan.

Doch het is een lastige juridische mogelijkheid om de adoptie hier in Nederland te herroepen.

Ook adoptieouders kunnen zulk een kind wijzen op deze mogelijkheid, wanneer dit werkelijk de psyche zou helpen.

De wet is qua leeftijden, die genoemd worden, verre van reëel.

Het kan te vroeg om psychisch overzicht te hebben verkregen en het kan eigenlijk niet meer wanneer de opgegroeide geadopteerde eerst overzicht heeft verkregen en deze wens toch wil doorzetten. Juristen die deze wet gemaakt hebben zijn duidelijk geen psychologen.

 

Herroeping van adoptie:

 

College door Prof. Caroline Forder
Advocaat (Fischer Advocaten Haarlem) en Professor van Children's Rights bij de Vrije Universiteit Amsterdam (NL; http://www.rechten.vu.nl/en/about-the-faculty/faculty/faculty/dutch-private-law/caroline-forder.asp)

Samenvatting door Tj.W. Strubbe op 28 april 2015 te Leiden; speciaal college.
“Herroeping van adoptie”  
De juridische bron over het Herroepingsrecht t.a.v. adoptie staat uiteraard in de wet, en deze wet moeten we dus analyseren. Wat is juridisch adoptie, en wat zijn juridisch de gevolgen?:
Burgerlijk Wetboek, boek 1, artikelen 229–231:
BW1:229, lid 1: “Door adoptie komen de geadopteerde, de adoptiefouder en zijn
bloedverwanten of de adoptiefouders en hun bloedverwanten in familierechtelijke
betrekking tot elkaar te staan.”
[vergelijk: lid 2: “Tegelijkertijd houdt de familierechtelijke betrekking tussen de
geadopteerde, zijn oorspronkelijke ouders en hun bloedverwanten op te bestaan.”]

BW1:230, lid 1: “De adoptie heeft haar gevolgen van de dag, waarop de uitspraak in kracht
van gewijsde is gegaan.”
BW1:231, lid 1 en 2: “1. De adoptie kan door een uitspraak van de rechtbank op verzoek
van de geadopteerde worden herroepen.
2. Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang
van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid der herroeping in gemoede overtuigd
is, en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de
dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.”  

Het makkelijkst doch psychisch te vroeg is dus tussen het 20ste en 23ste levensjaar reeds aanhangig maken bij de rechter, doch velen zullen pas later komen, en dan zijn er mogelijkheden....

De (juridische) familiebanden worden door (binnenlandse en buitenlandse) adoptie verbroken. {Deze harde adoptie is discutabel waar de biologische ouders bekend zijn, discutabel met het oog op latere (psychische) behoeften van de opgroeiende – TjS}.
De adoptie kàn herroepen worden, maar binnen een psychologisch irreëel gepland termijn. In
de wettelijke praktijk tussen 20 en 23 jaar, waarin de adolescent zich nog ontwikkelt, de
hersens nog aan de groei zijn, en het levensoverzicht nog in ontwikkeling is.
Uiteraard is deze psychologische ongerijmdheid basis voor geadopteerden die door
omstandigheden pas later tot de behoefte komen onderbouwd de adoptie te herroepen.
Dit is overigens niet nodig om een naamswijziging door te voeren, waar regelmatig de naam van de eerste ouders wordt gewenst.
De oudere geadopteerde kan alsnog naar de rechter middels een advocaat. Deze kan creatief
via het Europese Verdrag van de Mens, EVRM, artikel 8 en het wijzen op uitspraken de
onredelijkheid van de wettelijke termijn ontbinden en herroeping alsnog vragen.
De landelijke wet is ondergeschikt aan de Europese regelgeving, en waar de termijn
onredelijk is gegeven omstandigheden is deze niet valide en kan de rechter, zij het met
creatieve onderbouwing, als ongeldig beschikken ten dienste van de ontvankelijkheid van het
verzoek van de geadopteerde.

 

 

 

 

 

Hogere wetten of regelgeving gaan boven de lagere, plaatselijkere regels.

EVRM 8: “Artikel 8 – Recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven:
Lid 1. Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
Lid 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover
bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” -- Hiermee dient BW6:162 lid 2 als een maatstaf: "Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond."

Bruikbare uitspraken zijn:

Uitspraken die als aandachtspunten en als onderbouwing kunnen leiden, zijn en voorbeeld geven ter eigen onderbouwing:
a.   ECLI:NL:RBROT:2012:BW6551 :
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBALK:2010:BQ6551

Herroeping adoptie. Overschrijding van de in artikel 1:231, tweede lid, van het BW gestelde termijn is in de in deze zaak geschetste omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en levert een ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven in de zin van artikel 8, tweede lid, van het EVRM. Herroeping is in het kennelijk belang van de vrouw. Uit artikel 1:232 van het BW volgt dat door herroeping van de adoptie de familierechtelijke betrekkingen tussen de vrouw en de adoptant en diens bloedverwanten worden verbroken en de familierechtelijke betrekkingen tussen de vrouw en de moeder en haar bloedverwanten van rechtswege weer herleven. De vrouw verkrijgt dus ook van rechtswege de geslachtsnaam van haar moeder. {Dus: - Termijn dient ter bescherming van verzoekers belang, psychisch een misvatting maar zo zijn juristen. - Verzoeker (de geadopteerde volwassene) heeft belang bij dat de feitelijke band met moeder juridisch wordt bevestigd. - Herroepingsverzoek is een zeer ingrijpende keuze, die op jonge leeftijd niet zomaar gemaakt kan worden. - Deze geldt ook voor 'false adoption' in Nederlandse pleegzorg}.
b.   ECLI:NL:RBSHE:2008:BN6040 :
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBSHE:2008:BN6040

De rechtbank is van oordeel dat de man ontvankelijk is in zijn verzoek tot herroeping adoptie ondanks het feit dat het verzoek niet binnen de daartoe in artikel 1:231 lid 2 BW gestelde termijn is ingediend. De beperking van de termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van de adoptie kan worden ingediend als bedoeld in artikel 1:231 lid 2 BW is te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé- en familie- en gezinsleven van de man (artikel 8 EVRM) en niet noodzakelijk ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Niet valt in te zien dat de bescherming van de rechten en plichten van anderen alleen kan worden gewaarborgd door de herroeping van adoptie slechts gedurende een beperkte termijn mogelijk te maken. {Dus: -Verzoeker wenst juridische status in overeenstemming te brengen met de feiten: - 'De adoptie heeft iedere betekenis voor hem verleren en hij wenst niet meer met de adoptie te worden geconfronteerd'. - Door traumatische verleden is de man in psychiatrische behandeling. - verzoeker is tot nu toe bezig met verwerking van verleden (wat vaak ook met uithuisgeplaatsten het geval kan zijn).  De overwegingen van de rechtbank:

- Verzoeker heeft recentelijk zijn juridische vader gevonden en wil een relatie met hem opbouwen. Verzoeker heeft recht op juridische vaststelling van deze relatie. - Wetsgeschiedenis m.b.t. termijn: voorkomen van 'golddigging' en beschermen van adoptieouders tegen dreigementen. - Ingrijpende keuze op jonge leeftijd. - Termijn niet nodig om de belangen te beschermen}.
c.   ECLI:NL:RBHAA:2012:BW5040 :
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBHAA:2012:BW5040

Herroeping adoptie. Moet de termijnstelling van artikel 1:231 lid 2 BW worden beschouwd als een inmenging die noodzakelijk is ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen? - De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daarbij dat niet valt in te zien dat de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen alleen kunnen worden gewaarborgd door de herroeping van adoptie slechts gedurende een beperkte termijn mogelijk te maken. Dergelijke belangen kunnen immers ook bij beoordeling van een later gedaan verzoek worden meegewogen. Het voorgaande klemt te meer nu de termijnbeperking ertoe leidt dat een dergelijke, ongetwijfeld zeer ingrijpende, keuze moet worden gemaakt op jonge leeftijd. Het valt niet uit te sluiten dat een geadopteerde in die periode onvoldoende in staat is de reikwijdte van die keuze te overzien. {Overweging van rechtbank: - De termijn dient slechts ter bescherming van verzoekers rechten. - Verzoeker heeft als doel herstel van de juridische relatie met diens oorspronkelijke moeder, woonde sinds diens 15e bij moeder, en is erkend door diens Italiaanse biologische veder. - Rechtszekerheid is niet in gedrang. - Korte termijn niet nodig om de belangen van anderen te beschermen. - Verzoeker, de geadopteerde, heeft kinderen die geen bezwaar hebben tegen juridische herroeping familiebanden. - Ook diens adoptiefzuster heeft geen bezwaar. - Ook diens halfbroers en zusters (via diens biologische moeder hebben geen bezwaar}.

d.   ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5204 :
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5204

Hier een ongebruikelijk lange inhoudsindicatie:

Herroeping adoptie, Termijnoverschrijding toegestaan.  - Wetsverwijzigingen: BW 1:230, 1:231, 1:232.  -

Wanneer het verzoek tot herroeping van de adoptie wordt gehonoreerd, heeft dat ook voor de dochter van de adoptiefouders en voor de zonen van de biologische moeder (en overige familieleden) gevolgen voor hun familierechtelijke betrekkingen. Ook voor hen worden bestaande familierechtelijke betrekkingen verbroken dan wel herleven familierechtelijke betrekkingen die door de adoptie hebben opgehouden te bestaan (artikel 1:232 lid 2 BW). Er is in hun geval echter geen sprake van verwantschap in de rechte lijn, maar in de zijlijn. De vraag rijst of zij als belanghebbenden moeten worden aangemerkt in de onderhavige procedure. De rechtbank ziet aanleiding om voor de beantwoording van deze vraag aansluiting te zoeken bij de situatie waarin een man erkenning van zijn kind wenst, terwijl hij met een andere vrouw dan de moeder van het kind gehuwd is, zoals verwoord in artikel 1:204 lid 1 sub e BW.

Het toewijzen van een verzoek tot erkenning heeft voor de gezinsleden van de erkenner immers vergelijkbare gevolgen als de toewijzing van een verzoek tot herroeping van een adoptie voor de gezinsleden van de biologische ouder: er ontstaat een nieuwe familierechtelijke situatie, louter op grond van biologisch ouderschap. In de hiervoor geschetste situatie van erkenning heeft de wetgever voor ogen gehad dat het belang van het kind bij het ontstaan van een juridische afstamming prevaleert boven het belang van de echtgenote en kinderen van de biologische vader. Uit de wetsgeschiedenis Kamerstukken I 24 649 11a pagina’s 4/5 blijkt dat dit zover gaat dat de wettige echtgenote van de aanstaande erkenner en de kinderen uit dat huwelijk geen belanghebbenden zijn en zij niet automatisch op de hoogte komen van de erkenning.

De motivering daarbij is dat de wetgever hierin geen taak voor de overheid ziet: het is in de eerste plaats de man die zijn echtgenote van een en ander op de hoogte dient te stellen. Zou de overheid hierin treden, dan wordt daarmee een terrein betreden dat de privacy van de betrokkenen vergaand raakt. De rechtbank komt tot een overeenkomstige overweging en beslissing ten aanzien van de kinderen (en overige familieleden) van de biologische moeder in de onderhavige zaak. Ook voor de biologische moeder geldt dat het in de eerste plaats aan haar is om haar kinderen (en eventueel andere familieleden) al dan niet op de hoogte te stellen van het bestaan van verzoekster en van haar standpunt ten aanzien van het onderhavige verzoek. Inmenging van buitenaf daarin betekent voor haar een vergaande inbreuk op haar privacy. Dit klemt temeer nu zij – al op hoge leeftijd en emotioneel zeer geraakt door de achtergrond van de zaak – heeft aangegeven het verzwijgen van het bestaan van verzoekster niet (meer) te willen doorbreken. Of een dergelijke vergaande inbreuk op haar privacy niettemin gerechtvaardigd is in verband met rechtens te beschermen belangen van derden die zwaarder wegen, wordt door de rechtbank ontkennend beantwoord. 

In de onderhavige zaak dient (herstel van) de juridische afstamming van verzoekster te prevaleren boven mogelijke belangen van de betrokken broers of andere familieleden. Deze dienen tegen die achtergrond en hetgeen hiervoor is overwogen, in de onderhavige procedure daarom niet als belanghebbenden te worden aangemerkt. Het feit dat de (overige) kinderen van de biologische moeder en eventuele verdere familieleden door toewijzing van het verzoek een familielid ‘opgedrongen’ zouden krijgen, maakt dit oordeel niet anders. Het ‘opgedrongen’ krijgen van verzoekster als familielid levert volgens de rechtbank geen inbreuk op op het eigen family-life van desbetreffende kinderen of andere familieleden. Zelfs als een dergelijke inbreuk wel zou moeten worden aangenomen, is de rechtbank van oordeel dat die inbreuk gerechtvaardigd is. Daarmee wordt aangesloten bij een uitspraak van de Hoge Raad van 25 maart 2005, LJN: AT0412. Het betrof in dat geval een procedure tot gerechtelijke vaststelling vaderschap ex artikel 1:207 BW. Daarin werd geoordeeld dat tegenover het recht op family-life van de vader en andere betrokkenen een positieve verplichting van de Staat staat om ervoor zorg te dragen dat het kind de mogelijkheid wordt geboden familierechtelijke betrekkingen te doen ontstaan met zijn biologische vader.  

Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het voor haar identiteit van bijzonder belang is dat er een juridische band met haar biologische ouders en met name met haar biologische vader ontstaat. Haar wens om te worden geaccepteerd als biologisch kind van haar ouders is een rechtens te rechtvaardigen belang, dat ook na jaren nog moet kunnen worden gerealiseerd. Dit geldt temeer nu in het verleden sprake was van – in haar woorden – ‘het grote zwijgen’, waarvan zij de negatieve gevolgen met zich meedraagt, zij door haar omgeving bewust onkundig gehouden is van haar achtergrond en in de waan is gelaten dat haar biologische afstamming haar op enig moment bekend zou worden gemaakt. De herroeping van de adoptie effent voor haar tevens de weg tot het gerechtelijk doen vaststellen van het vaderschap van haar biologische vader, hetgeen zij bij afzonderlijke procedure aan de rechtbank heeft verzocht. Zij heeft aannemelijk gemaakt dat de herroeping van de adoptie rust in haar leven zal brengen. Zij wil dat haar afstamming voor haar zelf, haar directe omgeving maar ook voor de buitenwereld kenbaar wordt. Daarnaast bestaat er een medisch belang voor haar en haar zoon bij het vaststellen van haar biologische afstamming (vaderszijde) in verband met het (her)kennen van erfelijke ziekten.  De toepasselijke wetsartikelen: 1:231 BW, 8 EVRM, 798 Rv, 1:204 lid 1 sub e BW, 1:207 BW. (Overwegingen: - Steeds is geheimhouding betracht over haar afstamming. - Er is druk op verzoekster gelegd om niet op zoek te gaan naar biologische ouders (wat aspirant-ouders tegenwoordig al 3 decennia leren daarin open te zijn). - Verwachtingen werden gewekt dat zij later zou worden verteld wie haar biologische ouders waren. - De rechtbank accepteert dat verzoekster zich niet vrij voelde om eerder een verzoek herroeping in te dienen.

 

Dus: 

De verzoekende geadopteerden, soms over de 40 jaren, kunnen zich beroepen op diverse

gronden, waaronder de psychische, het eerst niet durven zoeken naar de afkomst, het
erkennen van de biologische ouder(s) (loyaliteitsconflict) waarbij het niet willen kwetsen van de
adoptiefouder(s), waar soms een adoptiefouder aan kindermishandeling of -verwaarlozing
deed en aangifte is gedaan, het te laat er achter komen dat de geadopteerde geadopteerd is
(verzwijging), de termijn te kort is wegens de jeugdige leeftijd die de wetstermijn stelt tot het nemen van de beslissing te herroepen, en vaak wordt pas herroepen na overlijden van de adoptiefouder(s),   maar nooit om er rijk van te worden of anderen te schaden!!!
Ook kan een reden zijn in verband met erfelijke ziekten, een hereniging met de biologische
ouders, of achternaamsverandering, als extra.
Vaak wordt om toestemming van andere potentiële erfgenamen van de biologische ouders
gevraagd, en naar andere schadegevolgen gezocht vòòr een toestemming herroeping.


De advocaat en de rechter dienen creatief te zijn, naar intuïtie, om deze wettelijke beperking
teniet te doen.
De mens wordt onder de wet, en niet de wet ten dienste van de mens, gesteld 'om willekeur te
vermijden'.


Toch wordt de wet qua termijn niet bijgesteld omdat in de Raad van State een machtige dame
Voortman (ex-rechter) hierop rigide tegen is.
Ook uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kunnen
gebruikt worden.
Het EHRM* maakt onderscheid tussen het
- a.    tot stand brengen van afstamming, en
- b.    verbreken van bestaand afstammingsrecht.

Daarbij bruikbaar o.a.:
a.  uitspraak in 2007: 23890/02,
2010: 17038/04, en
2014: 58809/01.
b.  uitspraak in 2005: 74826/01 (te rigide termijn),
2006: 10699/05, en
2006: 11449/06.
{Zoekformulier op: http://curia.europa.eu/juris/recherche.jsf?pro=&nat=or&oqp=&dates=&lg=&language=nl&jur=C%2CT%2CF&cit=none%252CC%252CCJ%252CR%252C2008E%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252Ctrue%252Cfalse%252Cfalse&td=%3BALL&pcs=Oor&avg=&mat=or&jge=&for=&cid=36633}.


Het ontijdig herroepen blijft een energieverslindende strijd tegen (qua termijnen) irreële wetgeving.
Wel moet men nazien of er geen werkelijke schade gedaan wordt aan derden (familieleden van geboorte en adoptie) die niet strafrechtelijk te omzeilen zijn.
Het juridische denken is soms wat mensonwerkelijk,  en dit zien we ook in de jeugdbeschermings-rechtszittingen, waar deskundigen namens het gezin geweerd worden of niet serieus genomen bij afweging van recht.  Jeugdzorgwerkers  kunnen insinueren en hun zin doordrukken.


  Bij de vragen op het college kwam o.a. naar voren door een ex-raadsmedewerkster dat dossiers bij de raad (RvdK) (dus niet bij de vergunninghouders interlandelijke adoptie) naar gedragsregel oneindig bewaard moeten worden, wat goed is, waar de wet slechts zegt minimaal 30 jaren. Deze geadopteerden kunnen door omstandigheden dus ver over de 40 zijn, en hun dossier nodig hebben voor erfelijkheid (gen/DNA)!


Het is te hopen dat eens de politiek het BW1:231 (termijnen voor herroepen) aan de werkelijkheid weet aan te passen.

 

 

 

 

 

 

Herroepers moeten dus aannemelijk maken dat er geen 'gold-digging', of geen schade wordt gedaan aan vaak naaste derden. En de psychische motivatie telt ook mee.

*: Het Europese HOF v.d. Rechten v.d. Mens (EHRM) heeft eerder reeds uitspraken gedaan die bruikbaar zijn: