"Ouders zijn nodig, maar niet(??) beslissend"…

 

Dus pleegzorg of adoptie zou niet schadelijk zijn???

Hoe blij mag de jeugdzorglobby zijn???

 

 

Plomin:

NRC, 2 november 2018 

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/02/ouders-zijn-nodig-maar-niet-beslissend-a2753718 :

“Gedragsgeneticus Robert Plomin zoekt al 40 jaar naar de invloed van genen en opvoeding op het gedrag van tweelingen. En hìj ziet: 'DNA bepaalt wie we zijn'.

„Kijk, over deze uitspraak struikelen ze allemaal. Parents matter, but don’t make a difference.”  

Plomin onderzoekt al ruim veertig jaar de overerving van onder andere intelligentie, sociaal gedrag en psychische aandoeningen, met behulp van tweelingstudies. Tweelingen zijn ideaal om de invloed van genen en omgeving te bestuderen. Ze groeien samen op, of niet. En ze zijn genetisch identiek (eeneiig), of niet (twee-eiig). Daar valt aan te meten en rekenen.

„DNA bepaalt wie we zijn” is de centrale boodschap in Blueprint. Plomin: „Of je nu lijdt aan depressies, verslaafd bent aan roken of een voorliefde hebt voor lezen: het zit allemaal in je genen.”” ……

 

Onderzoeksgroep is bepalend: –

 

Plomin onderzocht dus met tweelingen.

Het lijkt er op dat (eigen) ouders niet van belang zijn.

Een kolfje naar de hand van Weteringsaanhangers, dus voor de jeugdzorglobby!  

   

Tweeling zijn valt niet te vergelijken met kinderen die werden weggeplaatst van één of beide ouders. Zo wordt duidelijk in de brieven naar de RvdK, AMHK (VT), en politici op https://kinderbescherming.jimdo.com/brieven/rvdk-vt-kennen-gresser-nu/ .

De jeugdzorglobby streeft er naar dat pleegkinderen op termijn geadopteerd kunnen worden, zelfs als er geen toestemming van de biologische ouders wordt gegeven. Dat kan ook indirect door die ouders te chanteren nog minder of geen contact meer te mogen hebben met hun kind als ze niet tekenen. Het kind wordt gestraft met minder of geen contact met de eigen ouders, ook al ligt er geen open diagnose dat dit van belang is voor de ontwikkeling van de opgroeiende. Het is een zorgwekkende tendens, meer ingegeven door bezuinigen en werkgelegenheidsbescherming in dit sociaal domein, dat geen gezondheidszorg is.

 

Maar wanneer men nu de adoptiewetenschap gebruikt, dus met een andere onderzoeksgroep, de groep weggeplaatsten, dan blijkt het niet-kennen van de biologische familie tot 85% kans maakt op latere problemen in het leven. In de identiteitsfase is dat nog (of: al) ca. 45%. Ook al een pijnlijk hoge uitkomst.

 

De axioma’s die de jeugdzorg gebruikt, alsof ze voldoende degelijk 'onderzoeken', zonder diagnostische nul-meting (naar advies in oratie van R.J. Van der Gaag), en met negatie van het rapport van de Kinderombudsman Dullaert uit 2013 (“Is de zorg gegrond?”, de vele 'fouten' in jeugdzorgrapportages', en de financiële 'perverse prikkel' [pag. 93]), zijn strijdig met wetenschappelijke bevindingen en de vele gemotiveerde klachten van ouders en hun deskundigen en gespecialiseerde advocaten.

Gelukkig is er op de 'wetenschap' van Plomin een tegengeluid uit de V.U., Amsterdam:

 

VU:

 

https://www.gezondheid.be/index.cfm?art_id=18767&fuseaction=art :

“Al heel lang is er discussie over de vraag of erfelijkheid dan wel de omgeving een grotere rol speelt in de ontwikkeling van een kind. De grootste tweelingstudie ooit geeft eindelijk uitsluitsel. Gemiddeld is de invloed van genen en omgevingsfactoren op menselijke eigenschappen vrijwel hetzelfde. Dat blijkt uit onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en VU medisch centrum, gepubliceerd in het tijdschrift Nature Genetics. De wetenschappers analyseerden de resultaten uit bijna 3.000 eerder gepubliceerde tweelingstudies, wereldwijd verschenen tussen 1958 en 2012, en met informatie van meer dan 14,5 miljoen tweelingparen.

De resultaten van de studie bieden inzicht in de relatieve bijdrage van genen en omgeving (nature en nurture, ofwel genotypische en fenotypische oorzaken) voor honderden verschillende eigenschappen. “Door het analyseren van de resultaten van alle studies die dezelfde eigenschap onderzochten, krijgen we nu veel betrouwbaardere schattingen van de bijdrage van erfelijkheid en omgeving”, aldus Posthuma.

“Wanneer we alle eigenschappen samen nemen is de gemiddelde bijdrage van erfelijkheid 49% en 51% is omgeving”. De studie geeft inzicht in de oorzaken van variatie in honderden menselijke eigenschappen. “We laten ook zien dat èlke onderzochte menselijke eigenschap erfelijk is. Het kan dus nooit zo zijn dat bijvoorbeeld bepaald gedrag volledig aan omgevingsfactoren is toe te schrijven. Lange tijd is bijvoorbeeld aangenomen dat met name nurture (‘de slechte opvoeding’) een rol speelt in antisociaal gedrag. Maar ons onderzoek toont aan dat nature en nurture voor antisociaal gedrag even belangrijk zijn. Dit kan wetenschappers stimuleren biologische factoren voor dit gedrag te onderzoeken.”

De onderzoekers hebben al hun gegevens samengebracht op een online webtool, http://match.ctglab.nl/#/home, zodat iedereen deze gegevens gratis kan raadplegen.  De website is vooral gericht op wetenschappers, maar ook een leek met kennis van genetica zou in deze database kunnen zoeken naar de erfelijkheid van eigenschappen.”  (vu.nl, 2015)

 

Dit komt ook uit onderzoek met tweelingen. Dus uit een verkeerde onderzoeksgroep, al is werken met tweelingen met (bijna) gelijk erfelijk DNA makkelijker dan durend met geadopteerden, longitudinaal. Er is gelukkig longitudinaal adoptiewetenschappelijk onderzoek (prof.dr. R.A.C. Hoksbergen; https://adoptionhoksbergen.com/index.php/nl/onderzoek of https://adoptionhoksbergen.com/index.php/nl/publicaties ).

Enige artikelen op https://jeugdbescherming.jimdo.com/adoptie-en-pleegzorg/ .

 

Tip aan ouders:

 

Gebruik dus afgedrukt copieën van goede artikelen van deze site, zoals Gresser, Doyle, Weinberger, etc..  Verstrek dit in producties (bijlagen bij verweer en pleit) aan de jeugdrechter ter onderbouwing! Immers beweringen van ouders werken niet tegenover beweringen zonder bewijs vanuit de 'jeugdzorg', want de 'jeugdzorg' heet 'professioneel', al is dat zonder medische bevoegdheid.

Met wetenschap, met een referentiekader, en met onafhankelijke diagnostiek op open onderzoeksvragen en -gegevens, kan er een tegenwicht gegeven worden, zeker in hoger beroep, tegen de beweringen en speculaties vanuit de jeugdbeschermingsketen. Bedenk dat een jurist/rechter geen orthopedagoog is! Leg uit, maar met de wet als herkenbaar kader. De jeugdrechter geeft ouders veelal nauwelijks vijf minuten om een 'zegje' te doen!

Ook het weghouden van één ouder na scheiding neemt vaak vreemde ondeskundige vormen aan waarbij de gezinsvoogd therapeutje speelt ondanks artikel 3.2 lid 2 van de Jeugdwet.

Het evt. 'terugplaatsen' gaat (Rv810a) met veel moeite, vaak met nauwelijks deskundigheid, en veel vertraging. Waar kinderen met een gefaxte machtiging spoed-uithuisplaatsing (UHP) op stel en sprong weggeplaatst worden, is het terugplaatsen een zeer lang traject, waarbij pleegkinderen wel snel overgeplaatst kunnen worden van het ene pleegadres naar het andere. Een teken aan de wand.

 

Verrier:

 

Nancy Verrier, ‘Afgestaan’, 1993 – 2003, vond al:

“Ik ben ervan overtuigd dat het ruw verbreken van de band tussen het kind en diens moeder een oerverwonding of narcistische wond veroorzaakt, die het wezen van het kind aantast en zich vaak uit in gevoelens van verlies, fundamenteel wantrouwen, angst en depressie, emotionele of gedragsproblemen en moeilijkheden in relaties met andere mensen (ook later in hun volwassenheid). {Vergelijke bovenstaande wetenschappelijke bevindingen}.  Hoe liefdevol een kind ook door de pleeg- of adoptiemoeder wordt opgevangen, er blijft het besef dat er ooit een echte moeder (en vader) was die het kind heeft 'weggedaan'.”   

 

Dat is dus door recentere (bovengenoemde) wetenschappers meermaals bevestigd!

 

Eck:  Wegplaatsen is kindermishandeling:

 

Allison Eck (2018; https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/meer-doyle-wetenschap/stress-weinberger-dna/) schreef o.a.:

Het wetenschappelijk bewijs tégen het scheiden van kinderen uit gezinnen is glashelder,”  zei ze. “Niemand in de wetenschappelijke gemeenschap zou het betwisten, het is niet zoals andere onderwerpen waar meer debat tussen wetenschappers is.  We weten allemaal dat het slecht is als kinderen gescheiden worden van vertrouwde ouders.  Gezien het wetenschappelijke bewijs is het kwaadaardig en komt het neer op kindermishandeling.’’ 

 =

"Gezien het wetenschappelijke bewijs is het wegplaatsen kwaadaardig en komt het neer op kindermishandeling."

Vreemd:

Maar onze ‘jeugdzorg’ zegt domweg in hypocognitie dat er uithuisplaatsing of éénoudergezag 'nodig' is als oplossing voor de ‘veiligheid’ zonder te definiëren waaraan gemeten wordt wat veilig is, en dan vooral t.o.v. de contra-indicaties die Gresser e.a. hebben gevonden en waarover de wetenschap buiten Nederland, kennelijk, zo unaniem over zijn. Vreemd toch!?!

 

Jeugdzorg  is geen  voorlichtende en diagnosticerende jeugd-gezondheidszorg!

Jeugdzorg  voldoet niet  aan het kinderrecht op hoogwaardige en onbelemmerde toegang tot de gezondheidszorg, ook de psychologische, psychiatrische en orthopedagogische gezondheidszorg! (IVRK24.1)

 

De band met de biologische afkomst blijkt zeer belangrijk te zijn!

1. Kindertehuiskinderen en  Pleegkinderen in pleeggezin  scoren zelfs hoger in Gedesorganiseerde gehechtheid dan de Adoptiegroep!

2. Uithuisplaatsen (of omgangssabotage met éénoudergezag), vanuit de 'jeugdzorg' geïnitieerd, geeft grote kans op onverwerkte ACE-ervaringen in het verdere leven.

 

Jeugdzorg (Jw art. 3.2 lid 2) is geen gezondheidszorg!   IVRK art. 24 lid 1 wordt in 'jeugdzorg' genegeerd!

 

Er bestaan goede therapieën en voorlichting om het kind thuis te houden! Dat is gezonder en veiliger voor later! {Maar de 'jeugdzorg' verdient daar minder mee....}